Baltische Zielen van Jan Brokken

Nu wilde ik altijd al een keer een rondreis maken om de Oostzee en met name de Baltische Staten intrigeren me. Hoewel al jarenlang lid van de EU, weten we, of laat ik voor mezelf spreken, bar weinig van die landen. De reis komt nog wel een keer, pricefighter RyanAir vliegt inmiddels al op Riga. Riga, bij wie hoorde die ook al weer, toch voor de zekerheid even opzoeken en inderdaad, bij Letland.

Jan Brokken heeft met zijn nieuwste boek, Baltische Zielen de reis al een beetje voor me gemaakt, hiervoor dank, want onder de Portugese zon heb ik het boek met heel veel plezier gelezen. Nu heb ik al eerder boeken van hem gelezen, Mijn kleine waanzin en Afrika, dus ik wist dat de besteding van een boekenbon aan dit nieuwste werk geen miskoop kon betekenen.

Jan Brokken neemt je via de recente politiek en bekende Balten mee in de onstuimige geschiedenis van de drie landen. Familieportretten passeren de revue, tegen de achtergrond van de roerige geschiedenis met name in de twintigste eeuw. Veel is voor mij relatief onbekend, want dat de Balten zijn overheerst door de Duitsers (Tweede Wereldoorlog) en Russen (Tweede Wereldoorlog en natuurlijk daarna tot de val van de muur) mag genoegzaam bekend zijn. Maar ook door Polen, Pruisen, Finnen, Zweden, Denen en elkaar. Het was voor mij bovendien erg verrassend dat een deel van de Duitse (Pruisische) landadel rechtstreeks afkomt van kruistochtridders die niet alleen naar Jeruzalem gingen, maar klaarblijkelijk ook in deze contreien nog heel wat te kerstenen hadden.

Jan Brokken spreekt met componisten, acteurs, auteurs, filmmakers en vele anderen. Levensgeschiedenissen die verbonden zijn met het grondgebied van de Baltische Staten, gevormd door harde familieverhalen en bovenal de recente historie van onderdrukking en repressie. Sommigen willen, als ze al de mogelijkheid hadden, nooit meer terug. Anderen keerden bij de eerste de beste mogelijkheid terug naar hun geboortegrond zodra ze de kans kregen na 1990 of zijn er altijd gebleven.

Dat mensen gevormd worden door hun sociale achtergrond en bovenal ook door de negatieve ervaringen in oorlog, onderdrukking en discriminatie blijft mij intrigeren. Nu wist ik bijvoorbeeld dat de Polen een heftige geschiedenis hebben ten aanzien van Jodenvervolging, ook na de Tweede Wereldoorlog, maar dat dit ook voor de Baltische Staten gold, is mij nooit nadrukkelijk duidelijk geworden. Er zijn periodes geweest in de vooroorlogse geschiedenis van de Baltische Staten dat de Joodse gemeenschap groeide en in vrijheid kon leven, sterker nog, veel Joden hadden belangrijke posities in het economische en culturele leven. Deze glorierijke periodes werden afgewisseld met grove onderdurkking door de ‘echte Balten’ al dan niet onder bescherming van derden, bijvoorbeeld de Duitsers of Russen.

 Jan Brokken

Baltische Zielen

Uitgeverij Atlas

2010

De in onze geschiedenis soms foute Balten, ze ‘collaboreerden’ immers met de Duitsers, is ook een kwestie die mij deed nadenken over wat nu fout is in een oorlog. De angst, haat en onderdrukking door de Russen kenden ze immers al vele jaren. Anderen zagen de Russen weer als redding om zich te weren tegen de almacht van de Duitse landadel in dit gebied. Goed of fout, ik weet het niet, het maakt echter wel de mensen die ongewild worden meegesleurd in de vaart van de geschiedenis.

De grootste vraag die bij mij bleef hangen was de vraag: ‘Wat is nu een Est, een Let of een Litouwer?’ In het korte tijdsbestek dat Jan Brokken de Baltische geschiedenis weergeeft, wordt mij vooral duidelijk dat de herkomst van veel Balten heel divers is. Sommigen kwamen noodgedwongen van elders, anderen zijn al eeuwenlang verbonden met de grond van een van de Baltische landen, maar hebben zich altijd verbonden gevoeld met hun culturele achtergrond van herkomst. De taal is natuurlijk een verbond met een land, maar er wonen nog heel veel Russen in de Baltische Staten. Mensen die er ook al weer enkele generaties wonen en op dit moment gediscrimineerd worden. Wat is een Est, een Let of Litouwer? Dat is een vraag die eigenlijk ook gesteld kan worden aan ieder ander. Aan mezelf bijvoorbeeld, wat maakt mij een Nederland, behalve dat ik dit blog over Baltische Zielen minder gemakkelijk in het Engels, Duits of Frans had kunnen schrijven, laat staan in een van de Baltische talen.

Het nieuwste boek van Jan Brokken is beslist een aanrader voor hen die van geschiedenis, politiek en bovenal (actuele) menselijke portretten houden. Na lezing van het boek wil ik echt eens naar (één van) de Baltische landen reizen, hoewel Jan Brokken een enkele keer aangeeft dat veel Balten op straat niet eens zo benaderbaar zijn. Misschien door de jarenlange Sowjet onderdrukking, maar misschien is dat wel de ziel van een Balt?

Al met al een aanrader. Mijn beoordeling voor Baltische Zielen is derhalve een 8-

AFRIKA/Jan Brokken

Eerder kwam ik met een boek van Jan Brokken in aanraking, te weten Mijn kleine Waanzin. Met veel plezier gelezen. De Indische achtergrond van de familieleden van Brokken is mogelijk de oorzaak van zijn belangstelling voor de tropen en/of Afrika. Wat de psychologische achtergrond van Jan Brokken ook is, hij heeft een lezenswaardig boek geschreven. Hieronder volgt mijn beoordeling, je mag het een boekbespreking noemen.

Voor allen die in het Afrikaanse continent geïnteresseerd zijn, en dan met name West Afrika, is het boek van de auteur Jan Brokken een echte aanrader. En zeker voor hen die Afrika nooit aan den lijve hebben meegemaakt of zullen meemaken, kan zich mee laten sleuren in de ziel van Afrika. Een ziel die wordt beschreven vanuit alle ingrediënten die de Afrikaanse ziel compleet maakt, geschiedenis, geloof (christendom, animisme, islam en de combinatie van de drie), het koloniale verleden en zijn neokoloniale opvolger.
Al deze ingrediënten worden gemengd tot een aantal ‘Afrikaanse gerechten’ want wat Jan Brokken heel duidelijk weet over te brengen is het feit dat van één Afrikaanse ziel geen sprake is. Landen verschillen onderling sterk en zelfs binnen een land zijn er grote verscheidenheid. Dit kunnen de geografische mogelijkheden zijn, de wijze waarop het gekoloniseerd is en de interne (politieke) machtsstrijd tussen de verschillende stammen, al dan niet voortvloeiend uit het aloude machtsevenwicht van voordat de Europeanen kwamen.

Vanuit ‘Verwegistan’, in dit geval Europa, zetelend op een comfortabele stoel moet ik constateren dat de neiging bij mij bestaat om alles maar op één hoop te gooien, het ‘uniforme’ donker Afrika. Rationeel weet ik natuurlijk beter, gezien de (burger)oorlogen in veel Afrikaanse landen, maar tot mijn schaamte moet ik constateren dat ook ik heimelijk uitga van het standaardbeeld, arm, zwart en afhankelijk van het Westen. Onder de huidige politieke omstandigheden is dat in materiële zin misschien het geval, immaterieel is dat veel minder dan ‘wij’ denken. In al zijn boeken laat de auteur zien dat er door de intelligentsia en politiek leiders, weliswaar vaak in Europa gestudeerd, een eigen weg wordt gezocht. De eigen weg blijkt dan veel vaker te stoelen op oude gebruiken en conventies die voor Europeanen, hoe lang ze ook al domineren in Westelijk Afrika, onbegrijpelijk zijn. Het is bovendien de vraag of die Europeanen al een poging wagen om de ratio van Afrikanen te doorgronden.
Conventies, of ze nu van Afrikaanse snit zijn, een koloniale achtergrond hebben, gebaseerd zijn op hedendaagse maatschappelijke verhoudingen of een mengeling van alle drie, altijd spelen persoonlijke motieven een rol in het handelen van een individu. Het maakt dan niet uit of die individu uit Burkino Faso komt of als koloniaal, zakenman of hulpverlener uit Europa. Over deze persoonlijke verhalen in de verschillende Afrikaanse landen heeft Jan Brokken aandacht, zowel in het heden, als ook historische figuren worden van hun menselijke kant belicht. Een overkomst hebben ze echter allen, gewild of ongewild hebben ze allemaal met Afrika te maken. Hun individuele geschiedenissen worden bezien vanuit de Afrikaanse context.

Het is al even aangegeven, eigenlijk is het niet één boek, maar meerdere boeken en/of verhalen die op meerdere tijdstippen zijn uitgegeven en veelal gebaseerd zijn op verschillende reizen.
Het eerste boek ‘Zaza en de president’, in mijn optiek het meest verhalende, speelt zich af in Burkino Faso. De ik-figuur krijgt een alarmerend bericht van zijn partner die als hulpverleenster werkzaam is in een van de armste landen van de wereld. Zonder duidelijke aanwijzingen gaat hij haar zoeken, terwijl hij nota bene de verkeerde aanwijzingen krijgt van de vertegenwoordigers van de hulpverleningsinstantie ter plekke. Naast de persoonlijke belevenissen, de warmte en droogte, gebrek aan alles, moeilijkheden tijdens het reizen en vooral de verhalen en het handelen van de inwoners van het land, is ook de individuele band met zijn partner (en Afrika) voortdurend het onderwerp van schrijven. Al deze ontmoetingen in bars, nachtclubs, hotels of in de verlatenheid van de woestijn geven een prachtig beeld van de situatie van dat moment in het Afrikaanse land (medio jaren tachtig van de 20e eeuw.) De wijze waarop hij bejegend wordt door de verschillende mensen geeft bovendien de sfeer van revolutie aan. Een revolutie die vooral gekenmerkt wordt door anti-Westerse sentimenten, maar op andere gebieden wordt tegelijkertijd de afhankelijkheid en de interne tegenstellingen aangetoond. Hoewel er met geschiedkundige feiten wordt gewerkt en het veel weg heeft van een spannend reisverhaal, leest het als een roman. Volgens mij is het ook als zodanig bedoeld.

Het tweede boek is in dagboekvorm geschreven en geeft de kijker meer achtergrondinformatie over het eerste boek en de belangrijkste figuren zoals die daarin beschreven zijn. Hun handelen wordt bezien vanuit in meer beschouwelijk perspectief en nadrukkelijker gerelateerd aan de dan bestaande politieke situatie. Ook wordt andermaal een bezoek gebracht aan Burkino Faso en gesproken met bekenden van de ik-figuur en zijn partner Zaza. Hoewel Jan Brokken aangeeft dat hij zijn eerste boek al bij de drukker heeft liggen op het moment dat hij opnieuw naar Burkino Faso gaat, lijkt het ook een soort verantwoording te zijn naar de lezer. In dit deel is de rode draad van het boek het leven en de lotsgeschiedenis van de president Thomas Sankara en diens politieke vriend en latere moordenaar Blaise. De titel van het tweede boek is niet voor niets ‘De moordenaar van Ouagadougou.’

‘Een basiliek in het regenwoud’, het derde boek, legt Ivoorkust in de schijnwerpers. Het is een veel optimistischer boek, maar evenzogoed onmiskenbaar Afrikaans. De toenmalige president Félix Houphouët-Boigny, regeert het land als een soort ‘ouderwets’ stamhoofd met gedegen kennis van de Europese waarden en normen. Met deze combinatie weet hij verhoudingsgewijs veel stabiliteit in het land te brengen. Dit is ook mogelijk door de rijkdom aan grondstoffen die voor een substantieel deel ook bij de bevolking van Ivoorkust terecht komt. De rijkdom vanuit dit land trekt ook velen uit omringende landen aan om een graantje mee te pikken. Het mag vanzelfsprekend zijn dat dit niet zonder gevolgen blijft. Desondanks genoot de president van Ivoorkust veel gezag en kon hij hierdoor zich ook zaken permitteren die in Westerse ogen misschien compleet belachelijk zijn. Het meest extravagante voorbeeld is de bouw van een basiliek midden in het oerwoud in het geboortedorp Yamoussoukro. De basiliek moet een kopie worden van de Sint Pieter in Rome. Het moet een stad worden die de toch al moderne hoofdstad Abidjan moet doen verbleken.

Ondanks het ogenschijnlijke belachelijke van deze onderneming slaagt Brokken zijn Westerse lezer ervan te overtuigen niet, of hooguit mild te laten oordelen over de president. Feiten, historie en vooral de culturele achtergrond worden daarbij nadrukkelijk gebruikt om deze Afrikaanse rationaliteit te begrijpen.
Het restende deel van het ruim vijfhonderd bladzijdes tellende boekwerk geeft een mooie combinatie van historische feiten omtrent ontdekkingsreizigers, zendelingen en hulpverleners en hun persoonlijke motieven. Brokken verlevendigt deze geschiedenissen door te reizen naar de verschillende landen en de historische plekken te bezoeken en ze in contemporain perspectief te plaatsen. Hij laat daarbij vooral ook de plaatselijke bevolking, al dan niet de gidsen van de ikfiguur, aan het woord en tekent hun bevindingen op.

Al met al een zeer lezenswaardig boek en al speelt het zich af in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw het doet niets af van de actualiteit. Want het is niet alleen de Afrikaganger die gewild of ongewild Afrika in zijn poriën krijgt, steeds meer gewone Westerlingen krijgen te maken met Afrika. Door de globalisering, de milieuproblemen, de rijkdom aan grondstoffen en vooral het ontbreken van een eerlijke mondiale verdeling van die rijkdommen, is de kans dat Afrika niet lang meer een ver van mijn bedshow blijft erg groot. Kennis van de Afrikaanse geschiedenis is dan ook onontbeerlijk en de manier waarop Brokken die weergeeft, spreekt mij erg aan.

Jan Brokken
Afrika
uitgever Atlas Amsterdam/ Antwerpen
1988 tot 2001
509 pagina’s

MIJN KLEINE WAANZIN/Jan Brokken

Er zijn boeken en schrijvers die je gelezen moet hebben, gewoon omdat het van je verwacht wordt. Boeken die ‘hot’ zijn en de waan van de dag vertolken, boeken die met een goede marketing strategie gelanceerd zijn en natuurlijk boeken die vijftig jaar geleden al tot de klassiekers behoorden en dat naar allerwaarschijnlijkheid over vijftig jaar nog steeds zullen zijn. De tijd zal het leren. En bij elk boek dat uitgelezen wordt kun je je de vraag stellen, waarom vind ik dit boek nu leuk, aangrijpend, amusant en/ of leerzaam. Dit is een poging om het boek van Jan Brokken onbezoldigd aan de man te brengen, gewoon omdat het een goed boek is.

Ergens halverwege de autobiografische roman van Jan Brokken’s Mijn kleine Waanzin schrijft hij:
‘…… , maar ik moest mijn ouders en mijn broers nageven dat het Oosten echte verhalen opleverde, huiveringwekkende, onheilspellende. Of misschien vond ik ze vooral zo meeslepend omdat ze me deelgenoot maakten van het Indische leven dat ik door de vaart van de geschiedenis net niet had mee kunnen maken. Thuis bleef ik een buitenstaander, de jongen van na de oorlog, van buiten de tropen,……’

Met deze passage is de kern van de roman beschreven. De kern is de privé-situatie van de ik-figuur, afgezet tegen de maatschappelijke context die met de geboorte van de ik-figuur, in 1949 start. Een nakomertje in een domineesgezin dat noodgedwongen moest terugkeren naar Nederland na de ontberingen in de Jappenkampen en de daaropvolgende vrijheidsstrijd van de Indonesiërs. Alle vier de gezinsleden hebben hun eigen trauma’s en gedragingen naar elkaar die te herleiden zijn als reacties op het leed dat ze hebben gezien, gevoeld en ervaren. Ondanks de verschillen, hebben ze ook alle vier in de optiek van de ik-figuur in ieder geval een overeenkomst, namelijk dat het nakomertje anders is dan zij. Anders zijn is in dit geval niet gepokt en gemazeld door de ontberingen, kortom niet ingewijd in het Indische leven met zijn goede, maar vooral ook negatieve aspecten. De onderlinge wedijver in het gezin tussen de oudere broers en hun verhouding naar hun ouders, wordt goed beschreven, maar vooral ook de reactie van het jongste gezinslid om zich hierin staande te houden en een weg te vinden. De vader speelt in het socialisatieproces een belangrijke rol met name omdat hij de meest heftige reacties vertoont en regelmatig van de wereld is door overmatig alcohol- en pillengebruik.

Maar niet alleen de interne gezinsgeschiedenis is belangrijk in het werk van Jan Brokken. Het boek wordt compleet als daarbij ook de sociale context wordt betrokken. In eerste instantie vooral de christelijke omgeving in Rhoon waar vader een vaste standplaats krijgt als dominee. Een prachtig inkijkje wordt de lezer gegund in de naoorlogse strijd tussen de verschillende kerkgenootschappen ten zuiden van Rotterdam, maar ook de knellende band die het lidmaatschap van de kerk met zich meebrengt. Naast het dorpse leven in Rhoon, komt bij de verdere ontwikkeling van de hoofdpersoon, in toenemende mate ook andere historische perspectieven aan de orde die passen bij de ontwikkeling van de hoofdpersoon. De middelbare school, de puberteit, vriendschappen en verliefdheden worden functioneel, maar boeiend beschreven, passend in het tijdsbestek van de jaren zestig. Historische gebeurtenissen en de opkomst van de jeugdcultuur, ook in Rhoon en omgeving, komen in het boek ruimschoots aan de orde. Juist het inhaken van macrogebeurtenissen in het individuele verhaal geven kleur aan het werk van Brokken. De kijker krijgt daarbij een stukje mentaliteitsontwikkeling van een halve eeuw Nederland mee aan de hand van een stukje familiegeschiedenis. Even komt de vergelijking met het boek, ‘De eeuw van mijn vader’ van Geert Mak bij me op wiens werk de vorm heeft van een documentaire waarbij hij zijn familiegeschiedenis afzet tegen lokale, landelijke en mondiale ontwikkelingen. In het boek van Brokken is naast de tijdsspanne, die slechts een halve eeuw beslaat, vooral de ontwikkeling van de hoofdpersoon heel belangrijk en daarmee is het beslist een volwaardige roman. Een zeer goede roman zelfs.

Als rode draad in het verhaal is de huidziekte van de hoofdpersoon, die zich openbaart als hij zich bewust wordt van zijn bijzondere positie in het gezin. De ziekte wordt uiteindelijk overwonnen als de ik-figuur daadwerkelijk het land van zijn ouders en broers bezoekt en daarmee de mogelijkheid grijpt om voor zichzelf de balans op te maken van zijn socialisatieproces in het domineesgezin met vooral een getraumatiseerde vader.

Een aanrader dus voor een ieder die houdt van een vlot geschreven roman waarbij de micro en macrogebeurtenissen op een prettige en logische manier in elkaar overlopen en elkaar beïnvloeden, en daarmee een verklaring geven van iemands persoonlijke wordingsgeschiedenis.

Mijn kleine Waanzin
Jan Brokken 2004
ISBN 90-450-0679-0