Een gros woorden voor de week (23 mei 2021)

Niemand gelooft nog ergens in behalve de jongens en meisjes van het Songfestival. Die geloven vooral in zichzelf. Het geloof in de wetenschap is verdwenen, maar geloof mij maar, Covid-19 is op zijn retour dankzij de wetenschap en niet door het neerdalen van de Heilige Geest op deze Pinksterdag. Voor Jeangu Macrooy kwam de Heilige Geest te laat. De culturele elite had hem al een plaats bij de eerste tien toegedicht, maar ik was niet onder de indruk. Europa was ook niet woke genoeg trouwens. De afterparty gisteravond was stuitend. Jeangu mocht aanschuiven, maar de ego’s wilden vooral zichzelf horen. Tussendoor werd er nog met stront gegooid naar het Twentse Enschede. Het zal mij niet verbazen dat de BBB van Caroline terecht blijft groeien. Tegen Jeangu zou ik zeggen ‘Yu no man broko mi’ of in mijn eigen dialect ‘Ie kriegt mie nie kapot’

Sprakeloze geschiedenis 1862 Stadsbrand Enschede

INLEIDING
Wandelend op een plein midden in het centrum van Enschede, naar later blijkt de Oude Markt, ben ik op zoek naar een bakker voor de lunchpauze. De hele ochtend had het geregend, maar nu brak af en toe een waterig zonnetje door en het was warm voor half oktober. Het weer maakte zich op voor het beloofde aangename weekend. Links van me een oude kerk en midden op het plein een standbeeld. Ik had er wel eens gezeten, een patatje eten, want ook toen kon ik de bakker niet vinden. Nu zag het beeld bewust en vroeg me af welke grote Enschedeër wordt hier herdacht?

20141016_130941_Android

Op de plaquette stond te lezen:

ter herinnering
aan
den grooten brand
van enschede
op 7. mei 1862
en
ter gedachtenis
aan
de toenmalige bewoners,
die de Stad herbouwden en den
grondslag legden voor hare
ontwikkeling is dit Monument
een halve Eeuw later door
Ingezetenen en Belangstellenden
gesticht op 7. Mei 1912 onthuld,
en aan de Gemeente ten
geschenke gegeven.

Hé, dat wist ik niet. Nu is er was wel meer dat ik niet weet, sterker nog, ik weet dat ik het meeste niet weet, maar met mijn voorouderlijke roots in Twente, had ik nog nooit van de stadsbrand uit 1862 gehoord. Mijn vader heb ik er niet over horen praten, hij die toch behoorlijk trots is op zijn Twentse komaf. Nu, weet ik wel dat in de middeleeuwen en nog jaren daarna, menig dorp of stad in lichterlaaie stond, maar dat zijn de middeleeuwen. 1862 is toch relatief dichtbij. Toen waren er toch niet zoveel houten huizen meer die de boel in een keer met de grond gelijk zouden maken? Daar moet ik meer van weten, dus in het weekend maar even aan ‘ome Google’ vragen of hij mij een stukkie wijzer kan maken.

ER IS INFORMATIE
Het beeld stamt uit 1912 en dat is vijftig jaar na het uitbreken van de brand, dus recent is dat 150 jaar geleden. RTV-Oost heeft er dan ook aandacht aan geschonken. Een speciale  site over de brand geeft veel informatie, vooral omdat ik vanaf het nulpunt moest beginnen. In het stadsarchief zijn bovendien stukken te lezen van een Groningse student(e) geschiedenis Anne Riemersma die zijn/haar afstuderen heeft gewijd aan de stadsbrand in Enschede van 7 mei 1862. Het hele verslag met daarbij ook individuele belevenissen van direct betrokkenen heb ik opgevraagd. Lijkt me heel erg interessant en hoop dat binnenkort te ontvangen. Het zal ongetwijfeld meer blootleggen over het leven van alle dag in die tijd.

 

WAT ER AAN VOORAF GING
Uit de stukken lees ik dat Enschede een stad was met slechts 4000 inwoners en de aanwezige (textiel) industrie was merendeels kleinschalig en nog binnen ‘de stadsmuren’, in zoverre aanwezig. Enschede werd geheel omsloten door de landelijke gemeente Lonneker. Enkele dagen voor 7 mei 1862 kwam Koning Willem III op bezoek in Enschede ter gelegenheid van Koningsdag. (Het is me niet helemaal duidelijk geworden hoe toen de organisatie was van Koningsdag omdat de verjaardag van Koning Willem III op 17 februari was, maar het kan best zijn dat het op verschillende plekken en op verschillende tijdstippen gevierd werd.) Hoe dan ook op 1 mei van dat jaar was Enschede aan de beurt. De stad werd opgeknapt en helemaal feestelijk aangekleed met dennentakken. De arme houten woonverblijven van de arbeiders (dus toen toch nog veel houten huizen in de stad!) werden met diezelfde dennentakken deels uit het zicht gehouden voor het hoge bezoek. Het moet een feestelijk spektakel zijn geweest met vuurwerk en veel uiterlijk vertoon voor zo’n kleine provincieplaats. Maar niet iedereen was enthousiast. Ene Lodewijk van Voorst die met zijn nog jonge vrouw bij ene Gerhard Wilmink aan de Kalanderstaat was ingetrokken in diens achterhuis zou in die dagen gezegd hebben:

“Als we dat dennengroen nu eens in de brand steken, dan zul je zien hoe mooi Enschede is. Om nooit te vergeten! En als de vlammen door heel Enschede gaan, moet de Koning maar zorgen voor nieuwe huizen.”

Deze Lodewijk was ernstig gefrustreerd door de bittere armoede van de fabrieksarbeiders in die dagen. Hij en zijn vrouw konden amper het hoofd boven water houden. Enkele dagen later hing de feestversiering nog, bovendien was het nog steeds net zo mooi weer als de dag dat de koning op bezoek kwam. Het gezin had geen turf om de kookpot op te stoken en dezelfde Lodewijk verzamelde droge dennennaalden om toch het fornuis te laten branden. Dat lukte, maar vonken sloegen over naar de berg gedroogde takken naast het fornuis. Er was geen blussen meer aan. De rest is dus geschiedenis. Bijna 700 huizen gaan in vlammen op, daarnaast ook gemeentelijke gebouwen waaronder het toenmalige stadsarchief. Van de 4000 inwoners waren naar schatting 3600 bewoners dakloos. De stad moest opnieuw opgebouwd worden. Het aantal slachtoffers is relatief beperkt, slechts twee bewoners zouden hierbij zijn omgekomen, over gewonden heb ik niets gelezen.

 

Enschede moest opnieuw opgebouwd worden en zal uitgroeien tot een fabrieksstad.

 

LODEWIJK VAN VOORST
In de dagen na de brand wordt Lodewijk opgepakt op verdenking van brandstichting. De bronnen spreken over enig wantrouwen bij burgemeester ten Cate, die wetenschap heeft van onrust bij de arbeidersklasse. Na het voorarrest wordt Lodewijk van Voorst vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs.
Zelf ben ik dan heel benieuwd hoe het verder gaat met Lodewijk van Voorst. Gaat hij weer in Enschede wonen, hoe verloopt zijn leven. Ik heb dit niet terug kunnen vinden, maar het lijkt me heel interessant. Zou hij een ingetogen man zijn geworden, of zou hij een Posttraumatisch Stress Stoornis hebben opgelopen na het besef van de gevolgen van zijn onoplettendheid in relatie met de woorden die hij de dagen ervoor heeft uitgesproken. Ik ben trouwens helemaal nieuwsgierig hoe ze dit hebben kunnen optekenen in de ongetwijfeld chaotische periode die de stad onderging.

HISTORISCH BELANG VAN HET FEIT
De stadsbrand schijnt de laatste grote stadsbrand te zijn geweest in Europa. Maar het is natuurlijk inmiddels 152 jaar geleden. Hoe lang duurt een collectief geheugen vraag ik me af. Was het toentertijd ook groot landelijk nieuws dat in alle kranten verscheen, of was Enschede voor Den Haag een ‘Verwegistan’ en in negorijen zoals Enschede gebeuren nu eenmaal dit soort dingen?  Zou het net zoiets zijn zoals wij rampspoed lezen in de krant over welk land dan ook als het maar ‘ver van ons bed is’? Zou het in het nationale geheugen anders zijn geweest als Amsterdam of Den Haag op deze wijze getroffen zou zijn. Of is het feit dat de tijd alle wonden heelt, ook in het collectieve geheugen. Want hoe anders is het nog bij het bombardement van Rotterdam in 1940 of de Watersnoodramp in 1953? Is zoiets weg op het moment dat de direct betrokkene het niet meer na kunnen vertellen? Geldt dat ook voor de mensen in Enschede of de rest van Twente? Mijn vader, geboren in 1931 heb ik er, bij mijn weten nooit over horen praten. Zijn opa’s en oma’s zijn alleen al van na 1862. Zullen al die studenten die in de nabijheid van dit plein hun biertjes drinken weet hebben van dit beeld? In de jaren tachtig kwam ik regelmatig in Enschede bij een vriend op bezoek, maar meestal was het al donker als ik op dit plein kwam. De staat waarmee ik terugging naar het huis van mijn kameraad die woonde in de Padmossingel of -weg lieten wijze geschiedenislessen niet meer toe.

Het is trouwens wel een cynisch toeval dat juist Enschede een van de plaatsen is die nog wel bekend is om brand. De vuurwerkramp van mei 2000 staat ook de minder geletterde nog in het geheugen. Ik hoor het nog regelmatig in de verschillende voetbalstadions.
Ik zou wel eens van een onderzoek willen horen waarbij navraag is gedaan is bij de Enschedese bevolking of zij weten van de stadsbrand uit 1862 en of zij wel eens bij het beeld op de Grote Markt hebben stilgestaan. En of ze het nu wel of niet massaal weten, het heeft wel grote gevolgen voor het Enschede van nu. Net als Rotterdam wordt de hele opbouw van de stad bepaald door de gebeurtenis van 7 mei 1862. De toenmalige wederopbouw heeft voor modernisering en industriële ontplooiing gezorgd. Enschede groeide uit tot een stad die op dit moment qua inwonertal niet niet in de top 10 komt in Nederland. Enschede is relatief wijds en planmatig gebouwd en het zal voorlopig hierdoor zeker niet op de Werelderfgoedlijst terecht komen.

Toch geinig door een moment van verbazing en een zoektocht met behulp van ome Google zorgt ervoor dat je in een half uur aanzienlijke informatie kunt krijgen over een vergeten, of in ieder geval voor mij onbekend historisch feit. Ik kijk uit naar de scriptie van Anne Riemersma om vooral naast de droge feiten, meer te weten te komen over de mentale beleving van de bevolking in die tijd.

Links

1. Informatie over de betekenis van het beeld en de kunstenaar.

http://www.vanderkrogt.net/standbeelden/object.php?record=OV06ch

2. Filmpje bij de regionale zender Oost rondom de herdenking van 2012.

rtv oost http://www.youtube.com/watch?v=qd-rTJS-ZPU

3. Speciale website met veel informatie over de brand
http://www.stadsbrandenschede.nl/ Een hele site over de brand

4. Delen uit het stageproject van Anne Riemersma

http://stadsarchief.enschede.nl/bestanden/GetuigenStadsbrand/

 

Met uitzondering van de eerste foto die ik tijdens de lunchpauze zelf heb gemaakt, heb ik het meeste beeldmateriaal ‘geplukt’ van genoemde sites.

Wandelen rond de hoogmis. Stephanuskerk te BORNE

 

 

INLEIDING

Het is weer eens nodig, een wandeling rond de hoogmis. De laatste keren betrof het wandelingen op plekken waar ik op vakantie was, maar een actieve wandeling vanuit de thuissituatie is langer geleden. De winterse weersomstandigheden laten een autorit toe. De zon schijnt zelfs tegen soms donkere luchten, hetgeen prachtige plaatjes met eigenaardige lichtvallen oplevert langs de A1 richting Twente. U moet het maar van me aannemen, want foto’s heb ik er niet van.

De ‘wandeling’ gaat naar Borne, het hart van Twente, maar ongetwijfeld zullen meer trotse Twentse dorpen zichzelf die eigenschap toedichten. Borne, de geboorteplaats van mijn vader en al zijn broers en zussen. Mijn grootouders bestierden een kleine supermarkt en alle jeugdverhalen van mijn vader vinden hier plaats. De kerk nam (en neemt) nog steeds een substantieel deel in als het zijn verhalen uit de oude doos betreft. Er woont niemand meer van de familie en dat is eigenlijk onbegrijpelijk, want Borne is best een aardige plaats om te wandelen. In mijn optiek een typische Twentse plaats qua atmosfeer en architectuur. Beide eigenschappen kan ik niet eens bondig omschrijven, maar, het is gewoon Twents.

De derde kaars van de adventskrant is aangestoken vandaag.

DE STEPHANUSKERK

Midden in Borne staat de Stephanuskerk, gebouwd in de jaren tachtig van de negentiende eeuw. Een van de vele kerken die juist in die periode van bloei van de katholieke kerk in Nederland is gebouwd. Met het huidige referentiekader zou je verwachten dat het een economische bloeiperiode moet zijn geweest, want veel bouwen, betekent dat het economisch goed gaat. De katholieke kerk ging het in ieder geval goed in die periode en ook in Borne. Zo goed zelfs dat een tweede katholieke kerk vijftig jaar later noodzakelijk was. Mijn vader herinnert zich de bouw van de zusterkerk in Borne, de Theresiakerk, nog goed.

TIPJE VAN HET RIJKE ROOMSCHE LEVEN

De Stephanuskerk te Borne, middelpunt van het dorp, maar voor mijn vader, als ik zijn verhalen mag geloven, vaak een lijdensweg, met meerdere diensten op zondag.

‘Toch zal hij als klein jongetje in ieder geval vroom en erg katholiek zijn geweest, want hij wenste Paus van Borne te worden of in ieder geval bisschop. Het is er niet van gekomen, maar mijn grootouders konden tevreden zijn, het Roomsche gezin heeft in ieder geval één priester afgeleverd, met daarbij de nadruk op ‘konden’.

Na enige jaren een priesterleven in Brazilië te hebben doorgemaakt, lonkte het wereldse leven, mogelijk vooraf gegaan aan twijfels aan de Roomsch katholieke leer. Dat vertelt het familieverhaal voorlopig nog niet, in ieder geval niet aan mij.

De kerkgang was vaak een gruwel voor mijn vader, want als oudste zoon van een kruidenier was hij samen met zijn broers en zussen, ook tijdens de kerkdiensten, het uithangbord van de winkel. En zekerheid voor voldoende klandizie was naast het bieden van kwaliteit, vooral ook het zijn van een vroom katholiek gezin. Misdragingen, hoe miniem dan ook, vaak geklikt door andere kerkgangers, werden door mijn grootvader op niet mis te verstane wijze gecorrigeerd.

Als kruideniersgezin behoorde je niet tot de notabelen van het dorp, maar enige status had je zeker en dat uitte zich door het bankrecht dat je je moest verwerven in de kerk. Je zat niet vooraan, maar zeker niet achterin. Een lege plek tijdens de mis leverde vragen op van de gemeenschap.

Misdragingen moesten bovendien verteld worden aan de biechtvader, want zonder een schoon geweten geen communie. En als vrouwen niet ter communie gingen, dan wist de hele gemeenschap dat er binnen onafzienbare tijd een nieuwe kerkgenoot op komst was. In die tijden, jaren dertig en veertig van de twintigste eeuw was het nog: ‘Gaat heen en vermenigvuldig u.’ Dat hiervoor acties ondernomen moesten worden die voor vrouwen zondig waren en dus biechtplichtig, werd als vanzelfsprekend aangenomen, er is immers maar één Heilige Maagd Maria. Voor mannen gold een soortgelijke plicht overigens niet.

En verzaken van je eerlijkheid tijdens de biecht was er niet bij, want hoe veel rozenhoedjes als genoegdoening ook gebeden moesten worden, de straf van de Allesziende was nog veel draconischer. Het vagevuur, hel en verdoemis speelden mogelijk een vooraanstaande rol. De boetvaardigheid was dus groot, maar dat is in de loop der jaren belangrijk minder geworden bij mijn vader (en zijn broers en zussen.)’

 De biechtstoel, volgens welingelichte kringen nog op dezelfde plaats.

DE ‘WANDELING’ NAAR DE KERK

Een kleine honderd kilometers moeten afgelegd worden om Borne te bereiken. Dat kan in alle rust en ik verheug me op het programma ‘Vroege vogels’ op Radio 1. Dat geeft zo’n lekker solidair gevoel als je rond negen uur als een van de weinigen op de weg bent. Ik kom het programma binnen als het over de mergelgrotten in Zuid-Limburg gaat. Pleitbezorgers voor het behoud van de grotten, willen dat deze ondergrondse landschappen een beschermde status krijgen. Een van hun argumenten is ook de kunstuitingen door Jezuïeten gemaakt aan het begin van de twintigste eeuw.

‘Ik vind het goed.’

Eigenlijk zit ik te wachten op het volgende onderwerp, maar het hele uur staan de mergelgrotten centraal. Een tegenvaller, ik had gehoopt om meer contemplatieve onderwerpen van het nog immer populaire radioprogramma. Ruim op tijd arriveer ik in Borne om nog wat foto’s te maken en naar het grootouderlijk huis te lopen. Zo kan ik me een voorstelling maken van de kerkgang naar de Stephanuskerk, toentertijd.

  Grootouderlijk huis en de weg naar de kerk

Eenmaal binnen valt me het licht op, terwijl de neogotische kerk alleen maar glas-in-lood ramen heeft, die volgens mij beperkt licht doorlaten. De aangebrachte partijen elektrische verlichting, maakt het kerkgebouw helder, zonder kil te worden. In combinatie met de kleurrijke glas-in-loodramen, oogt het gebouw in deze adventperiode feestelijk. Dit moeten ook anderen gedacht hebben, want meer dan honderd gelovigen, weliswaar veelal zestigplussers, maar ook een enkel kind en/of jongere, bezochten de dienst. Dat heb ik bij menig wandeling wel anders meegemaakt. Het grote nadeel van niet alleen in een kerkbank te kunnen zitten, is het ontbreken van volledige anonimiteit. De dame naast me kijkt menigmaal naar haar schrijvende medekerkganger. Gelukkig ziet ze ook dat het ‘staan, knielen, mee prevelen en de communie’ gewoon werd ondergaan door haar buurman. Zelf een bijdrage aan de collecte ontbreekt niet.

DE KERKDIENST

Tijdens de dienst heb ik weinig opvallende zaken waargenomen. Er is een gemengd koor dat af en toe zelfs een Latijns ‘moppie’ ten gehore brengt. Borne heeft nog de luxe van twee misdienaars die pastoor van der Sman bijstaan. Een koster en een voorganger van de Eerste Lezing completeren het personeel ten tijde van de dienst. De vrouw die deze lezing voordraagt (Jesaja 35, 1-6a.10) ontlokt me nog een enorme glimlach. Haar tekst begint met:

‘Zo spreekt de Heer:’

En de wijze waarop de ‘o’ van ‘zo’ uitgesproken wordt was wel zòòòòò onvervalst Twents, prachtig gewoon, want ‘Zo spreekt immers een Twentse.’

Een kleine meid van ongeveer 7 of 8 jaar met de naam Loes, leest ter gelegenheid van de derde adventzondag een gedichtje voor. Zij is samen met, volgens mij de zoon van de koster, de enige minderjarige in de kerk. Wel wordt de dienst gevolgd in het parochiehuis door kinderen met behulp van een pastor, die mogelijk een eigen draai aan de sobere dienst zal geven. Ik kan het u niet vertellen, ik was er niet bij.

De soberheid van de dienst moet vertaald worden met volledige herkenbaarheid mijnerzijds. De gebeden en woordkeuze ken ik uit mijn eigen jeugd (als misdienaar) en met weinig moeite gaan de laatjes in mijn geheugen open. En als er op het eerste gezicht geen opvallende zaken tijdens de dienst gebeuren, mensen allemaal in hun rol blijven, dan rest mij slechts de preek om inhoudelijk te bespreken, want die is volgens mij iedere zondag anders en vaak de persoonlijke boodschap van de pastoor. Nee, deze dienst was in mijn optiek een typische katholieke mantra en er is natuurlijk niets mis met een mantra om naar binnengekeerd de zondag te starten.

De preek

In de preek komen meer wereldse zaken ter sprake, al zal iedere pastoor mogelijk terecht opmerken dat ook de Bijbelse teksten per definitie actueel zijn. Echter taalgebruik is niet altijd up-to-date en de vertaalslag naar het hier en nu niet altijd eenvoudig. De preek is voor mij vaak een houvast van de sfeer van dat moment of in ieder geval van de pastoor. Na aanleiding van het evangelieverhaal vraagt pastoor van der Sman zich af hoe wij zouden hebben gereageerd op (de komst van) Jezus. Zouden wij vol verlangen zijn geweest? Hij maakt het vergelijk met het verlangen van kinderen rondom de Sinterklaastijd. Dat verlangen van de kinderen is gelijk aan het verlangen naar de geboorte van Jezus, de adventperiode dus. Maar het verlangen van kinderen gaat vaak gepaard met ongeduld of erger nog, ontevredenheid. Het moet beter, groter en sneller. Onwillekeurig moet ik denken aan een stukje cabaret van Youp van ’t Hek, die deze problematiek ook beschrijft.

Ik ben het eens met de pastoor, maar vind daarbij de kinderen slechts exemplarisch voor de hele maatschappij. Gelukkig komt hij meteen ook met een voorbeeld van het ongeduld bij de bakker, bij wie de keuze voor twintig broden nog niet voldoende is. Hij zet dit af tegen de nooddruftigen elders in de wereld. Pastoor van der Sman wil dat ook benadrukken ter gelegenheid van zijn 25 jarig priesterschap in januari 2011 om geld in te zamelen voor projecten in Sri Lanka. Ik denk dat maar weinigen de pastoor ongelijk zullen geven in het meer, beter en sneller in de Westerse wereld. Nu de daad nog bij het woord voegen.

‘Dat is de oude Stephanuskerk, maar dat weten niet zoveel mensen meer in Borne. Deze kerk is al sinds mensenheugenis in gebruik door de Nederlandse Hervormden.’

WANDELING TERUG

De kerk loopt vrij snel leeg, dus de gelegenheid om de laatste foto’s te schieten. Ik word gewezen op de mogelijkheid om vanaf het in onbruik geraakte kerkkoor een foto te maken. Ik benader daarvoor de koster (volgens mij) die de sleutel ophaalt.

Op weg naar de auto zie ik de andere katholieke kerk en maak een foto om het Rijke Roomse leven van Borne in vroeger tijden te symboliseren. Na afloop rijd ik naar mijn ouders voor een kop koffie en op de radio gaat het nog steeds over de mergelgrotten in Zuid-Limburg.

Het is trouwens maar goed dat ik mijn vader consulteer over mijn wandeling rondom de hoogmis in Borne.

‘Dat is de oude Stephanuskerk, maar dat weten niet zoveel mensen meer in Borne. Deze kerk is al sinds mensenheugenis in gebruik door de Nederlandse Hervormden.’

 

Andere wandelingen:

Hoe het begon; H. Remigius, Duiven; Andreasparochie, Groessen; Pauluskerk, Raalte; Abdij Sion, Diepenveen; Werenfriduskerk, Westervoort ; St. Antonius Abt Parochie, Loo; St. Stevenskerk, NijmegenMartinuskerk, Twello ; St. Mary -Star of the Sea Church, Hasting (GB); Ned. Herv. Kerk, Achlum; Kölnerdomkirche, Keulen; Stephanuskerk, Borne ; Vrij Katholieke Kerk ChristusPantocrator, Raalte, Stephanuskerk, Heel