Begrip, van de dag (184) Vroeger was alles beter

 

 

 

VROEGER WAS ALLES BETER

 

Als ik ergens een hekel aan had, dan is het de opmerking: Vroeger is alles beter. Meestal zijn het zuinige zuurpruimen, uitgedroogde wentelteven of een categorie babyboomers, of een combinatie van deze. Sinds gisteren had ik het ook op de lippen. Ik kon me net inhouden. Ondertussen denk ik het wel. Wat is het geval? Zoonlief was gevallen donderdagavond, sprintend de trein halen om naar zijn lief te gaan. Een gladde putdeksel was hem fataal. Volgens zijn zeggen had hij zich mooi op zijn arm laten vallen een doorgerold. Ik was er niet bij, maar hij deed zich voor als een professional. De volgende dag was zijn elleboog dik geweest. Uit eigen beweging heeft hij een afspraak bij de huisarts gemaakt. Dit volwassen gedrag kan ik waarderen.

Tien voor drie bij de huisarts. Uitloop van twintig minuten, kan gebeuren. Arts in opleiding, weet het niet. Misschien een scheurtje? Toch maar foto’s maken in het ziekenhuis. Half vijf gaat de afdeling fotografie dicht. Er is acuut geen auto ter beschikking, bellen naar werkende vrouw kost tijd en levert op korte termijn niets op. Doktersassistentie bitst tegen minderjarige zoon dat vervoer zijn probleem is. Vijf voor vier besluit ik auto van buuf te lenen, haal mijn zoon bij huisarts en krijg de optie Arnhem of Zevenaar, kan beide. Voor Zevenaar komen we zeker op tijd, richting Arnhem betekent file. We zijn de laatste, mijn zoon glimlacht bij het maken van de foto’s, dat staat leuker. Mogelijk vocht, waarschijnlijk niet gebroken maar doorverwezen naar Arnhem. Vanaf vier uur is er geen beoordelend arts meer, bovendien is de EHBO-post gesloten. Een verzorgingsgebied van bijna 80.000 is niet meer rendabel voor de basiszorg. Op naar Arnhem!

Auto terug naar buurvrouw, eigen auto inmiddels gearriveerd, zoonlief met vriendin als een taxichauffeur gebracht naar Rijnstate. Pondskaart was gelukkig in Zevenaar gemaakt, dus in een streep naar Spoedeisende Hulp. Eerste Hulp Bij Ongelukken is toch een treffender naam. Door een man met weinig arbeidsvreugde worden we achterdochtig binnengelaten en verwijst ons naar de incheckbalie. Een iets vriendelijker dame die laat blijken dat ze de vrijdagavond toch anders had gezien, verwijst ons naar de wachtkamer. Na een twintig minuten komt de intake van een paar minuten. De ernst wordt ingeschat en dan is het wachten in een andere wachtkamer. Geschatte wachttijd is ongeveer anderhalf uur. Met kwetsuren van divers pluimage wachten we ruim twee uur. Dan is hij aan de beurt, samen met potentiële schoondochter, een lief meisje, wachten we op behandeling en definitieve uitslag. Misschien een scheurtje? Drukverband en een stoere blauwe hangsling met de mededeling volgende week terugkomen, er wordt nog een afspraak naar hem toegestuurd.

We hebben zeker dertien medische professionals ontmoet. Om negen uur was ik thuis, we moesten dus wel friet halen. Volgens mij liet vroeger een huisarts de vriendelijke doktersassistent een mitella aanleggen, zo nodig een paracetamol en volgende week verder kijken. Je hoort mij niet zeggen dat vroeger alles beter was. Echt niet. Het gaat overigens al een stuk beter met zoonlief.

Kakelkrant van Sprakeloos 13: Europa blues op vrijdag

 

De vrijdagmiddagblues, kent u dat? Na een week intensief werken is het op. Misschien kent u het niet, want u heeft ongebreideld calvinistisch arbeidsethos of bent aanhanger van de neo-kapitalistische sekte: Time is money. Ik niet, want op is op en als je met mensen werkt, is dat soms een hele zinvolle constatering. De rek voor deze week is er uit. Ik droom een beetje weg en ga een collega lastig vallen die ook van de vrijdagmiddagblues is. Samen ‘jammen’ we een beetje over de bureaucratisering van de zorg, de politiek en ongemerkt komen we te spreken over de Europese geschiedenis. Onze conclusie is dat Europa altijd internationaal is geweest in zijn oriëntatie, dat er altijd uitwisseling is geweest van goederen, mensen, kennis en wat al niet meer. Het anti-Europese geouwehoer van o.a. de PVV is maar larie. Nationale staten zijn kunstmatig en hebben de laatste 200 jaar alleen maar ellende gebracht. Nu beweer ik niet dat er geen ellende is zonder nationale staten, maar verschillen tussen wij en zij zijn niet gelijk aan nationalisme. Zo keuvelen we over Teutonen, het vroeg Frankische Rijk, Merovingen, de opkomst van de Hanzesteden en de Elizabethsvloed van 1421. In tien minuten tijd hadden we de grote lijnen van de Europese geschiedenis te pakken en beseffen dat nationalisme binnen Europa een gevaar is voor ons allen.

We zitten in een schip dat dreigt te zinken als we niet uitkijken, we zullen dus met zijn allen moeten hozen.. Doen we dat alleen of wijzen we een enkeling aan, dan gaan we met zijn allen….naar de Filistijnen. We verworden dan mondiaal gezien een toeristisch historisch armlastige pleisterplaats, Europa.’

 

Het is even stil, we baden in ons absolute gelijk. Dan gaat de telefoon. Een indicatieorgaan belt en vraagt waarom dat ene kruisje niet gezet is op het formulier X. Het antwoord is duidelijk, omdat het nog niet bekend is. Ze namen er geen genoegen mee, attendeerden ons dat indien het kruisje over een week nog niet gezet is, de aanmelding ongeldig wordt. We moeten dan het formulier opnieuw invullen of we kunnen gebruik maken van procedure Y, dat zou sneller gaan, maar geeft geen garanties.

De vrijdagmiddagblues is weg en gaat over tot het gebruikelijke fabrieksgeluid van de machinerie der radertjes, ook in de zorg. Er gebeurt niets, als het ene radertje niet precies in het andere past. Niemand weet meer de grote lijnen, het hoe en waarom.

In ons professionele kruis getrapt over dat enige kruisje, dragen we manmoedig ons loonslavenkruis. We weten dat het formulier over drie weken pas volledig ingevuld kan worden, maar dan is het te laat. We kunnen vanmiddag niets meer doen, maar de vrijdagmiddagblues komt niet terug, al dromen we ieder apart nog wel over een begrijpelijk Europa. Dat snappen we, ons werk niet meer.

EUROPE -THE FINAL COUNTDOWN