Begrip, van de dag (117) Annieproof

 

ANNIEPROOF

 

Het was een kutavond. Het verkeer zat tegen, de zonen namen de telefoon niet op, kon ik zelf nog boodschappen doen. Dat is wat die mobiliteit, iedereen heeft zo’n ding in de hand, onder zijn kussen en zelfs op de WC. Maar als je dan contact wil, neemt er niemand op. Wat ik u brom, over twintig jaar bestaat het woord Oost-Indisch immobiel. Rond zeven uur was ik thuis, met de pizza’s en salade voor de vitamientjes. En om acht uur was het laatste stukje pizza weggewerkt. En toen, toen moest het huis nog Annieproof worden gemaakt. Meestal doe ik dat niet zelf, want mijn standaard van Annieproof is een geheel andere dan die van mijn wederhelft.

Eens per week hebben wij drie uur iemand die door ons huis gaat met stoffer, poetsdoek en andere atributen. Dat is een luxe die we ons pas sinds twee jaar veroorloven, het heeft iets ‘bourgeois’ vind ik met mijn benepen sociaaldemocratische gevoel. ,,Het is werkverschaffing.” zeggen mijn zonen die oud genoeg zijn om hun vader op niveau te treiteren. Inmiddels ben ik eraan gewend, maar de voorbereidingen die getroffen moeten worden, vallen soms zwaar. Alles moet opgeruimd zijn, vuile kleding weggewerkt, schone was op de juist plek, de tafel leeg en inspectie of alle schoonmaakbenodigdheden er nog zijn. Zo niet, dan ook nog snel naar de winkel. Vaak moeten we ook nog naar de flappentap om het salaris te halen. Het is zo half tien voordat ik vrijaf ben. Annieproof noemen we dat, vrij naar onze huishoudelijke hulp.

Toen ik aangaf dat ik een stukje over ons begrip Annieproof zou schrijven, begonnen mijn jongens te stuiteren. Dat vonden ze uiterst gênant. Ze kwamen met privacyschending en ander zwaar geschut om te voorkomen dat ik over dit onderwerp zou schrijven. Niet dat ze mijn stukjes lezen hoor, maar het idee alleen al. Ik kom ze maar tegemoet, onze Annie heeft helemaal geen Annie. Het ingeburgerde woord bij ons thuis is dan ook niet Annieproof, maar u begrijpt het idee. Van de tijd die Annie werkt, ben ik zeker de helft kwijt aan om het Annieproof te maken. En dat is dan weer best kut.

Heimat zu Hause

Zal ik naar Dülmen rijden, het is maar 100 kilometer hier vandaar.,,……Ich hätte nach Dülmen fahren können, wie der Hermann 50 Jahren her. Er verbracht dort eine Weile mit drie Mädel auf seine Strecke nach Sylt. Die Luft war schwer damals, das Gewitter kam über Dülmen so wie beim treue Einwohner dieses süsses und ordentlisches Ort.”

 

Het is zomaar een gedachte die op mijn vrije woensdagochtend opkomt. Tegelijkertijd geeft de helderheid van een regenachtige ochtend een andere waarheid dan het kijken naar aflevering 5 van Heimat (deel 2) twee avonden ervoor. Gisteravond wilde ik aflevering zes kijken, maar de halve finale van het Eurovisie Songfestival gooide roet in het eten, een democratisch besluit. De woensdag ligt open en er hoeft geen rekening gehouden te worden met anderen. Maar wat heb ik in Dülmen te zoeken, zo sexy zal dat oort echt niet zijn en zeker de jaren zestig, die ik slechts uit de geschiedenisboekjes ken, zullen ook in Dülmen zijn uitgewist. Waarschijnlijk zullen alle grote winkelketens zich in het hart van Dülmen hebben gevestigd. Bovendien ‘Hermann aus Schabbach’ was 22 jaar, kunstenaar en niet getrouwd. Om maar wat praktische zaken te benoemen. O ja, mij wachten nog drie wassen, de boodschappen, de tuin, het opruimen van de schuur en een hond die uitgelaten dient te worden, bovendien zijn er verwachtingen met betrekking tot de voedzame maaltijd die avond.

2014-05-07 12.20.40De hond wacht geduldig

Niet naar Dülmen dus, maar met het voornemen minimaal twee afleveringen van Heimat te kijken. De tuin en de schuur kunnen wachten en met een mannelijke precisie zal ik mijn planning maken voor die dag. Mijn Heimat zu Hause sullen we maar zeggen, te beginnen om twaalf uur. De tweede was zit al in de machine, de oudste zoon naar zijn vakantiebaan in de super bonjouren en een blokje om met de hond die nog geduldig zit te wachten. Snel de bedden afhalen, dan kunnen die tussen de bedrijven door ook lekker mee.

2014-05-07 12.22.49De tuin kan wachten

Sinds een week of zes ben ik helemaal ‘into’ de serie ‘Heimat’. Deel 1 had ik al in de jaren negentig gezien. Ook deel 3 heb ik een jaar of tien geleden gezien op tv. Toen werd de geschiedenis van Schabbach op de ‘Hunrück’ van na de Wende getoond. Je kent de serie niet? Het laat de geschiedenis van Duitsland zien vanuit het perspectief van de familie Simon uit een klein dorpje in de Hunsrück, te beginnen in 1919. En eigenlijk is het de geschiedenis van Europa. Deel 1 hebben we nogmaals gekeken als opwarmer voor de in 2013 verschenen film ‘Die andere Heimat’. Hier wordt Schabbach van 1842 weergegeven. Bijna vier uur lang in de bioscoop en net zo lang geniet. Deel 2 is klaarblijkelijk op tv langs me heen gegaan, maar gelukkig heb ik het via een collega kunnen lenen. Voor deel 2 staat Hermann Simon centraal als hij vanuit het benauwde Schabbach naar München verhuist om te studeren aan het conservatorium. De jeugd, geboren in en direct na de Tweede Wereldoorlog, ontdekt de wereld in de grote stad. De oorlog wordt verwerkt, studenten zetten zich af tegen de ‘foute’ generatie. In de vroege jaren zestig wordt de protestgeneratie gepotreteerd in een avantgardisch kunstmilieu. De minimale muziek van Herman is 2014-05-07 15.23.01verschrikkelijk om aan te horen, tenminste objectief gezien, maar past prachtig in het tijdsbeeld. Student zijn betekende toen nog een brede algemene ontwikkeling, veel filosofie en een hoogdravende en elitaire conversatie. Soms niet te volgen voor iemand die op het gebied van kunst, cultuur en filosofie liever lui dan moe is. (Misschien heb ik de intellectuele capaciteiten niet om Shoppenhauer, Nietche of Wittgenstein te doorgronden.) Aflevering 6 eindigde met een uitspraak van Wittgenstein die ik wel begreep: ,Die Welt ist die Gesamtheit der Tatsachen, nicht der Dinge.” De ondertiteling gaf de volgende vertaling: “De wereld is de som van alle feiten. Dit niveau kan ik aan. Mijn beperkingen houden me niet tegen om alles in gereedheid te brengen om ongestoord deel 7 te gaan kijken.

2014-05-07 15.31.17Snel een was opvouwen, de vaat heeft zichzelf kunnen bedruipen gedurende de afgelopen twee uur, dus is nagenoeg droog. Alleen nog naar de winkel voor het avondeten en ik kan met de volgende aflevering beginnen, de kerst van 1963. De studenten worden geconfronteerd met meer wereldse dingen zoals geld, werk en carrière. En geliefden zullen elkaar niet vinden, omdat de drang om te creëren groter is dan de liefde. Of begrijp ik dat weer niet goed. De liefde is groter, want Hermann en Clarissa weten dat de liefde hun weg in de schone kunsten blokkeer. Een soort Romeo en Julia tussen de studentikoze bedrijven door. Ik blijf zwijmelen. De laatste veertig minuten worden onderbroken door Aardse zaken als eten en afruimen en wederom een was. Ik kan voor vandaag de verleiding weerstaan om deel 8 te gaan kijken. Echter tevreden kijk ik terug op een productieve dag als ‘huisman’, maar tevens met genot, verbazingen en bewondering gekeken naar de beste serie ooit, Heimat van Edgar Reitz.
Samenvattend zou ik de dag als volgt kunnen weergeven: Huishouden is de interpunctie van een geslaagde zin(geving). Wittgenstein? Nee, gewoon van mezelf.

Of had ik toch naar Dülmen moeten gaan?

Dorus de Binnenboel doet de Elfstedentocht

 

Er zijn van die dagen in het leven van Dorus dat het niet wil vlotten. Hij wordt dan hevig heen en weer geslingerd tussen “er moet een heleboel, maar het wil maar niet uit mijn handen komen”. Vandaag is het precies zo’n dag. Ondanks de lente die in aantocht is, willen de kriebels nog niet echt binnendringen, de schoonmaakkriebels wel te verstaan.
En toch ligt er een scala aan grote en kleine klusjes op Dorus te wachten.
Dorus kijkt om zich heen en aanschouwt zijn omgeving. Hij werpt een wanhopige blik naar boven alsof daar de oplossing te verwachten is. Maar boven zijn nog veel meer klusjes die vragen om ontklust te worden.
“Was ik maar een echte man” roept Dorus ten einde raad, maar blijft vervolgens gewoon zitten.
Dorus denkt na over het echte man zijn en daarmee wordt zijn schuldgevoel voor even op de achtergrond gezet.

“Ja, een echte man die doet geen klusjes, maar klussen. Hij wast de auto, repareert de wasmachine, vervangt een leertje in de lekkende kraan en verwijdert de groene algen met de hogedrukreiniger die hij gekregen heeft met vaderdag van zijn kinderen, die trots zijn op zo’n handige vader.”
Dorus kijkt naar zijn handen en ziet dat ze allebei dezelfde kant opstaan, de linkerkant wel te verstaan. Een echte man heeft een schuur met gereedschap, maar Dorus niet. Natuurlijk heeft Dorus het hoognodige, een hamer, een zaag, setje schroevendraaiers en dopsleutels en zelfs een heuse gereedschapskist. Die kist heeft Dorus gekregen van zijn schoonouders bij de eerste verjaardag dat ze als zodanig gekenschetst mochten worden.
“Hier een nuttig cadeau voor je,” hoort hij zijn schoonvader nog zeggen.
De arme man wist toen nog niet beter, maar door de hoeveelheid klussen die hij vanaf dat moment al heeft moeten opknappen voor zijn dochter, is de achting voor zijn schoonzoon wel ernstig geslonken.
“Je kunt wel aardig schrijven,” zegt hij soms, maar het klinkt wel wat wrang uit zijn mond.
Een gereedschapskist of niet, meestal moet Dorus toch de spulletjes die in de gereedschapskist zitten elders zien te vinden. Dorus is niet trots op zijn gereedschap, zoals een echte man. Soms droomt Dorus van een grote klopboormachine en dan voelt hij zich een echte man. Hij zou iedereen versteld doen staan.

Voorlopig heeft Dorus nog te maken met de klusjes die op hem wachten. Want zolang je niet aan het klussen bent, is er geen excuus om de klusjes niet te doen. Dat vindt Dora tenminste.

“Maar mannen houden niet alleen van klussen, ze houden ook van sport.”
Met deze rare gedachtekronkel probeert Dorus de klusjes in een positiever daglicht te krijgen. Dorus zit te broeden hoe hij de klusjes kan afwerken in een sportieve happening. Hij pakt de sportbijlage van de krant en probeert daaruit inspiratie te vinden. Bij het zien van de foto van Foppe de Haan, oud-trainer van de voetbalvereniging Heerenveen, thans trainer van jong-Oranje, ontstaat er een plannetje.
“Foppe, Friesland……..een elfstedentocht. Ik ga elf klussen uitzoeken en doe net of ik de elfstedentocht moet schaatsen onder barre omstandigheden.”
In de optiek van Dorus kost het niet zoveel moeite om de barre omstandigheden voor te stellen. Als een ware ijsmeester controleert hij het huis op de meest noodzakelijke klussen. Als hij er elf heeft gevonden, voorziet hij ze allemaal van een passende Friese plaatsnaam te beginnen bij Leeuwarden. De Friese hoofdstad is het zenuwcentrum van de tocht. Daarna volgen Sneek, IJlst, Sloten, Stavoren, Hindelopen, Workum, Bolsward, Harlingen, Franeker, en voor klein klusje tussendoor het onvergetelijke Bartlehiem, om vervolgens bij het keerpunt Dokkum terug te gaan naar Leeuwarden. Eenmaal in Leeuwarden zal de overwinning zoet smaken en zal hij terug kunnen kijken op een geslaagde tocht. Gezien de barre omstandigheden zal een record er niet inzitten, maar de tocht zal een tocht der dapperen zijn en Dora zal hem trots opwachten bij de finish in Leeuwarden. Maar dat is later, eerst zal de tocht gereden moeten worden.

Dorus zet zich schrap voor de start.
“Klaar voor de start, af.”
Nog in het donker, onder het bed van zijn oudste zoon, zoekt Dorus de vuile kleding bij elkaar en deponeert deze in de daarvoor bestemde mand. Leeuwarden ligt nu achter hem. Dan boent hij het tuimelraam in de slaapkamer van zijn jongste zoon, het begint inmiddels een beetje licht te worden als hij Sneek begint te naderen. In IJlst, het is volledig licht, doet Dorus meteen ook het raam van de badkamer. Vervolgens krijgt de badkamer een snelle beurt, als hij in Sloten aankomt. Via de het stofzuigen van de overloop (Stavoren) en het afstoffen van de vensterbanken (Hindelopen) komt Dorus aan in Workum alwaar hij het koffiezetapparaat aanzet.
“Het loopt voorspoediger dan ik dacht” zegt Dorus, “we zijn bijna op de helft. In Bolsward mag ik even rusten.”
Met het vooruitzicht van de koffie had Dorus niet door dat het al meer moeite begint te kosten, maar na Bolsward viel het toch tegen. Naar Harlingen ging het nog net en de vaat was weggewerkt, maar de weg naar Franeker en Dokkum viel zwaar tegen. De vette oven wilde maar niet schoon worden en ook de metalen afzuigkap was een pittig karwei. De juiste cadans werd niet gevonden alsof Dorus een hevige noordooster moest trotseren. Om het leed richting Dokkum te verzachten, besloot Dorus onderweg zijn diskman op te doen. Dat moet in de buurt van Bartlehiem zijn geweest alwaar de Dorus naarstig op zoek is naar zijn CD van de Blaùhuster Dakkapel. Met de vrolijke klanken van dit feestorkest zwoegt Dorus zich een weg naar Dokkum.
Dan de laatste etappe, terug naar Leeuwarden, en dat betekent alles voor het oog netjes maken en alles opruimen wat op zijn weg komt.
Met pijn en moeite komt Dorus aan in Leeuwarden.
“De klus is geklaard”
Want Dorus vindt dat de optelsom van klusjes toch echt een klus genoemd mag worden.
Bij de finish hoort hij een claxon en hij ziet Dora met de auto komen aanrijden. Ze is dus nog net getuige van zijn binnenkomst. Dorus kan de felicitaties in ontvangst nemen.

Dora geeft Dorus een kus en kijkt in het rond.
“Ik zal even de kranten opruimen en de planten water geven.” zegt ze tegen Dorus.
Met stomheid geslagen kijkt Dorus haar aan.
De overwinning smaakt Dorus niet en hij laat het in de nabije toekomst maar weer gewoon bij klusjes.

Dorus de Binnenboel en de mamoushkarevolutie

Al roerend in zijn derde mok koffie, kijkt Dorus apathisch naar het draaikolkje dat ontstaat door zijn eigen toedoen. De evolutionaire kwestie die hij zichzelf heeft aangedaan, enkele dagen geleden, houdt hem nog danig bezig. In plaats van kwiek aan de slag te gaan deze ochtend, wordt hij ernstig geblokkeerd door de netelige kwestie. Is de man in het huishouden wel bestendig tegen de evolutionaire eisen van de mensheid? Geeft hij zijn zoons hiermee wel het goede voorbeeld? Dorus twijfelt hevig, al zullen de Joke Smits, Cisca Dresselhuijsen en al hun vriendinnen zijn poetsijver, die staat voor eerlijke verdeling van taken tussen mannen en vrouwen, wel weten te waarderen.

“Verdomme dat ging net goed.”
Dorus roerde iets te hard en zijn volle bak koffie dreigde te vallen, maar door een snelle reactie weet hij een ernstige ravage te voorkomen.
“Ik heb altijd al goede reflexen gehad.”
Een flauwe, maar tevreden glimlach verschijnt op zijn gelaat om vervolgens plaats te maken voor een brede grijns.
“Eureka, ik heb het. Ik ben evolutieproof.”
Dorus komt voorlopig tot een werkbare definitie van de evolutie en zijn plaats daarin. De mate waarin mensen op een goede manier kunnen samenwerken, oftewel hun krachten bundelen tot synergetische hoogtepunten in de jungle van het leven, dat is de nieuwe weg voor Dorus. Zijn aanpassingsvermogen aan de nieuwe huiselijke omstandigheden, ondanks de rudimentair aanwezige jagersinstincten, dat moet zijn kracht zijn.”
“Daar moet ik het vanavond eens met Dora over hebben, benieuwd wat zij van deze nieuw verworven inzichten vindt.”

Het hebben van geen zin is dus slechts een kwestie van definitie, zoals alles in principe een kwestie van definitie is, bedenkt Dorus.
“Pijn en vernedering bijvoorbeeld, vraag het maar aan de mensen die een sadomasochistische voorkeur hebben en daarmee hun leven verrijken,” bedenkt Dorus opeens heel ruimdenkend, na de zelfbevrijding die hij zojuist heeft ondergaan uit zijn theoretische dilemma over de evolutie.

Vol goede moed wil Dorus een vrolijke CD met Braziliaanse liedjes pakken. Onvindbaar, mogelijk in het verkeerde hoesje gestopt. Naarstig gaat hij op zoek naar vervangende muziek en stuit daarbij op een verzameling van bekende klassieke werken. Een typische CD voor culturele onbenullen die op zijn tijd een stukje klassieke muziek hogelijk weten te waarderen zolang het maar door een ander zorgvuldig is geselecteerd. Hoewel Dorus een aantal componisten kent, weet hij daar veelal geen muziekstuk aan te verbinden en andersom.
“Och, dat is ook wel leuk voor het moment” en Dorus plaatst de CD in het mini-stereo-setje.

Terwijl Dorus wil aanvangen met het huishouden, wordt hij gevangen door de klanken die de kamer in denderen. De volumeknop stond bijna voluit en een klagelijk vioolspel komt uit de boxen. Heel teder, maar in zekere zin ook met een klagende teneur. Dorus luistert intens, zeker als de viool bijval krijgt van meerdere violen die zelfs enigszins dreigend klinken. In de muziek lijkt de dreiging dan wel weer te verdwijnen, want vrolijkere stukken volgen. Het eindigt een beetje onbestendig alsof het niet duidelijk is of je blij moet zijn of niet.
“Een beetje een besluitloos einde” concludeert Dorus.
Hij duwt meteen de repeatknop in en kijkt op het hoestje van wie deze muziek is.
“Shostakovich met het stuk Romance from the “Gadfly-suite” leest Dorus op het bijbehorende hoesje.

Een beetje romantiek ziet Dorus er misschien nog wel in, maar het doet hem toch meer aan vertwijfelde Russische Mamoushka’s denken. Veel te dikke plompe vrouwen van begin veertig, die eruit zien alsof ze bijna zestig zijn uit communistische tijdperk van de Sowjets, die de arbeid in de staalfabriek moeten zien te combineren met het onderhoud van een piepklein privé-tuintje op schrale grond en hun misvormde paprika’s moeten zien te slijten op de weekmarkt met vele tientallen lotgenoten.
Wachtend op klandizie overpeinzen ze hun armoedige en zware leven. Melancholisch overdenken ze hun jeugd die zwaar was, maar door hun toenmalige jeugdige elan kunnen ze hier nog met enige lichtvoetigheid op terugkijken. Misschien wel door een liefde die nimmer is beantwoord, maar waarop ze in hun overpeinzing nog immer geloven al turend over de schamele paprika’s en bosjes uien.
Dan komt de grote boze wereld van plichten en amper rechten als een allesoverheersend monster definitief hun persoonlijke leven in. Ze moeten buigen of barsten en leven hun leven, plichtmatig en durven amper te hopen op betere tijden die de propaganda hen al jarenlang beloofd. Ze blijven hopen, ze moeten ook wel.

“Wat is het toch heerlijk om cultureel analfabeet te zijn” prijst Dorus zich gelukkig. Want met enige muzikale onderlegging zou Dorus nooit op dit beeld bij deze muziek zijn gekomen.
Voor de vierde maal hoort hij de muziek van Shostakovich aan. Hij gaat erbij op de tafel staan als ware hij de redenaar en volksmenner Lenin zelf:
“Hierbij beloof ik plechtig nooit en te nimmer meer te zeuren over een beetje huishouding met een overvloed aan elektrische hulpmiddelen. Ik draag mijn arbeid hedenochtend op aan alle Mamoushka’s ter wereld die geleefd hebben, momenteel leven en nog zullen leven in toekomst. Alle Mamoushka’s, verenigt u tegen het juk van welk allesoverheersende regiem dan ook.”

Als een ware revolutionair gaat Dorus die ochtend aan het werk, nadat hij eerst het werk van Shostakovich op een maagdelijke CD heeft gebrand om het de hele ochtend te kunnen beluisteren. Want hij wil niet gestoord worden in zijn heilige en revolutionaire roes door bijvoorbeeld het lichtvoetige pianowerk van Chopin dat volgt op het werk van zijn favoriet van dat moment Shostakovich.

Of zijn revolutionaire daad nu een substantiële bijdrage zal leveren aan het leed der Mamoushka’s is de vraag, Dorus heeft wel een substantiële bijdrage geleverd aan zijn eigen huishouding.

 

Dorus de Binnenboel en de evolutie

Dorus zwaait Dora uit en verheugt zich alle tijd voor zichzelf te hebben. Niet omdat hij zonodig voetbal moet kijken of anderszins door Dora gehinderd zou worden. Integendeel. Het vertrek van Dora, die heel nuttige zaken gaat doen voor lichaam en geest, geeft hem de mogelijkheid om alleenheerser te zijn over het huishouden. Dorus heeft zeer recent de geneugten daarvan mogen ervaren.

Eenmaal terug in de huiskamer, overziet hij zijn territorium en constateert dat alle beeldschermen die aan kunnen staan ook daadwerkelijk in gebruik zijn. Zijn kinderen zijn immers thuis.
“Dus geen muziek.” constateert Dorus heel flexibel.
Geen nood voor Dorus, hij loopt naar de keuken. Al converserend met zijn jongste zoon begint hij met het koken. Om strikt pedagogische redenen is vooraf al besloten om geen patat te halen noch chinees. Ook een pizza staat niet op de menulijst.
Dorus wast fluitend de groente, schilt een paar aardappelen en laat het vlees ontdooien in de magnetron. Als alles op het vuur staat, realiseert Dorus dat hij nu even moet wachten totdat alles klaar is.
“Wachten is des duivels oor kussen, wat kan ik in de tussenliggende tijd nog meer doen?”
Hij kijkt in de keuken en beslist dat de kastjes en de stalen afzuigkap best eens schoon gemaakt kunnen worden. Mannen denken immers efficiënt. Wachten op iets dat je verder niet meer in de hand hebt is nutteloos.
“En dan zeggen ze dat mannen maar een ding tegelijk kunnen doen, mooi niet.”
“Wat zei je pap?” zegt zijn jongste zoon.
Dorus hoort het niet, dus komt zijn jongste zoon maar naar hem toe en herhaalt zijn vraag.
“Het ruikt trouwens lekker.”
Als Dorus kijkt wat verantwoordelijk is voor de weldadige geur, pakt hij verschrikt de pan en kan nog net de worstjes redden.
“Ik vind ze als ze zo donkerbruin zijn het allerlekkerst, pap.”
“Ik ook” zegt Dorus, “Je vader kan er wat van en ondertussen ook nog de boel schoon maken.”
Met een innemende glimlach drentelt zijn zoon weer naar zijn computer waar hij al dagen het spel “Age of empire” speelt. Oude tijdperken herleven daarbij hetgeen veel knotsgevechten, maar ook man tegen man gevechten uit het Romeinse Rijk opleveren. Dorus is er de hele dag al getuige van. Mannen van stavast die hun hele hebben en houden verdedigen.
En dit gedacht hebbende, slaat in een keer de twijfel slaat toe bij Dorus.

“Daar sta ik dan in de keuken, een beetje de ideale Opzij-man te spelen. Past misschien wel in deze tijd en op deze plek van de wereld, maar hoe zit dat eigenlijk evolutionair gezien.”
Dorus roert de gemixte wokgroente nog even door elkaar en giet de aardappels af.
“Ben ik eigenlijk wel evolutieproof.” vraagt Dorus zich af.
Plichtmatig maakt Dorus zijn klussen af, eerst het boenen van de keukenkastjes en vervolgens weet hij een voedzame maaltijd te serveren. De swung is er echter volledig uit. Grote denkrimpels tekenen het gelaat van hem.
“Aanpassingsvermogen is er voldoende bij mij, maar is dat het adaptievermogen dat de grote Charles Darwin in gedachte had? ”
Hij roept zijn jongens aan tafel.

Onder het eten kijkt hij zijn zonen liefdevol aan en bedenkt zich hoe hij zijn kroost moet verdedigen in deze roerige en chaotische tijden.
“Mijn verdiensten zijn een partnerschap met een redelijk evenredige verdeling van taken.”
Daar maak je geen indruk mee in een toenemende individualistische wereld waarbij het recht van de sterkste meer en meer van belang lijkt te zijn. De grote bek op straat kan zijn gang gaan, de grote bek op het werk is de ideale manager, de grote bek in de politiek krijgt een horde Neanderthalers met zich mee en de grote bek in de wereld is president van Amerika en ‘if you can’t beat them, join them’. In dat laatste heeft Dorus geen zin, maar hij baalt als een stier dat zijn stemming, ondanks een positieve start in de keuken, grondig verpest is.

Tegen beter weten in en ondanks de kans dat zijn activiteiten niet evolutieproof zijn, stort hij zich met overgave op de afwasmachine. Het schone bestek, borden en kopjes ruimt hij netjes in de kast op en vult de machine met de zojuist gebruikte spullen. Het aanrecht wordt keurig schoongemaakt.
“Dora kan tevreden zijn, wat moeten we verder nog doen?”
Dan bedenkt Dorus het brood voor de volgende dag nog gesmeerd moet worden en gaat aan de slag. Het ene broodtrommeltje is snel gevonden, maar de zoektocht naar de andere neemt enige tijd in beslag.
Zijn oudste zoon weet hem te melden dat de zijne nog op school ligt, dus verder zoeken naar een alternatief. Dan vindt hij ergens onder de jassen nog een tas met daarin een reeds verloren gewaande broodtrommel. Na opening van het groene trommeltje is het verbazingwekkend dat het trommeltje niet uit zichzelf naar de keuken is gemarcheerd, maar Dorus weet wat hem te doen staat.
“Typisch de jagende man, die slechts een spoor of een kleine aanwijzing nodig heeft om zijn prooi te pakken, misschien zit er nog wel iets van de ware evolutie in me en is de voorbeeldfunctie voor mijn nageslacht nog niet zo slecht”, fantaseert Dorus, al gaat het in dit geval maar om het vinden van een groen trommeltje met een al even groene substantie.

Bij het naar bed brengen wordt het denkproces van Dorus over aanpassen in culturele zin of in evolutionaire zin, even geluwd. Als ze allebei dan rustig in bed liggen vraagt hij zich af of het niet onnatuurlijk is voor een man om zorgzaam met zijn kinderen om te gaan.
“Hoeveel mannetjesdieren worden bij hun nageslacht weggehouden of door de moeder totaal niet geduld. Ze zouden hun kinderen anders maar opeten.”
Maar Dorus denkt op tijd aan de mannetjesmerel die naast een monogame levenshouding ook nog de verzorging van zijn kinderen ter hand neemt.
“Toch eens een keer uitzoeken hoe dat zit.”
Voor Dorus is dat een essentiële vraag om zijn houding te bepalen of en hoe hij het huishouden gaat aanpakken de komende periode. Enige kennis van de evolutietheorie is onontbeerlijk om zijn strategie naar Dora te bepalen. Hij moet immers het goede voorbeeld geven aan zijn kinderen die op hun beurt verantwoordelijk zijn voor het verspreiden van zijn genen.