Ouverture in Hoofdklasse: Keienslöppers tegen de Stoppelkaters

Op weg naar de keienslöppers

Nauwkeurig bestudeer ik de buienradar en weeronline en kom tot de conclusie dat hedenmiddag de weergoden ons goed gezind zijn, dus besluit ik de openingswedstrijd van ROHDA Raalte te bezoeken. Eenmaal aangekomen kan ik het ‘stadion’ niet missen, want groots wordt de ‘voetbalhoofdstad’ van de Achterhoek gepresenteerd. Om de pretenties moet ik glimlachen en bij de voetbalhoofdstad denk ik nog altijd aan de Superboeren, twintig kilometer verderop. Aan de andere kant begrijp ik dat het nabij gelegen Groenlo met hun stadse fratsen, paars aanloopt van jaloezie en daar is het mogelijk ook om te doen.

Overigens is het complex van Longa ’30 vriendelijk, verzorgd en redelijk bezocht en al zijn het geen Superboeren, het programmaboekje werd wel meteen ondergescheten door de eerste de beste vliegende kip. Over boeren gesproken, ik herinner me dat er vroeger bij ROHDA op de wijs van ‘We’ve got the whole world in our hand’ werd gezongen: ‘Wi bunt een boerencluppie uut Roalte, Wi bunt een boerencluppie uit Roalte, moar wi stoat lekker bôvenan.’

Lang vervlogen tijden, maar waarom zou deze middag de ouverture van een geweldig seizoen niet beginnen in Lichtenvoorde. Bijvoorbeeld door de voormalige eersteklassers eens te laten proeven aan het echte Hoofdklasse niveau. Pretenties? Dat mag in de voetbalhoofdstad van de Achterhoek.

Tussen de feesten door

Zelf ben ik nog wel even bang dat Stoppelhaene nog in de benen zit, maar dat wordt dan mogelijk gecompenseerd doordat Longa ’30 ook al met één been in hun kermis verkeert. Na de aftrap starten twee elftallen die wel willen, maar niet kunnen. Daarbij is het balbezit het eerste half uur net iets meer voor de Raaltenaren, maar om nu te zeggen dat er iets substantieels meegedaan wordt, nee. Het tikje opzij, soms afgewisseld met een lange bal, opzij, weet ROHDA de bal in zijn gelederen te houden. Aandrang om naar voren te gaan, is er niet. Ik doceer mijn oudste zoon dat dit vragen om problemen is. Naast voetbalvisie leer ik hem ook een deugdelijk spreekwoord: ‘Wie wind zaait, kan storm oogsten.’ En zoals het met spreekwoorden is, ze komen uiteindelijk altijd uit of bevatten een kern van waarheid. In de 31e, 32e en 35e minuut kroop ROHDA door het oog van de naald, weer zo’n spreekwoord dat allesomvattend de waarheid in zich herbergt. Dankzij keeper Ruben Tepperik (Jens Veldwachter?) bleef het doel schoon, de Lichtenvoordse storm van bijna orkaankracht, bleef zonder schade voor ROHDA. De kramp in de ROHDA verdediging is het logische gevolg van het ontbreken van aansluiting met het middenveld. Het aantal ballen terug op de keeper was groot en dat is voor Longa’30 natuurlijk het sein dat er iets te halen is. De laatste tien minuten luwde de storm en hielden de ploegen elkaar in evenwicht.

De scheids

In de pauze luisterde ik naar de gesprekken van een aantal autochtone Lichteenvoorders die het niet begrepen hadden op de scheidsrechter. De jongens van Raalte gingen steeds zomaar liggen, het leek nergens op. Nu was het mij ook opgevallen dat er veel onderbrekingen waren, maar om het arbitrale trio daar nu de schuld van te geven, vind ik met al mijn ‘objectiviteit’ zeer ten onrechte. Wat mij opviel is, hoewel de wedstrijd zeker niet hard was, dat de spelers van Longa vaak net iets te laat waren en daarmee onbedoeld op incorrecte wijze op ROHDA spelers stuitten. Niet erg, de handelingssnelheid komt misschien in de loop van het seizoen nog wel, beste collega-supporters van de Achterhoekse voetbalhoofdstad, maar wel even de hand in eigen boezem steken. (Ja, warempel geheel spontaan weer een spreekwoord) In de tweede helft zou het nog erger worden, waarbij de vermoeidheid bij een aantal spelers zorgde dat het aantal onderbrekingen verder toe nam.

Hopen op een geniepige tegenwind

Als argeloze supporter hoop je altijd dat de thee in de pauze vergezeld gaat met een donderpreek. Ik vond het nodig, want in essentie zou ROHDA een maatje te groot kunnen zijn voor Longa’30, het kwam er niet uit. In de tweede helft probeerden de RoodGelen het wel, maar tot echte doelrijpe kansen kwam het niet. En nu ga ik even de zeurkous spelen, je weet wel, van die beste stuurlui die aan wal staan. En met dit vierde spreekwoord meld ik dat ook hier de linies niet aansloten, drie eenzame aanvallers kwamen tot de achterlijn of richting het zestienmeterlijn gebied zonder ondersteuning. En ik zit niet uit mijn nek te lullen, want de eerste en enige echte goede kans van ROHDA was in de 62e minuut een schot op de paal (van nummer 9, volgens mij Dirk Jan Klijn Velderman) De kans was vooraf gegaan door opkomende middenvelders waardoor het spel over meer schijven gespeeld kon worden. (Tjemig ik zou zomaar coach kunnen worden) Met de inbreng van de nieuwste aanwinst Teje ten Den op rechts bleef er nog even dreiging komen, maar van een echter Raalter Wind was zeker geen sprake. Als supporter hoop je stiekem nog op een geniepig doelpunt, onverwachte tegenwind. Schietgebedjes mochten niet baten, sterker nog, op het einde waren de beste kansen voor Longa’30 waarbij Django Ngutra (5) de Allesbestierende op zijn blote knieën mocht bedanken dat hij slechts geel kreeg.

Een matige openingswedstrijd, waarbij ik nog net durf te zeggen dat een gelijkspel een terechte uitslag is, maar het blijft met vuur spelen als er zo weinig initiatief wordt genomen, terwijl de tegenstander wel de mogelijkheden biedt. De weergoden hielden hun woord, de voetbalgoden in Lichtenvoorde lieten het afweten. Misschien een volgende keer wanneer ik mijn oude cluppie weer eens bezoek, gaat het beter. Of is het roeien met de riemen die je hebt.

 

Sportverslag? Of gewoon een sfeertekening?

Nostalgie naar de jaren tachtig

Een affiche, begin jaren tachtig in Raalte, met daarop ROHDA- Rheden, deed je als vaste supporter van de roodgelen sidderen. Al had ROHDA inmiddels zijn sporen verdiend, de topclub van de hoofdklasse B (toen nog) was Rheden. Een grote club voor mij als tiener. Sinds 1984 ben ik weg uit Raalte, maar via de verschillende media volg ik de uitslagen nog wekelijks, al zeggen de namen me niets meer. De laatste jaren heb ik af en toe een wedstrijd gezien in de buurt van mijn woonplaats. Onlangs zag ik het eerste elftal niet onverdienstelijk spelen tegen RKHVV. Vanmiddag dus in Rheden en ik ken de stand op dit moment. Een voetbalthriller zal het niet worden.

Als hobbyschrijver en blogger over van alles en nog wat, ga ik mijn primeur maar eens maken op het gebied van de sportverslaggeving. Hoewel, mezelf kennende zal het eerder een sfeerverslag worden.

Vroeger was alles beter?

De ambiance van het sportpark in Rheden voldeed in de verste verte niet aan mijn hooggespannen verwachtingen van zo’n club met naam en faam. Weliswaar een vriendelijke uitstraling, maar onmiskenbaar een dorpsclub met bijpassende belevingscultuur. Bij binnenkomst werden alle namen opgenoemd, te laat om dit snel mee te schrijven in het programmaboekje, dus mijn eerste foutje als sportverslaggever. Gelukkig had ik mijn zoon als co-supporter meegenomen, dus we probeerden tijdens de wedstrijd de namen en nummers met elkaar te corresponderen.

 

Vlak voor de aftrap keek ik eens om me heen. Ik wist dat 1500 toeschouwers van vroeger niet meer gehaald werd. Nu zijn er ruim honderd. Ik tel de voetballers zelf gemakshalve maar mee. Een dame zat in de zon te studeren, anderen genoten in het begin vooral van de zon.

 ROHDA speelde de eerste twintig minuten met een indrukwekkend veldoverwicht. Ze wisten elkaar tot aan de zestien meterlijn goed te vinden, maar een echte kans werd er nog niet gecreëerd. Mogelijk dat dit ook aan de assistent-scheidsrechter lag. Hij vlagde drie keer buitenspel, waarvan twee keer onjuist en de derde keer was discutabel. Vanaf onze positie was dit onweerlegbaar duidelijk.

Nu weet ik weer waarom ik als keeper nooit furore heb kunnen maken. Mijn ogen waren (en zijn) te slecht, want de op de shirts gedrukte namen, waren amper leesbaar voor mij (en mijn co-supporter) en daarmee komt er geen contentieus voetbalverslag.

In de 28e minuut scoort Sander Kok de verwachte 0-1.

Terwijl we toch ons best doen de namen te vinden bij de juiste nummers, constateer ik dat naast echt Sallandse namen, ook meerdere buitenlandse namen in ‘loondienst’ zijn van ROHDA. En dat is natuurlijk heel logisch, maar in mijn gedachten speelt het kampioensteam van toen. ‘We’ hadden één donkere jongen, de Parel van Salland en omstreken, Fons van Gorkum, als ik het me goed kan herinneren. Een andere held uit die tijd, was Frans Leushuis, die ondanks zijn weinig atletische voorkomen regelmatig belangrijke doelpunten meepikte.

Met in de 38e minuut het eerste schot op doel van Rheden, blijft ROHDA de duidelijk sterkere partij.

Twee supporters op leeftijd van de thuisclub merken dat ook en mopperen aan een stuk door over het spelniveau van hun cluppie. Dat zijn ze in het verleden wel anders gewend. Terwijl ze de wedstrijd zeer kritisch bekijken, verhalen ze over vroeger tijden als twee volleerde Muppets, die zitting hebben op het balkon van de gelijknamige show.

Met 0-1 wordt de rust ingegaan.

 

 

 

Rust

Op de nauwelijks bezette tribune staat een heel sympathiek hokje waar je koffie kunt halen. Dat is handig, dan hoef je niet naar een drukke kantine. In ‘Willy’s Hôkske’ wordt er gelijk nog een plak koek bij geserveerd. Een clubman loopt langs het veld en ruimt hier en daar een blikje en een prulletje op. En ik, ik verbaas me over de grote hoeveelheid dovenetel lang het veld. Tenminste, ik denk dat het dovenetel is. Wat in al die jaren trouwens niet veranderd is, zijn de cassettebandjes met pauzemuziek. Maar hoe aftands de muziek ook is, het heeft wel iets vertrouwds.

Kom op ‘Réje’ 

Bij aanvang van de tweede helft blijven we in de buurt van Willy’s Hôkske zitten. Bij gebrek aan klandizie gaat, waarschijnlijk Willy zelf, ook maar op de tribune zitten, keuvelen over voetbal en andere zaken met een clubgenote. Bijna smekend klinkt er vanaf de tribune enkele keren ‘Kom op, Reje’. Het mag niet baten.

 Andermaal scoort Sander Kok, 2-0 voor de roodgelen. Heel terecht roept een van de ROHDA-spelers. “We zijn nog niet klaar.”

En dan gebeurt er toch wat ik als voetbalkenner verwacht, maar natuurlijk niet hoop. De thuisclub lijkt zich al verzoend te hebben met de aanstaande degradatie en in plaats van door te drukken, overvalt gemakzucht het elftal uit Raalte. Een collega van Willy schreeuwt vanuit het ‘hôkske’  bijna wanhopig ‘Kop Réje. Het helpt. Alle spelers van ROHDA zitten het derde doelpunt al te bedenken.

Een van de eerste uitvallen van Rheden, levert een corner op, Branco de Kock scoort voor de thuisclub in de 53e minuut. 1-2.

Er gloort weer hoop, het ‘kom op Réje klinkt minder wanhopig. Langs de kant belooft Willy een van de spelers een lekker drankje na afloop van de wedstrijd. ‘Er hoeven er nog maar twee in.’ Het smeergeld van Willy was niet genoeg.

Puntjes op de i

In de 68e minuut vervolmaakt Sander Kok zijn hattrick, 1-3. Daarna is het een kwestie van uitspelen en ruim vijf minuten later scoort Melvin Velthuis uit een goed genomen corner. De hoofden van de Rhedenspelers zijn al bij de eerste klasse. Ze zijn echt een flinke maat te klein voor ROHDA. 1-4 tevens de eindstand.

Willy hoeft geen drankje te betalen, hooguit een troostborreltje. En ROHDA, ik blijf het volgen. Ik vind dat er een goed combinerend team stond vandaag, met fysiek sterke en snelle jongens. Het afwerken kan over de hele linie scherper. De ploeg lijkt, op basis van deze wedstrijd, voor doelpunten te afhankelijk van één speler. Dit jaar zit er geen kampioenschap meer in, misschien volgend jaar. Ik hoop trouwens dat de ambities verder reiken en ROHDA binnen enkele jaren weer bij de topclubs uit Groesbeek in de overgangsklasse komt te voetballen. Ook Groesbeek is relatief gemakkelijk te bereizen voor me.