Begrip, van de dag (117) Annieproof

 

ANNIEPROOF

 

Het was een kutavond. Het verkeer zat tegen, de zonen namen de telefoon niet op, kon ik zelf nog boodschappen doen. Dat is wat die mobiliteit, iedereen heeft zo’n ding in de hand, onder zijn kussen en zelfs op de WC. Maar als je dan contact wil, neemt er niemand op. Wat ik u brom, over twintig jaar bestaat het woord Oost-Indisch immobiel. Rond zeven uur was ik thuis, met de pizza’s en salade voor de vitamientjes. En om acht uur was het laatste stukje pizza weggewerkt. En toen, toen moest het huis nog Annieproof worden gemaakt. Meestal doe ik dat niet zelf, want mijn standaard van Annieproof is een geheel andere dan die van mijn wederhelft.

Eens per week hebben wij drie uur iemand die door ons huis gaat met stoffer, poetsdoek en andere atributen. Dat is een luxe die we ons pas sinds twee jaar veroorloven, het heeft iets ‘bourgeois’ vind ik met mijn benepen sociaaldemocratische gevoel. ,,Het is werkverschaffing.” zeggen mijn zonen die oud genoeg zijn om hun vader op niveau te treiteren. Inmiddels ben ik eraan gewend, maar de voorbereidingen die getroffen moeten worden, vallen soms zwaar. Alles moet opgeruimd zijn, vuile kleding weggewerkt, schone was op de juist plek, de tafel leeg en inspectie of alle schoonmaakbenodigdheden er nog zijn. Zo niet, dan ook nog snel naar de winkel. Vaak moeten we ook nog naar de flappentap om het salaris te halen. Het is zo half tien voordat ik vrijaf ben. Annieproof noemen we dat, vrij naar onze huishoudelijke hulp.

Toen ik aangaf dat ik een stukje over ons begrip Annieproof zou schrijven, begonnen mijn jongens te stuiteren. Dat vonden ze uiterst gênant. Ze kwamen met privacyschending en ander zwaar geschut om te voorkomen dat ik over dit onderwerp zou schrijven. Niet dat ze mijn stukjes lezen hoor, maar het idee alleen al. Ik kom ze maar tegemoet, onze Annie heeft helemaal geen Annie. Het ingeburgerde woord bij ons thuis is dan ook niet Annieproof, maar u begrijpt het idee. Van de tijd die Annie werkt, ben ik zeker de helft kwijt aan om het Annieproof te maken. En dat is dan weer best kut.

Begrip, van de dag (65) Nek omdraaien

 

NEK OMDRAAIEN

Een grofgebekt persoon ben ik niet. Aan de andere kant ben ik ook niet heel teergevoelig als de gvd’s of vleeswaren van beider kunne bij mijn gesprekspartner over tafel rollen. Ik gebruik zelf ook wel gvd’s, k** en kl****. Het behoort immers bijna bij de hedendaagse conversatie. Nu heb ik ook werk waarbij het klantenbestand (reclassering) niet altijd even fijnbesnaard is in hun woordkeuze. Er zijn een aantal strategieën die je dan kunt hanteren. Negeren, opvoeden of meegaan in het taalgebruik. Zelf heb ik de neiging om een mix van de drie te gebruiken al naar gelang de persoon tegenover me. Bovendien, wie met pek omgaat wordt er mee besmeurd.

Als ik terug ga in mijn eigen taalontwikkeling, denk ik dat ik synchroon loop met de maatschappelijk ontwikkeling, verloedering zo u wilt. Vloeken is in mijn omgeving geen dagelijkse kost, maar een doodzonde vind ik het niet. Als kind schold ik iemand uit voor rotzak, pas op de middelbare school was iemand een klootzak of een lul. Een onvoldoende voor je proefwerk was natuurlijk wel ‘zwaar klote’. Het was ver in de jaren tachtig, ik studeerde inmiddels, dat ik voor het eerst het woord ‘kut’ gebruikt als iets me niet beviel. Inmiddels heb ik me dit vocabulaire ook toegeëigend, een kwestie van emancipatie. Een mij onwelgevallige vrouw een ‘kut’ noemen als tegenhanger van lul, gaat me nog een stap te ver, hoewel ik het steeds regelmatiger hoor.

Eufemistisch kunnen we zeggen dat het taalgebruik veranderd is. Daarnaast constateer ik dat er bij de gebruikers een emancipatiegolf gaande is de afgelopen decennia. Een vloekende en scheldende man was een bootwerker, maar goed een man. Het was een zeldzaamheid dat een vrouw als een viswijf tekeer ging in het openbare leven. Ik denk inmiddels dat de inhaalslag bijna compleet is en dat mannen en vrouwen gelijkelijk met vleeswaren gooien. Vandaag werd ik in mijn werkomgeving (geen klant) geconfronteerd met een vrouwspersoon die me een gunst verleende op voorwaarde dat ik alles in dezelfde staat moest teruggeven. Bij wijze van grap zei ze, anders draai ik je [piep] om. Ze sprak het niet uit. Maar ik ben er bijna zeker van dat ze niet mijn nek bedoelde. Bovendien in ons jargon zou dat een regelrechte  bedreiging zijn en dus strafbaar. Ik zal er nooit achter komen. Er staat ons nog wat te wachten volgens mij en niet alleen van mannen. Viva la emancipación!