Begrip, van de dag (7) Zo trots als een pauw

ZO TROTS ALS EEN PAUW

Bij het wegzakken van een hazenslaapje kreeg ik het terloops nog mee. In het programma van Mathijs van Nieuwkerk werd de Sonja Barend Award uitgereikt aan niemand minder dan Jeroen Pauw. Met de kop nog vol snot, herstellend van een akelige verkoudheid, dacht ik nog ‘Hebben we dan niet beter in Nederland?’ Blijkbaar niet en ik ging over tot de orde van de dag, in mijn geval wegzakken in een broodnodig slaapje om me verder te herstellen van de griep. De wereld draait toch wel door.

Een goed uur later, mijn gestel had blijkbaar meerdere slapen nodig, werd ik kattig wakker. De vermoeidheid nog sterker in mijn lijf zoals te doen gebruikelijk is als een hazenslaapje onverwacht uitloopt. Het duurt dan vaak een hele poos voordat je je herstelt hebt van je rust. Een quality-nap was het zeker niet. Dit zijn ook de momenten dat de misantroop in me naar boven komt. Snel zoek ik op internet, het is toch niet waar dat die Pauw een prijs gewonnen heeft? Het blijkt dat ik niet gedroomd heb. Hij heeft gewonnen. Wat is er mis mijn mijn oordeelsvermogen vraag ik me neerslachtig af?

Het is al jaren vaste prik om met plezier de dag te eindigen met een afsluiting à la Barend en Van Dorp, Jinek, Pauw en Witteman en Knevel & Van de Brink. Toegegeven, als een setje te lang achter elkaar bezig is, ontstaan er sleetse vlekken. Dat was bij Pauw&Witteman onmiskenbaar, al lag dat volgens mij meer bij Pauw dan bij Witteman. Toch mocht de eerste alleen verder. Al weken erger ik me in toenemende mate aan zijn zelfingenomenheid, ongeïnteresseerdheid, ja zelfs gebrek aan professionaliteit. Ik vind hem bij uitstek een vertegenwoordiger van de door mezelf uitgevonden term ‘grachtengordelfascisme’. Ik weet dat je voorzichtig moet zijn met zulke termen, maar soms mag je die vrijheid nemen en hanteer je in een column de hyperbool. Daar staat ie dan weer vanavond, zo trots als een Pauw de beste interviewer te wezen. Eén voordeel, tegen die tijd ben ik weer hoentjesfris en kan ik mijn slaperige mening staven met frisse argumenten. Die komen toch wel.

Kakelkrant van Sprakeloos 23: Moet ik het verdorie weer over Rob Oudkerk hebben?

 

Het is niet de eerste keer dat ik de sterke behoefte, misschien wel levensnoodzaak, voel om te fulmineren tegen oud PvdA politicus Rob Oudkerk. Wat werd ik gisteravond (26 september) weer een partij misselijk bij het aanhoren van die man bij de Pauw&Witteman. En mijn groeiende antipathie heeft niets te maken dat hij in het verleden de zwakste en meest afhankelijke vrouwen van de straat heeft bezoedeld, helemaal niets, al vind ik dat ook niet getuigen van innerlijke kracht.

Nee, ik ga echt over mijn nek bij Oudkerk als goeroe, vermomd als lector Leefstijlverandering bij Jongeren, zit te preken. Gisteravond gooide hij weer een balletje op om ongezonde levensgewoonten separaat aan pakken. Roken, drinken, vetzucht en gebrek aan beweging wil ook dominee Oudkerk gaan criminaliseren.

Wie is deze man, (nog net) babyboomer, die ons de les moet lezen. Natuurlijk is roken ongezond, ik kan er over mee praten; Natuurlijk is te dik zijn slecht, nog even en ik kan er over meepraten; Natuurlijk is te weinig bewegen niet best, ik zou ook liever meer bewegen dan mijn bureaustoel constant warm te houden. Trouwens, topwielrenster Marianne Vos, ook aan tafel bij P&W, memoreerde dat ook topsport erg ongezond is.

Je moet ook wel een hele druiloor zijn om het tegendeel nog te beweren. Rob Oudkerk is echter ook een druiloor, en stekeblind. Een druiloor omdat hij zijn gewichtsverlies als een overjarige gekerstende EO-er predikt. “Ik heb het licht gezien, dus JIJ MOET ook het licht zien, op wrake van de gesel OUDKERK, dus straf via de zorgpremie. Stekeblind omdat hij amechtig zijn best deed het probleem los te zien van de context van de Nederlandse samenleving. Bevoogdend, betuttelend en vooral hautain kakelt hij zijn bevindingen in de ether over roken en vetzucht. Man, kijk eens om je heen hoe de samenleving georganiseerd is, hoe armoede vetzucht met zich meebrengt, immers goedkoper, hoe verslavingsgedrag, naast een belangrijke genetische (!) component, ook voor een deel met (culturele) armoede heeft te maken. Zie je als gewezen sociaaldemocraat niet meer hoeveel mensen sowieso moeite hebben op alle fronten aan het ideaal plaatje te voldoen. Ze moeten de ideale partner zijn, uitstekende opvoeders, fijne collega’s, sociale buren, betrokken dorpsgenoten en als het om kinderen gaat worden ze al helemaal rondgeslingerd door 1001 ongezonde levensopties. Pak die context aan en vervuil de ether niet met je extreem liberale “eigen schuld, dikke bult-evangelie”.

Ik kan nog wel een lijstje maken, naast alcohol, vet en nicotine dat ook bestraft moet worden. Wielrenster Vos noemde topsport al, maar wat te denken van sport in het algemeen. Als huisarts weet u vast wel hoe de EHBO-posten en huisartsenpraktijken in de weekeinden en de maandagochtend eruit zien. Welke risico’s loop je als je te hard rijd, te veel en te hard werkt, of te fundamentalistisch je eigen gelijk zit te prediken. Ongezondleven-lijstjes zijn oneindig te maken, leven is één groot risico, waarbij het einde vaststaat. Een leefbare samenleving is de enige garantie voor minder expansieve kosten in de zorg. O ja, nog iets dat helpt de gezondheidskosten te reduceren en dat is het ophogen van de gelden voor de Openbare GGZ te verhogen. Zij kunnen dan de Rob Oudkerken uit onze samenleving van de buis weren, dat scheelt in ieder geval heel veel extra maagzuurremmers.

 

Dienstreizen van een thuisblijver / Maarten ’t Hart

En dan zit daar Maarten ’t Hart bij Pauw&Witteman, voor mij een reden om vooral wel te kijken. Want na lezing van het boek ‘Het woeden der gehele wereld’ dreig ik zomaar een ’t Hart fan te worden. Maarten ’t Hart is aangeschoven, maar maakt vooral duidelijk dat hij er eigenlijk niet wil zijn, maar dat het de uitgeversverplichtingen zijn die hem nopen om rond middernacht nog van huis en haard weg te zijn. Enige misantropie is hem niet vreemd. Hij moet zijn nieuwe boek ‘Dienstreizen van een thuisblijver’ promoten.

Maarten ‘ t Hart

Dienstreizen van een thuisblijver

Uitgeverij Arbeiderspers

2011

 In het gesprek gaat het vooral over observaties van ’t Hart ten aanzien van een aantal Nederlandse schrijvers. Ik krijg de indruk dat hij een soort Story of Privé heeft gemaakt van een hoog literair gehalte en alle saillante details over de literaire ‘fine fleur’ heeft uitgepoept. ‘Dat boek moet ik hebben.’ En toch kom je dan bedrogen uit als consument, want slechts een verhaal gaat echt over een dienstreis naar Göteborg om aldaar het Nederlandse boek te promoten. Inmiddels weet ik hoe ’t Hart denkt over Conny Palmen en hunkerde om van zijn passie voor de Tjechische componist Smetana te delen, tevergeefs blijkt uit lezing van het vermakelijke relaas.

Maar goed, wat heet bedrogen, als naast de dienstreis naar Zweden nog 17 uiterst vermakelijke dienstreizen en andere verhalen geschreven zijn. De lezer wordt meegevoerd naar uiteraard Maassluis en Warmond, maar ook naar Duitsland, Hongarije en Engeland. Grappig zijn ook de perikelen rondom het niet tot standkomen van een biografie over Simon Vestdijk door Maarten ’t Hart zelf. Het vermakelijkst vond ik de beschrijving van zijn verblijf in het ziekenhuis na een noodlottig ongeluk. Verder geeft de schrijver een tipje van de sluier over zijn bemoeienis rondom de zaak Lucia de B., inmiddels weer Lucia de Berk. Kortom, Maarten ’t Hart heeft zich goed verkocht bij Pauw & Witteman, maar levert kwaliteit.

Al schrijvende vraag ik me zo af wat mij nu zo trekt in inmiddels het tweede boek van de schrijver in korte tijd. Ik heb geen uitgesproken passie voor klassieke muziek. Ik ben zelf een uitgesproken gammastudent, al was ik erg trots om mijn 8 voor biologie op het VWO. Ik mag graag een potje voetbal kijken en ik heb helemaal niets met de Partij voor de Dieren. Allemaal zaken waarmee ik me moeilijk kan identificeren ten opzichte van Maarten ’t Hart. En toch lezen zijn verhalen al een trein, een dienstreizentrein welteverstaan.

Wat is het dan wat mij trekt? Ik denk zijn humor en zelfspot, zijn prachtige observaties en brede belangstelling. Ik ben na lezing van dit boek overtuigd dat ik meer boeken van hem wil lezen en die status heeft Maarten ’t Hart voor mij gemeen met Simon Carmiggelt en Philippe Claudel. Hij hoeft trouwens niet bang te zijn dat ik als idolate fan in Warmond zal rondlopen om hem te stalken. Ik zal hem zijn rust gunnen, zodat hij nog vele boeken kan schrijven.

Trouwens hij refereerde in het laatste verhaal, waarbij hij de Duitse fotograaf Tobias Todt ontvangt, aan ‘misschien wel de beste roman uit de Nederlands letterkunde, Tobias en de Dood.’ Mogelijk moet ik me schamen, maar ik heb nooit van het verhaal gehoord, terwijl mijn zoon nog wel zo heet. Bij de naam Oudshoorn gaat vaag een lampje branden, maar ook niet meer dan dat. Dus daar moeten we maar naar op zoek gaan. Hiervoor dank aan de schrijver.

Maarten ’t Hart, als het al een misantroop is, dan wel van het aimabele soort. Ik vind alleen de foto op de omslag al prachtig. Het doet me denken aan beelden uit de Griekse oudheid, al waren dat volgens mij vooral jongelingen en geen mannen met een markante kop.

Mijn beoordeling voor dit boek op een schaal van 1 tot 10: 8

==================================================================

EERDER GELEZEN EN BEOORDEELD

Boeken lezen, voor mij vooral een prettig tijdverdrijf. Soms wordt ik in het boek gezogen, soms koester ik de taal en is het lezen soms ‘slechts’ tijdspassering of heeft een goede marketing me in de greep. Maar ik vind er altijd wel iets van of het nu literair is of niet. Geheel losgekoppeld van de eisen van de middelbare school beoordeel ik mijn leesvoer. In de volle overtuiging dat mijn eigen socialisatieproces hier aan ten grondslag ligt en vooral ook mijn eigen beperkingen hiermee in de etalage komt te liggen. Het mag de pret niet drukken om cijfers uit te delen.

Mijn kleine Waanzin / Jan Brokken                                                                            7+

Winter in Madrid / C.J. Sansom                                                                                   8-

Harry Potter en de relieken v.d. dood /J.K. Rowling                                           7,5

De nazi en de kapper/ Edgar Hilsenrath                                                                    8-

Afrika / Jan Brokken                                                                                                         7,5

Pauperparadijs / Susanna Jansen                                                                              7,5

De Schaduw van de wind / Carlos Ruiz Zafón                                                          8+

De overgave / Arthur Japin (Na 200 pag. opgegeven)                                          5-

Erasmus en het poldermodel / Herman Pley                                                           7

Het woeden der gehele wereld / Maarten ’t Hart                                                   8-

Het verslag van Brodeck / Philippe Claudel                                                          8,5

De hand van mijn moeder / Nafisa Haji                                                                     7+

Knielen op een bed violen/ Jan Siebelink (na 250 pag. opgegeven)               5

Kleine landjes -berichten uit de Kaukasus / J.B. Cortius                                    7

Caesarion / Tommy Wieringa                                                                                        8

Harlekino / Tessa de Loo                                                                                                 7,5

Grijze Zielen / Philippe Claudel                                                                                    8

Het Rozeneiland / Sanne Terlouw                                                                                7

Brug der Zuchten / Richard Russo                                                                                8-

Het diner / Herman Koch                                                                                                 7

IJskastmoeder / Janneke van Bockel                                                                         7,5

God is Gek / Kluun                                                                                                               5

Duel / Joost Zwagerman                                                                                                   6,5

De hand van Fatima / Ildefonso Falcones                                                                 8-

Het zwijgen van Maria Zachea / Judith Koelemeijer                                             7,5

God’s Gym / Leon de Winter                                                                                            7+

Zoete Mond / Thomas Rosenboom                                                                                 7,5

Eenzaamheid van de priemgetallen / Paolo Giordano                                          8-

 De verborgen geschiedenis van Courtillon / Charles Lewinsky                         8

River van Vergetelheid / Philippe Claudel                                                                 8+

Het spel van de engel                                                                                                           7,5

Quadriga / F. Springer                                                                                                          7-

Sonny Boy / Annejet van der Zijl                                                                                       7,5

Kluun schreef mìnstens 1 boek te veel

Het actuele fenomeen Kluun, met afgelopen vrijdag de première van de film van zijn boek ‘Komt een vrouw bij de dokter, zag ik eind oktober bij Pauw & Witteman. Hij had een vlugschrift geschreven, God is Gek, een aanklacht tegen de dictatuur van het atheïsme. Een slap gesprek met een hoop holle frases waarbij Jeroen Pauw en Paul Witteman het vleesgeworden atheïsme vertegenwoordigden. Geen boek voor mij dus, dacht ik. Totdat mijnheer Kluun verbaal en non-verbaal zich toch wat denigrerend over de Hapinezz en de Nieuwe Spiritualiteit uitliet. Geheel in tegenstelling tot de rest van zijn betoog. Mijn belangstelling was alsnog gewekt, bovendien hielp de prijs van slechts €2, 50 ook heel goed mee.

 Kluun

 God is gek

Uitgeverij Podium 2009

In het kader van de week van de spiritualiteit

 Kluun, ik heb zijn boek ‘Komt een vrouw bij de dokter’ en het vervolg, ‘de Weduwnaar’ gelezen. Gemakkelijk en snel geschreven boeken, met een droevig thema. En toch ergerde ik me groen en geel aan de boekjes. Ik interpreteerde zijn leefstijl en levenshouding heel negatief. Ik heb het dan niet over het vreemd gaan terwijl zijn vrouw ernstig ziek was. Vooral het Randstedelijke hedonisme – kijk mij eens hip en werelds wezen – gaf mij een vieze smaak in de mond. Ik zou bijna zeggen, hij propageerde een leefstijl waarbij God noch gebod bestond, maar dat klinkt zo veroordelend maar in het kader van zijn nieuwe boekje wel typerend.

Terwijl hij zat te ‘hoeren en snoeren’ in het wereldse Amsterdam en waar dan ook nog meer, draaide de rest van de wereld gewoon door. Geloofsbeleving en spiritualiteit evolueerden, fundamentalisme bloeide op en Kluun zag het blijkbaar niet. Eigenlijk niets nieuws onder God’s verwarmende zon. De ontkerkelijking dateert al vanaf de jaren zestig, maar het is van alle tijden dat mensen, groepen en individuen, zoeken naar vervanging, de ene keer wat heftiger en fanatieker dan in andere periodes. Het is volgens mij eigen aan het mens zijn.

Een dramatische gebeurtenis in het leven van Kluun, de dood van zijn vrouw die aan kanker leed, brengt Kluun in een meer spiritueel vaarwater. Ook dit is heel menselijk en niets menselijks blijkt Kluun vreemd te zijn. Vanuit deze inzichten of noem het van mij part geestelijke verrijking constateert Kluun een dictatuur van het atheïsme. Wetenschappers en opiniemakers zouden met dedain over geloof en spiritualiteit praten?

Ze zullen er vast zijn, maar heb ik iets gemist? Heb ik niet opgelet? Waar heb ik zitten slapen of waar heb ik woorden of zinsneden van opiniemakers niet begrepen? Of wanneer lag het internet eruit?

Dit zijn vragen die Kluun ook stelt in het begin van zijn boek “God is Gek” als hij blijkbaar constateert dat de richtinggevende publieke opinie de conclusie heeft getrokken dat God niet bestaat.

Ik begrijp het probleem niet van mijnheer Kluun, maar het is wel de reden om het boekje te schrijven. Er is volgens mij niets veranderd in deze, slechts Kluun is mogelijk iets anders in de wereld komen te staan. Zoals er mafkezen bestaan in allerlei geloofsrichtingen, zo zijn er ook fundamentalisten die heel fanatiek het bestaansrecht van een God in twijfel trekken. Er is dus helemaal geen reden om het boekje te schrijven, of Kluun moet zijn gebrek aan oplettendheid van de afgelopen jaren, mogelijk al ver voordat de ziekte van zijn vrouw zich openbaarde, compenseren met dit totaal overbodige boekje. Zijn opperste verbazing dat ook hij ook spirituele gevoelens had na een hedonistische episode, worden nu afgereageerd op een vermeende terreur van atheïsme. Belachelijk.

Zelf ervaar ik nog steeds het tegendeel. Als liberaal katholiek opgevoede jongen, ben ik sinds mijn twaalfde niet kerkelijk meer. Een korte periode van atheïsme tot pakweg mijn twintigste, heeft plaats gemaakt voor ‘ietsisme’. Met mijn beperkte theologische en spirituele kennis zie ik in de kern van veel geloven veel overeenkomsten. Ik denk dat het bij het mens zijn hoort. In iedere stroming zijn veel uitwassen te bespeuren, ook dat hoort bij het mens zijn. Als ‘volger van het Ietsisme’ stoor ik me in zijn algemeenheid aan fundamentalisten, maar die zie ik veel vaker bij gelovigen dan bij niet gelovigen. Mogelijk is atheïsme an sich wel een geloof. Ik vind het allemaal wel best.

Naast het feit dat Kluun in mijn optiek geen reden had om dit boek te schrijven is de uitwerking ook nog mager. Ik wil niet beweren dat het slecht geschreven is, integendeel, het leest weer vlot. Maar ik vind aan de ene kant komt zijn stelling de dictatuur van het atheïsme helemaal niet uit de verf komt. Hij vraagt een aantal BN-ers en wetenschappers of er leven is na de dood en natuurlijk of God bestaat. Alle soorten van antwoorden worden gegeven, met als algemene conclusie dat veel gelovigen en atheïsten in meer of mindere mate aanhangers zijn van het Ietsisme. Dus wat is het probleem?

Aan de andere kant blijft het op een vrij basaal borreltafel niveau steken, ondanks de vele literatuurverwijzingen. Dus eigenlijk had het boek niet geschreven hoeven te worden, maar het zal het wel lekker doen in de marketingstrategie van de film “Komt een vrouw bij de dokter.”