Met je tijd meegaan, gadverdamme

En ja, hoor dat was ie weer! Een korte, alles verdovende woordflits, het tolde enkele luttele seconden in mijn hoofd en de kiem van een nieuw blog is geboren. Het ‘groen en geel’ ergeren aan een taalkundige uitspraak en vooral de wereld die er achter ligt en we kunnen weer aan de slag. Kunnen aan de slag? We moeten weer aan de slag, want als de jeukopmerking ‘je gaat niet met de tijd mee’ op mijn pad komt, dan is er geen weg meer terug. Aldus geschiedde naar aanleiding van mijn stukje ‘Geen Stijl of Geenstijl, that’s the question.’. (nog niet beschikbaar op dit moment op  ‘sprakeloosverhalen’


Wat is dat nu met de tijd mee gaan? Betekent het dat je horloge niet meer doet? Of dat je de agenda van 2008 nog in je werktas hebt zitten? Nee, natuurlijk niet. Als tegen je gezegd wordt, ‘je gaat niet met de tijd mee’ dan impliceert het dat je een eigenwijze, vastgeroest, inflexibele ouwe zeur bent met een chronisch gebrek aan gevoel voor de tijdsgeest. Je bent op zijn minst een maatschappelijke loser die aan alle kanten ingehaald wordt ‘als je niet met de tijd meegaat.’

Welke tijd, wiens tijd en waar naar toe gaat die tijd en vooral wie bepaalt die tijd? Kijk, dat zijn nu eens vragen die gesteld moeten worden door de lieden die vinden dat je met je tijd moet meegaan. Iedere vorm van kritiek wordt gepareerd dat je niet met de tijd meegaat. Moet ik meegaan met een amorfe massa die in een ratrace hun uiterste best doet om maar mee te gaan met de tijd, ongeacht of het bij hen past? De angst om niet met de tijd mee te gaan, is dus zo verlammend dat kritiekloos iedere hype of gril wordt aangewend om maar mee gevoerd te worden in het Grote Niemandsland, de tijd.
Gadverdamme nee, dan bepaal ik mijn eigen tijd wel en ik weet zeker dat ik dan nog voldoende mee meander in het hier en nu. Heel eigentijds ga ik mee met de flow, ik moet wel want ik ben Don Quichot immers niet. Het betekent echter niet dat ik overal achter aan moet hobbelen, achter het ondefinieerbare begrip tijd.

Het begint al met het relatief onschuldige modebewustzijn dat ons vanaf kinds af aan wordt ingeprent. Bruin is de herfstmode, warmrode kleuren overheersen in de winter, de lente is een retroperiode met paarse tuinbroeken en de zomer van 2009 dragen we bloemen. Als je die warme groene trui van 2006 nu nog draagt, ga je niet me je tijd mee. En ook hier geldt dat ik echt niet in de verkleedkist van mijn opa op zoek ben naar een plusfour omdat ik tegen het eigentijdse ben. Ook ik conformeer me aan het aanbod van nu en zal over dertig jaar op foto’s te zien zijn als ‘typisch 2009′.  Met de tijd meegaan is dus niet hollen achter de nieuwste (jeugd)mode zoals menig vrouw of midlifeman doet. Het is namelijk pathetisch om op je veertigste de nieuwste gadgets nog te moeten aanschaffen, een legging over je te dikke reet te trekken of met een nauwsluitend shirt je bierbuik te exhibitioneren, alleen om maar met je tijd mee te gaan. Driewerf gadverdamme.

Een ander voorbeeld is de verloedering in omgangsvormen? Of dit nu in de politiek, media of het sociale leven is, ik constateer verwildering van omgangsvormen, heel eigentijds. Maar is het antwoord dan meegaan in die stroom? ‘Zo is het nu eenmaal tegenwoordig, dus ik ga maar met de tijd mee en gedraag me ook lomp, onbehouwen en egocentrisch. In de politiek zie je die verschuiving bij vele partijen optreden, zonder twijfel. In het maatschappelijke verkeer constateer ik in een pessimistische bui hetzelfde en op tv en internet ‘moet alles dus maar kunnen’ (ook als zo’n jeukopmerking: Moet kunnen!) om vooral maar te tonen dat je met de tijd meegaat. Als dat de norm is van met je tijd meegaan, dan ben ik trots op de classificatie ‘eigenwijze, vastgeroest, inflexibele ouwe zeur met een chronisch gebrek aan gevoel voor de tijdsgeest.

Met je tijd meegaan, gadverdamme!!!

Lekker lol maken, gadverdamme

foto extra wazig gemaakt in verband mededogen voor de dragers van rode hoedjes

 

Leven en laten leven is eigenlijk een levensdevies dat binnen de marges van het betamelijke een universele wijsheid is die we standaard in de grondwet moeten opnemen. Bovendien moeten we de betrekkingen met ieder land dat niet iets soortgelijks heeft in hun nationale constitutie meteen uitbannen. Dan zou de wereld er mooi uitzien. Langzaam maar zeker zal iedere vorm van intolerantie, al dan niet verkregen door dogma’s uit Bijbel, Thora of Koran, naar de achtergrond verdwijnen. Fundamentalisme zal slechts verworden tot een vreemd historisch verschijnsel.

Maar de geschiedenis heeft al uitgewezen dat utopieën nooit verwezenlijkt worden en eerder vervallen tot nieuwe onverdraagzaamheid.

Dit gezegd hebbende kan ik dus eigenlijk zonder gêne toegeven aan mijn eigen intolerantie.  En die is bij tijden vrij groot. Meestal laat ik mijn donkere gedachten voor mezelf, ze huizen in de donkerste krochten van mijn hersenen, nauwkeurig afgeschermd door zoiets dat we geweten noemen. Maar daarom zijn ze niet minder. Eentje zal ik met u delen.

Hedenochtend, breekbaar vanwege te weinig slaap en enigszins gestrest over de zaken die de komende dagen nog moeten gebeuren, lees ik de krant. Kopje koffie erbij, het recept om ook een mindere dag toch goed door te komen. Mijn stellingname over het leven in het algemeen en mijn eigen leven in het bijzonder worden allengs minder hoekig met als gevolg dat ik vandaag nog als acceptabel sociaal wezen door het leven kan gaan.
Stuit ik al lezende op een nieuw fenomeen namelijk ‘The Red Hat Society’. Een fenomeen dat snel in opmars blijkt te zijn. Vanuit Amerika overgewaaid (het zal ook weer eens niet van de andere kant van de oceaan zijn overgewaaid) verschijnsel van 50+ dames die met elkaar lol maken. Hun herkenbaarheid is naast de leeftijd, slechts een rode hoed. Een hoed die symbool voor frivoliteit, vrijheid en dus lol maken. Gadverdamme.

Nu moet ik heel eerlijk zeggen dat ik spontaan moet kotsen op het moment dat ik bakvissen hoor praten wanneer hen gevraagd wordt naar hun hobby’s, ze nogal eens plachten te zeggen:
‘Nou gewoon muziek, uitgaan en natuurlijk lekker gek doen en lol maken met vriendinnen!’
Lekker lol maken met vriendinnen, een grotere jeukopmerking is bijna niet te verzinnen. Maar dan kun je nog vergoelijkend denken:
“Och, het zijn nog bakvissen en ze worden wel wijzer.”

Maar dat laatste wordt natuurlijk helemaal ontkracht als de afdelingen van de Red Hat Society als paddenstoelen uit de grond schieten. Lekker lol maken met een rood hoedje op. De winkelpromenades in den lande onveilig maken, met een rood hoedje op. Groepsgewijs een theater bezoeken, met een rood hoedje op. Internationale contacten leggen met andere rode hoedjes, ook weer met een rood hoedje op. O, o, o wat een frivoliteit, want enig emancipatorisch gedachtegoed zit er niet achter en over moeilijke levenszaken mag in principe niet gesproken worden, want ze hebben zich verenigd om…… lekker lol te maken. Gadverdamme. Doe ff normaal en pleur dat rode hoedje in de vuilnisbak.

Zo ziet u, de mooie gedachte van leven en laten leven is soms ook aan mij niet besteed, maar door het weg te schrijven, kan ik de dag wel weer doorkomen en probeer maar niet meer aan rode hoedjes te denken.

Je eigen ding doen, gadverdamme.

Enkele jaren geleden hoorde ik het voor het eerst. Je moet gewoon je ding doen!!!!!!!! Getverdemme, dacht ik toen, naïef als ik was. Waar bemoei je je mee, mijn ding is mijn ding en wanneer ik die doe en met wie, ……..dat gaat niemand wat aan. Ik had me te snel boos gemaakt, de betekenis was minder plastisch en eerder beschouwelijk en filosofisch bedoeld. Daar zou ik mee kunnen leven als ik het sindsdien niet te pas en te onpas hoor. ‘Weet je, je moet gewoon je eigen ding blijven doen!’ Driewerf gatverdarrie en zeker als het met Randstedelijke nieuwsspraak wordt uitgesproken. Dan krijg je fonetisch geschreven het volgende: “Waeit je, je  moet gewoann je aigen ding blaiven doen!’ Bij het schrijven van deze tekst moet ik zo walgen, dat mijn kerstdiner er subiet uit ‘draigt’ te komen.

Wat is dat nu, je eigen ding blijven doen? Ik weet het niet zeker, maar al observerend en luisterend is dat uiteindelijk goede raad van een vriend of vriendin die na een oersaai persoonlijk verhaal je goede raad wil geven, maar het eigenlijk ook niet weet. Met glazige ogen krijgt die verteller, die heel zijn ziel en zaligheid heeft blootgegeven en met volle verwachting naar goede raad zit te hunkeren, het meest stompzinnige antwoord dat je kunt bedenken. Och, kan het schaeilen, waeit je joh, waeit je wat jaii gewoan moet doen, gewoan je aigen ding blaiven doen. De raadgever kijkt dan indringend naar zijn of haar beste vriend(in), knikt lichtelijk zijn hoofd en wacht op de bevestiging van de zojuist gegeven toptip hoe in het leven te staan. Ronduit belachelijk.

Je moet helemaal niet altijd je ding zitten doen. Er zijn al veel te veel gekken die denken hun ding te moeten doen. De geschiedenisboeken staan er vol mee geschreven en ook de hedendaagse politiek in binnen- en buitenland kent legio voorbeelden van mannen en vrouwen die nu bezig zijn de geschiedenisboekjes van over vijftig jaar te vullen. In het buitenland hoeven we maar te denken aan Bush, Poetin, Mugabe, rotte appels uit het Midden Oosten en vul die hele rottige rij maar aan. De dingen die bijvoorbeeld ene Wilders denkt te moeten doen, staan mij ook helemaal niet aan. Met die haatdragende houding doet die zijn eigen ding, maar zorgt ervoor dat anderen zijn rottigheid vroeg of laat moeten gaan opruimen. Die mensen doen helemaal niet hun eigen ding, maar zijn de rotzooi van een ander aan het opruimen.

Ik dreig nu een beetje door te draven, maar dat eigen ding doen is in veel gevallen natuurlijk maar fictie. Op kleine schaal kun je je eigen ding doen in Nederland, je hebt nu eenmaal rekening te houden met anderen. Poedelnaakt de Kerstviering bijwonen mag niet al is het je eigen ding om maar eens iets te noemen. Je familie negeren met de kerstdagen, soms best fijn. Echter je hoeft helemaal geen ruzie te hebben met elkaar, maar ik kan u verzekeren dat het opgeprikt bij elkaar zitten ‘echt niet mijn ding’ is. Ik doe het wel en vele met mij.
Weet je wat mijn eigen ding is in microformaat? Dat is iets kleins als het uitkloppen van het tafellaken na de traditionele kerstavondgourmet en dan geconfronteerd worden met de volle maan. Je slaakt een bewonderende zucht, holt naar het digitale cameraatje van je jongste zoon en probeert dat voor de eeuwigheid vast te leggen. Dat is mijn ding voor dat moment, niet meer en niet minder.