Begrip, van de dag (126) Vies land

 

 

VIES LAND

 

,,Ik vind het stinken in Duitsland. Het is een vies land!”
Het boek van Jan Brokken, De wil en de weg, leerde me het belang van de beginzin voor je verhaal. De eerste zin zet de toon. Nu heb ik nog geen flauw benul waar het verhaal naar toe moet, maar de toon is gezet. Ik zou een ander verhaal schrijven met de beginzin: ,,Het duurde nog tientallen jaren na de hoogtijdagen van het Naturalisme voordat de Freikörperkultur haar intreden deed in Duitsland.” Overigens heb ik geen enkele notie of er daadwerkelijk een verband is tussen het Naturalisme en nudisme uit die tijd. Ik weet wel dat de klankkleur van mijn verhaal anders zou zijn. Datzelfde geldt voor beginzinnen met ‘de fiets van mijn opa’ of ‘Bier en Bratwurst’ of ,,Bernd Hölzenbein besluit na 42 jaar eindelijk zijn voorjaarsvakantie in Zandvoort te vieren.” Dit zou een heel specialistisch zuur stukje proza opleveren trouwens. Ik heb anders besloten. Het stinkt in Duitsland.

Mijn toen vijfjarige zoon wenste in de auto te blijven bij iedere pauze op weg naar verre vakantieoorden. Alleen bij hele hoge nood rende hij onder mijn begeleiding het restaurant van de Rastätte in. Hij wist dat hij niet in de bosjes mocht. Wij als volwassenen weten immers wat de mensheid allemaal kan doen in de bosjes langs de autobaan. Als ouders zagen wij geen kleuterkoppigheid, zijn stemming bleef te goed met het vooruitzicht van een camping in Italië of tussenstop in Zuid-Duitsland met Pommes en Schnitzel. Op de vraag waarom hij niet even zijn benen wilde strekken, gaf hij resoluut antwoord: ,,Ik vind het stinken in Duitsland. Het is een vies land!” Wat wist hij meer dan wij, zijn vader en moeder? Welke wijsheden kon een vijfjarige nu hebben over oorlog, vooroordelen en een voetbalverleden? Er moest wat anders zijn. Onze zoon had besloten dat het stinkt langs de autobaan met zijn benzinedampen, diesellucht en volle afvalbakken. De stank associeerde hij met Duitsland.

De beginzin heeft me tot dusver hier gebracht en nu zal ik het verder ook moeten volbrengen. Het stinkt dus langs de autobaan, mijn gevoelige kereltje is er niet van gediend en heeft zijn conclusies getrokken. Gelukkig is hij verder wars van vooroordelen over onze Oosterburen. Als iedereen, behalve mijn zoon, naar de WC is geweest, de stramme benen heeft losgeschud, de kleffe broodjes zijn weggewerkt en de overvolle afvalbakken ook met onze vuilnis zijn gevuld, kunnen we gaan. Iedereen zit in de auto en dan komt het exclusieve machtsmoment van de chauffeur. Ik herinner me opeens waarom ik juist deze plek had uitgekozen. Gevaar dreigde namelijk, het nicotinegehalte in mijn lichaam daalde zorgelijk. Met gespeelde verontschuldiging zeg ik: Was ich noch zu sage hätte dauert nur eine Zigarette. Met het instappen inhaleer ik de laatste trek en druk de sigaret achteloos uit op de grond. ,,Kom we gaan verder voor de volgende etappe.” De vakantiemuziek wordt aangezet en we zingen mee, behalve de jongste.
,,Nu stinkt het ook in de auto!”

Begrip, van de dag (115) Een moetje

 

 

EEN MOETJE

 

Alleen voor een beperkt aantal hele trouwe lezers van Begrip van de dag zal dit nog een enigszins leesbaar stukje zijn. Er wordt een inkijkje gegeven in het proces of vooral de haperingen die er ook zijn. Anderen, zij die deze serie niet kennen, zullen waarschijnlijk meewarig weg klikken. In het geval u twijfelt verwijs ik vooral naar de 114 andere begrippen die eerder zijn vervaardigd. Op 2 oktober 2015 nam ik me voor om 365 stukjes te schrijven, associatieve momenten van de dag. Inspiratie of niet, gewoon schrijven met de stellige overtuiging dat je na 365 stukken in ieder geval wat geleerd heb. Nu wist ik dat iedere dag misschien een beetje overmoedig is, maar voor 31 december 2016 moet het werk klaar zijn. Dus nog 250 te gaan.

Vandaag was er sprake van een moetje. Ik had al een aantal dagen gemist in januari, dus op de valreep toch maar aan de slag. Niet dat ik vandaag stil heb gezeten qua woordenproductie. De hele avond heb ik gewerkt aan mijn verhaal voor de wedstrijd van het boekenweekgeschenk. Met de titel Was ich noch zu sagen hätte moet ik met Duitsland als inspiratie iets opschrijven in 500 woorden. Na vier keer schrappen, zit ik op 501 woorden, dus morgen nog één overbodig woord wegpoetsen. Dat lukt wel, maar verder ben ik nog lang niet tevreden. De zinnen moeten mooier, misschien wel literairder. Nauwgezet moet ik de tegenwoordige- en verleden tijd nog netjes met elkaar in het reine zien te brengen. O ja, en de stijlfouten nog zien te ontdekken.

Weet je wat het allermoeilijkste is van een stukje schrijven is? En dan bedoel ik niet zo’n vlugschrift als dit in elkaar zetten, dat duurt hooguit twintig minuten. Nee, het allermoeilijkste is te accepteren dat wat je in je hoofd hebt er heel anders uitziet op het moment dat anderen er naar kunnen kijken. Deze wijsheid heb ik geleend van Winnie de Pooh, maar is zo ontzettend waar. Aan de andere kant is het proces waar je uitkomt vaak het positieve bijproduct, vooral als je geen idee hebt waar je naar toe moet schrijven. Voor dit begrip is het proces trouwens weinig verrassend, het is immers een moetje terwijl ik zwanger bent van ideeën.

Begrip, van de dag (108) Was ich noch zu sagen hätte

Kölner Dom

WAS ICH NOCH ZU SAGEN HÄTTE

 

Altijd kriebelt het als er weer zo’n schrijfwedstrijdje langskomt. Het is nu de NPO die in het kader van de boekenweek alle amateurschrijvers oproept om een verhaal te schrijven. En een amateur ben ik natuurlijk, al zit heel diep in mij, aan de rafelranden van mijn kunnen, de wens om echt een boek te schrijven. Ik zal het niet ontkennen, al zijn er obstakels in de vorm van talent, tijd en doorzettingsvermogen en vooral het gebrek aan deze karaktereigenschappen. Maar bij een wedstrijdje van slechts 500 woorden begin ik overmoedig te worden. 500 woorden is gelezen gedurende het roken van één sigaret. Het boekenweekthema Duitsland geeft de volgende opdracht mee: Was ich noch zu sagen hätte.

Het gaat dus over Duitsland in de meest brede zin van het woord. Suggesties worden gedaan met Bier und Bratwurst, voetbal, Bach, Brecht, Böll of Goethe. Of wat te denken over de val van de Muur en de nieuwe rol van Duitsland in Europa, recentelijk nog meesterlijk vertolkt door Angela Merkel. Ik zit me af te vragen hoeveel mafkezen er zullen zijn die een verhaal over de fiets van hun inmiddels betovergrootvader zullen schrijven? Of een andere vraag, zou er op Duitse Universiteiten ook gedoceerd worden over foute Nederlanders in de oorlog? Zomaar een vraag die bij me opplopt.

Een paar jaar geleden deed ik al eens mee met een schrijfwedstrijd over Duitsland. Ik had wat vakantieherinneringen bij elkaar geharkt waarbij de positieve en negatieve vooroordelen aan de beurt kwamen. Dat verhaal, Urlaub wie der Kölner Dom, kan ik dus niet meer gebruiken en zal uit een ander vaatje moeten tappen. Ik ben er nog niet uit, maar voor 10 februari middernacht moet het af zijn. En waarvoor doen we het allemaal? Een kaartje voor het boekenbal! Wil ik daar bij zijn? Eigenlijk niet, maar het zou wel heel veel begrippen van de dag opleveren denk ik. Of misschien wel onbegrippen? Wie zal het zeggen, maar als iemand een leuk en origineel onderwerp heeft over bijvoorbeeld Bier, Bratwurst of Bach, ik houd me aanbevolen. Een cursiefje over humor en de Duitsers is boven mijn kunnen, dus suggesties in deze richting hebben geen zin.