Zelfcensuur op mijn eerste vakantieavontuur met de Grutto!

Waar dit blogje naar toe moet gaan, ik heb nog geen idee. Het kan een eerste verslag zijn van een geslaagde vakantiedag thuis. Of misschien wordt het wel een filmrecensie. Mogelijk evolueert het tot een maatschappij kritisch stukje, hoewel voor de hits is dat niet zo slim. Mijn lezerspubliek opteert voor luchtigheid en niet nog een meninkje in de mêlee van andere meninkjes. We zullen wel zien.

Omdat we niet meteen weg gaan in onze vakantie, besloten we om de dagen niet in landerigheid te ver-rommelen ondanks de hitte. De warmte weerhield ons ook al van allerlei projecten en projectjes waar we ook geen reet zin in hadden. Het was dus een uitstekend idee om naar de film te gaan in misschien wel het mooiste filmhuis van Gelderland, namelijk Zevenaar. Sinds ik eind mei een voltreffer heb gemaakt op mijn mobiel van een grutto, ben ik fan. Zeker met de wetenschap dat de vogel in 2015 is uitgeroepen tot de nationale vogel van Nederland. En sinds vandaag begrijp ik waarom.

In de prachtige docufilm van Ruben Smit wordt uiteengezet wat de grutto bindt aan Nederland. Hoe dit in de loop der eeuwen is toegenomen, maar de laatste decennia weer minder wordt, met name de door de intensivering van de landbouw ondanks de ondersteuning van veel boeren om achteruitgang van de soort tegen te gaan. De kijker wordt vanuit het perspectief van de grutto meegenomen van Estland naar Nederland, vanuit Senegal op de tocht terug naar Nederland via Portugal en Frankrijk. Maar ook de IJslandse Grutto komt ter sprake. Op IJsland wordt door klimaatverandering, een vroeger beginnende lente de omstandigheden voor de Grutto steeds beter. Het is vergelijkbaar met Nederlandse omstandigheden tot 1980 wat van Nederland een typisch gruttoland maakte. Ik vond de documentaire af en toe thrillerachtige moment hebben. Hoewel, je kan de documentaire ook bekijken als een jaardagboek van de vogel in alle seizoenen en tijdens zijn reizen. Het altijd maar doorgaan van het leven, oftewel het petermobilé van de grutto. Tegelijkertijd word je geconfronteerd met de klimaatsveranderingen die het leefgebied van de grutto sterk doen veranderen. Het altijd maar doorgaan van de grutto is dus helemaal niet zo vanzelfsprekend. Voor een vogel die de status heeft van nationale vogel in Nederland zou dat heel jammer zijn.

Grutto van Ruben Smit, Gouden Kalf winnaar heeft van onze eerste vakantiedag een geslaagde dag gemaakt. Het is dus een beetje een filmrecensie geworden met een licht maatschappelijke kritische ondertoon. Bovendien waande ik me als klompenpadwandelaar anderhalf uur in de weilanden zonder last te hebben van de tropische hitte. Grutto! Een aanrader.

Naschrift:

Nu kan ik het hierbij laten, maar niet zonder de vermelding dat ik het verslag nog veel spannender had kunnen maken. Tijdens de film had ik uit voorzorg een paar foto’s gemaakt ter opleuking van dit blogje. De reacties van mijn huisgenoten waren van bijna hysterisch tot opperste verbazing. Ik zou me schuldig maken aan diefstal door een eigen kiekje in het donker te gebruiken voor dit blog!!! Belachelijk natuurlijk, maar ik ben er van overtuigd dat om hun gelijk te krijgen ze me nog zouden aangeven. In mijn recalcitrante bui zag ik er wel een leuk verhaal in. Dat ik ontboden wordt op het politiebureau omdat ik de foto’s niet van mijn blog wil halen in verband met de auteursrechten. Zou misschien leuk zijn geweest, maar ja, het is niet alleen mijn eerste vakantiedag. Ik ben gezwicht voor de druk. Mochten mensen bovenstaande foto van mijn hand willen gebruiken. Ga gerust je gang. Het is leuk dat je me daarbij noemt, maar wil je dat niet, ook goed. Ik heb toch geen zoekmachines om dat te traceren. De grutto, zeker deze van mij, is van iedereen toch?

Mijn filmblik op Parasite

20200420_160030

Een trailer kwam langs en een interview met de regisseur, bood voldoende aanknopingspunten om de Koreaanse film Parasite in de bioscoop te bezoeken. Niet meteen met hele hoge verwachtingen, maar voldoende voor een avondje bioscoopplezier. In mijn omgeving waren er ook mensen die de film wilde zien, dus dat gaf al de voorpret om erover van gedachten te wisselen. Even later werd de film dè winnaar van de Oscar voor beste film, nota bene als niet Amerikaanse film. Dan moet ie wel heel goed zijn. De beslissende factor om de woorden in daden om te zetten was de reclame die Mr. Trump maakte door zijn walging uit te spreken dat het geen Amerikaans product is. Op naar de bioscoop dus. Maar dit was in het laatste jaar BC, Before Corona. Inmiddels zijn de bioscopen gesloten. Ik weet niet eens of de film het in Nederland wel goed heeft gedaan. Een collega is voor een tweede keer geweest, dus aan hem kon het niet liggen. Hij vermoedde een diepere laag die de tweede keer pas duidelijk zou worden. Ik moet het hem nog vragen.

 

In het Corona-tijdperk, het jaar nul zullen we maar zeggen, was het niet mijn eerste reflex om te onderzoeken of ik de film op een andere manier kon bekijken. Maar afgelopen weekend vertelde mijn oudste zoon dat via onze thuisbioscoopmogelijkheden Parasite te bekijken was. Ben benieuwd, want eerdere ervaringen met Aziatische films waren wisselend. Of ze intrigeerden bovengemiddeld zonder dat ik echt het verhaal of de kern kon na vertellen, of ze waren mij wezensvreemd hoewel ik mijn best deed om met een interculturele filmblik te kijken. Bij Parasite is het vanaf het eerste moment totaal anders. Het is een duidelijk niet Westerse film, waar alle thema’s, humor en sociale relaties toch heel herkenbaar zijn. Niet westers, mogelijk niet specifiek Koreaans, misschien wel mondiaal is de beste aanduiding. Armoede, de moderniteit, standsverschillen en maatschappelijke mobiliteit of juist het gebrek eraan komen heel herkenbaar over. De humor is soms heel subtiel. Geen dijenkletsers, eerder glimlachhumor of plaatjes waarvan je denkt wat geniaal bedacht. Andere momenten is de overdrijving erg nadrukkelijk, bijna poep en pieshumor. De geur van het klootjesvolk, bijna een centraal thema in de film, moet ook getoond worden immers. Het verhaal van de familie die in het souterrain leeft en op handige wijze binnendringt bij een zeer gefortuneerde familie is vermakelijk. Het is bovendien een film waarbij klassenverschillen op humoristische wijze worden uitvergroot. Heel apart is de constatering dat ik eigenlijk nooit stil heb gestaan bij de man-vrouw verhoudingen in dit land. De film geeft namelijk een soortgelijk beeld dat wij kennen in de Westerse samenleving. Zo oogt in eerste aanleg. Misschien is dat wel de vraag die nu het meest bij mij naar bovenkomt, hoe zijn de sociale verhouding binnen gezin en tussen man en vrouw in Zuid-Korea. Ik weet het oprecht niet.

 

Goed, de film stemt tot nadenken en is ondanks wat overdreven geweld op het einde, vooral ook lichtzinnig. Het heeft me over een drempel heen geholpen meer open te staan voor niet Europese films. Ik heb me vermaakt en zal mijn collega vragen wat ik bij een tweede keer anders zou zien. Vooralsnog heb ik niet de neiging de film een tweede keer te zien in de jaartelling na het Coronatijdperk (AC).

Dat neemt niet weg dat de film met mijn filmblik een 8 krijgt.

Voor een overzicht van alle filmblikken zie ook de hele lijst.

Filmblik op: The Big Short

 

Het blijft een fenomeen, het gedoe met aandelen, obligaties en andere producten. Ik begrijp er relatief weinig van, alleen met mijn macro-economische kennis van de middelbare school, weet ik dat grote banken de hele mondiale economie naar de kloten kan helpen. Vorig jaar heb ik al gekeken naar The Wolf of Wall Street, waarin vooral het zedelijk verval en de regressie van de mensheid getoond werd. Hoewel die film hogelijk geprezen werd, vond ik hem wat aan de magere kant. Gisterenavond een herkansing, The Big Short van regisseur Adam McKay. Dit maal niet een orgie van uitwassen met blote wijven en coke snuivende bankiers, maar een ‘technische’ een uiteenzetting van de achtergronden van de val van de huizenmarkt in de VS.

 

 

 

 

Nu moet je niet meteen denken aan een documentaire die dienst zou kunnen doen op de middelbare school, maar eerder een thriller op zoek naar de mogelijkheden om slimmer uit de crisis te komen, waarmee  het frauduleuze bancaire systeem meteen onder de loep wordt genomen. Enkele financiële lichten gaan in de aanloop van de hypotheekcrisis oorzaken zien van een mogelijke bubbel. Ze vechten tegen het systeem of proberen daar met alle risico’s van dien een slaatje uit te slaan in de hoop c.q. verwachting dat de bubbel inderdaad doorgeprikt gaat worden.

Het is een film die tot het eind weet te boeien. Je weet dat de crash gaat komen, dat de hele wereldeconomie wordt meegetrokken en dat we 8 jaar na dato nog niet ‘genezen’ zijn. Sterker nog louche maar legale bankiers en andere witteboordencriminelen blijven nog steeds zoeken naar mogelijkheden om rijk te worden met een fictieve economie. Kenners spreken over een economische veenbrand waarbij het niet de vraag is of, maar wanneer die weer gaat oplaaien. Na het zien van de film geloof ik niet dat ik zou slagen voor een tentamen bancaire zaken, wel begrijp ik dat de Amerikaanse belastingbetaler goed ziek moet zijn van het systeem. Misschien is dat wel de reden dat Donald Trump zo’n hoge populariteit heeft bij een cynisch geworden Amerikaans electoraat.

Omdat de film bleef boeien, met hoofdrolspelers als met Steve Carell, Christian Bale en Ryan Gosling, beoordeel ik de film positief. Brad Pitt had overigens een bijrol, al herkende ik hem niet. Ik weet dan ook knap weinig van de Amerikaanse sterren. Juist de onnavolgbaarheid van de financiële producten in een wereld waar de prikkels en stimuli gigantisch zijn, werd mooi uitgebeeld. De film ging snel, bijna bij het irritante af, zeker het eerste deel. Deze snelheid maakte je bijna deelgenoot van de jachtige wereld van die tijd, 2006 en later en eigenlijk tot op de dag van vandaag. Misschien is juist dit waarom ik de film met een ruime zeven waardeer.

Waardering: 7,5

Alle andere filmblikken

 

 

 

Filmblik op: The Shawshank Redemption

 

Een blinde vlek in mijn bewustzijn, ik zal er vast velen hebben. Je weet het pas op het moment dat die vlek blootgelegd wordt, als je er tenminste open voor staat. Bij een collegiale bijeenkomst werd er over films gesproken één collega was wild enthousiast over een film. Ze kreeg bijval van enkele anderen. Er ging bij mij geen lampje branden en zelfs de titel The Shawshank Redemption was voor mij in eerste instantie een bekkenbreker. De film is gebaseerd op een boek van Stephen King. Die ken ik dan weer wel al heb ik nog nooit wat van hem gelezen. The Shawshank Redemption is uit 1994, staat op enkele lijsten als de beste film ooit en ik heb er nog nooit van gehoord.

 

De eerste reactie is natuurlijk onder welke steen heb ik geleefd. Terug redenerend kunnen we stellen dat de film gemaakt is in 1994, het jaar dat onze oudste zoon is geboren. Met baby’s en kleine kinderen heb je wel wat anders te doen dan cultureel lopen te wezen. Dat is bij mij dus blijkbaar niet anders geweest. Ruim twintig jaar later heb ik dus hard mijn best gedaan om het gemis van misschien wel de beste film ooit in te halen. Op Netflix hebben we de ruim tweeënhalf uur durende film met plezier aanschouwd. Het is inderdaad een wereldfilm, maar ik betwijfel of die in mijn top 10 ooit zal eindigen.

Een onterecht veroordeelde bankier, Andy gespeeld door Tim Robbins en bajesmaat Red ( Morgan Freeman) spelen de sterren van de hemel in de gevangenismovie. Alle facetten van het harde gevangenisleven komen ruim aan de beurt. Agressie van gevangenen onderling, gedwongen sex en verkrachting, handel, mishandeling en machtsmisbruik door het personeel tot zelfs moord toe. Maar ook vriendschap was een terugkerend thema in een omgeving zonder hoop en toekomst. Hoewel de twee maal levenslang veroordeelde bankier zich een luxe positie verworven had door zijn (financiële) kennis en kunde heeft hij de hoop nooit opgegeven.

Het vreemde is dat de film eigenlijk verplichte kost zou moeten zijn voor mijn beroepsgroep binnen de reclassering, maar zelfs daar heb ik tot vorige week mijn blinde vlek zorgvuldig gekoesterd. Vanuit dat perspectief was het ook een goede film die het gebrek aan socialisatiemogelijkheden binnen het gevangeniswezen pijnlijk blootlegt. Ik ben blij dat ik de film gezien heb, maar het ‘te veel’ Amerikaanse en Hollywood in de film zorgt er voor dat de 8,5 niet gehaald wordt, maar toch ga ik voor een dikke acht.

Eindoordeel: 8+
Alle filmblikken bij elkaar, volg de link.

 

Mijn Filmblik op: Youth

 

 

Zijn emoties nu wel of niet wel of niet belangrijk in het leven, dat is de vraag waarmee ik uit de bioscoop stapte na het zien van de film Youth (regisseur Paolo Sorrentino). De componist Fred Ballinger (gespeeld door Micheal Caine) stelt zich die vraag en lijkt er ook naar te leven. Een ietwat nurkse oude man, niet onvriendelijk maar het is overduidelijk dat hij weinig meer van het leven verwacht. Investeren in (oude) emoties is dan ook zonde van je tijd. Gewoontegetrouw gaat hij naar een vakantieresort in Zwitserland waar de idyllische omgeving in schril contrast staat met de overwegend bejaarde clientèle in het kuuroord. Ook aanwezig is zijn boezemvriend Micke Boyle (gespeeld door Harvey Keithel) die de vakantie gebruikt voor zijn laatste filmische meesterwerk. Hun vriendschap blijft door de hele film doorlopen met een belangrijke vraag of Micke nu wel of niet het bed gedeeld heeft met een gezamenlijke jeugdvriendin. Het geheugen laat hierin de heren in de steek. Het drukt de vriendschap evenals het uit elkaar gaan van zoon en dochter van beide heren. De dochter Lena Ballinger (Rachel Weisz) blijft bij vader in het hotel, als dochter en zijn persoonlijk assistente.

 

De waarheid mag geen geweld aangedaan worden als ik in eerste instantie vooral onder de indruk was van de filmaffiche waar een stel prachtige vrouwenbillen pontificaal in beeld te zien waren. ,,Ik wilde wel eens weten welk gezicht er bij die billen hoorden.” Natuurlijk hielp het wel om te horen van anderen dat de film de moeite waard was om te aanschouwen. En ik heb met volle teugen genoten. In de eerste plaats om de conversaties tussen de beide oude heren over het leven, hun prostaatklachten en de onderlinge weddenschappen met betrekking tot de gebeurtenissen in het kuuroord. Maar ook de verschillende, soms persiflage-achtige rollen van de andere gasten. Te denken valt dan aan de crew van Micke, maar ook de het bijrolletje van de nietszeggende masseuse, die beweert dat haar kennis gelegen is in de aanraking en daarmee de emoties kan ontleden. Ook Maradonna moest waarschijnlijk voor de zoveelste keer bijkomen van de overdaad en vet en andere geneugten des levens. Ook hij logeerde in het hotel. Ik kan oprecht genieten van dit soort portretjes in de film. Met de aanwezigheid van dochter Lena komen we hortend en stotend ook iets te weten van het ogenschijnlijke emotieloze leven van Fred Balanger. Zijn gehele gevoelsleven lijkt hij in de muziek te hebben gelegd, met name de compositie van zijn zogenaamde Simpel Songs. Queen Elizabeth wenst ten behoeve van haar echtgenoot prins Philip dat Fred Balanger nog een keer als dirigent zijn opwachting maakt en de Simpel Songs voor het koningspaar ten gehore brengt. Daarmee stel ik dat de muziek (componist David Lang) de toch al mooie film film draagt en naar een hoger level brengt.

 

Al met al een prachtige film die bij mij hoog scoort. Bij het zoeken naar de naam die bij de blote billen horen, kwam ik een recensie van mijn collega’s van de Azijnbode tegen. Met het negatieve commentaar kan ik traditiegetrouw dus stellen dat ik gelijk heb en dat ieder negatief commentaar van de Volkskrant voor mij een aanrader is om te gaan. Om volledig te zijn en trouw te blijven aan mijn onderzoeksvraag de dame met de billen was in de film Mădălina Diana Ghenea en speelde Miss Universe. Rest mij een vraag die ik niet beantwoord heb gekregen. Waarom speelde Fred Ballinger met een rood snoeppapiertje tijdens verschillende momenten in deze film. Misschien heeft iemand het antwoord? Het belang van emoties in het leven van een mens zal volgens mij een eeuwigdurende vraag blijven voor ieder weldenkend mens.

Al met al geef ik de film een dikke acht (8+)

 

Voor alle filmblikken van Sprakeloos

 

Mijn filmblik op The Wolf of Wall Street

 

Eerlijk is eerlijk, zonder het boek van Joris Luyendijk ‘Dit kan niet waar zijn’ had ik de film The Wolf of Wall Street waarschijnlijk nooit gezien. Toen de film uitkwam in 2013 heb ik de trailer gezien en afgedaan als over the top. En na het lezen van het boek van Luyendijk weet ik dat ik het misschien goed gezien heb, maar het is blijkbaar een verfilming naar de memoires van Jordan Belfort, en moet ik concluderen dat het echte leven rondom Wall Street wel over de top is. En natuurlijk ben ik niet zo’n provinciaal die gelooft dat op de beurs alleen maar mensen werken met een padvindersmentaliteit, verre van dat. Maar de opeenvolging van lompe koorballen humor, met seks gelardeerd drugsgebruik of andersom, in een wereld zonder normen en waarden, is niet mijn piece of cake.  Om met Luyendijk te spreken, het kan niet waar zijn.

 

Een maal in de drie uur durende film boeide hij wel voldoende. De verslaafde ‘gek’ Jordan Belfort gespeeld door Leonardo di Caprio werd uitstekend neergezet. Ook zijn directe kompanen van het eerste uur in zijn bedrijf Statton Oakmont waren lekker gecast, lekker non-conformistisch maar eigenlijk stuk voor stuk loosers die Belfort wist om te toveren door keiharde verkopers van aandelen (stock penny’s). Het meest intrigerende vond ik de blinde gehoorzaamheid of beter gezegd de bijna ranzige saamhorigheid van de verkoopmedewerkers die in de film naar voren kwam. Met geld als verbindende factor, lijkt iedereen zijn gevoel voor wereldse waarden en normen te verliezen en gelden de wetten van de geldjungle die Wall Street heet. Uiteindelijk blijken er wel wetten te zijn overtreden, dus met een deal via de FBI moet Belfort zijn gevangenisstraf van 36 maanden uitzitten. Hij schrijft zijn memoires in detentie en gaat het lezingencircuit in.
Die gekte en waanzin op de beursvloer en binnen het bedrijf van Belfort lijkt wel een beetje op massapsychose. De groepsdruk maakt niemand meer kritisch. Net zoals in de film The Wave waarbij iedereen achter de leider aan gaat, is de leider hier het geld vertegenwoordigd door Belfort die er een zeer uitbundige, misschien wel perverse levensstijl op nahoudt. In zo’n omgeving lijkt de ster van Di Caprio te stralen. Ik herinner me ook de Great Gatsby waarbij hij glorieerde in de extravagante jaren dertig van de vorige eeuw.

Het moment bepaalde dat ik de film ging kijken, maar ik betrapte me er op dat ik soms wegzakte. 172 minuten is voor mij blijkbaar te lang om de stoet van drugs, geld, chicks en party’s te kunnen gedogen. Meer dan een klein zeventje zit er qua waardering niet in.

Mijn waardering is een 7-

zie ook andere filmblikken

Mijn Filmblik op INTO THE WILD

Het kan verkeren om ome Bredero maar eens aan te halen. ’s Morgens weet je nog van niets, die avond smacht je naar het kijken van de film Into the Wild. Een film van al weer enige jaren terug die langs me heen gegaan is. Geen nood, ik zag dat mijn kabelexploitant de film in de aanbieding had volgens hun website. Eenmaal de film willen bestellen, bleek website en daadwerkelijke aanbod niet in overeenstemming. Klote! Dan maar zoeken of ik een versie, al dan niet illegaal, kan vinden op internet. Bij de eerste moest ik me registreren, bij de tweede was het raak. Into the Wild was voor mij. Ik ben benieuwd.
WAT ER AAN VOORAF GING
Op mijn vrije woensdag keek ik mijn sociale media even na en zag op Facebook een grote foto van nichtjes van me. (Ook al zijn ze slechts een aantal jaar jonger, dus ook al heel ruim volwassen, je blijft zeggen nichtjes, waarom dat is weet ik ook niet.) Ze zaten in de auto met grote modieuze zonnebrillen. Ik moest meteen denken aan een roadmovie Thelma en Louisa. Ik had de film nooit gezien, maar de reputatie van de dames is me wel bekend. Het was ook maar een splitseconde, die associatie met mijn nichtjes en natuurlijk stamp ik dat meteen op Facebook onder het mom laten we eens spontaan doen. Bovendien waren ze niet alleen, want het bijschrift bij de foto was: Sisters on the road….with Eddy Vedder. Ook dat nog dacht ik, hoewel who the fuck is Eddy Vedder, maar dat zijn natuurlijk niet mijn zaken. Snel werd ik onderwezen in het feit dat Eddy Vedder the leadzanger van Pearl Jam is. Vaag weet ik van het bestaan van Pearl Jam, maar wat ze spelen en vooral wie dat doen interesseert me niet zoveel. Vanaf mijn 18e, en zeker vanaf mijn 24e heb ik maar een zeer latente belangstelling voor popmuziek, hoewel heel af en toe sijpelt er wel eens iets goed in mijn belevingswereld. Voor films heb ik meer belangstelling en uiteraard ben ik bereid om die Eddy eens te beluisteren, maar vooral was ik benieuwd naar de film.

(Tussen haakjes, om privacyredenen een foto van Thelma en Louise om dit stukje op te leuken, niet mijn nichtjes.)


INTO THE WILD, THE MOVIE

Toen de film even op weg was, een ingehouden vloek mijnerzijds. Ik vervloekte mijn luiheid als het gaat om buitenlandse talen. Standaard zet ik de ondertiteling eronder, maar bij deze site was dat niet mogelijk. Ik moest me behelpen met Engels hetgeen op basis van opleidingsniveau en enige ervaring geen moeite moet zijn. De praktijk is echter weerbarstiger. Als je engels of welke andere taal amper praktiseert dan wordt het lastig. Zoals al duidelijk is, ik luister weinig popsongs, dus vanuit die hoek wordt mijn engels ook niet onderhouden. Het duurde even voor dat ik er lekker inzat en halverwege miste ik de ondertiteling niet meer. Ik durf niet te beweren dat ik alle nuances van de literatuur die in de film voorkomen, heb begrepen. Het meest wel, dus ik voel me gemachtigd om een oordeel te vellen.

De film begint met een spreuk van Lord Byron

There is a pleasure in the pathless woods

There is a rapture in the lonely shore

There is a society where none intrudes

By the deep sea, and music in its roar

I love not man the less, but Nature the more

Een jongeman, zijn diploma koud op zak, laat zijn afkeur duidelijk weten ten opzichte van zijn trotse ouders. Hij wil geen groot cadeau, wil geen loopbaan of studie via de geëffende paden, hij is tegen te bestaande conventies, het huwelijk van zijn ouders en wil vooral niet aan de verwachtingspatronen voldoen. Hij trekt er op uit, verbrandt op zeker moment zijn geld en creditcard en laat het verleden achter zich. Hij leest veel, ontmoet andere ‘drop-outs’ van de Amerikaanse samenleving en weet te overleven in zijn doortocht in het leven die uiteindelijk moet leiden naar Alaska. Overleven, rust en zichzelf vinden, of misschien wel creëren lijkt het doel. Na bijna anderhalf jaar na zijn verdwijning lijkt hij klaar te zijn en zoekt de weg terug. Hij kan echter de nabij gelegen rivier niet oversteken en moet noodgedwongen langer bivakkeren in een karkas van een autobus, die al die tijd zijn woonplek is geweest. Hoe deze bus in de middle of nowhere is gekomen, is mij niet duidelijk. Het verplichte langere verblijf is hem fataal geworden door ziekte en uitputting.

MIJN BEVINDINGEN

Ik moet toegeven dat er sprake is van prachtige plaatjes in de film. Ook de zoektocht van een puber, adolescent naar volwassenheid die tegen de conventies is, biedt voldoende denkwerk voor een ieder, zeker ook voor mij een belegen midlifecriser. Willen we allemaal van tijd tot tijd niet uitstappen uit het burgerlijk bestaan, avonturen beleven en het leven ervaren? Ook de gedachte met veel minder te kunnen leven dat de materiële omgeving die de meeste van ons hebben, heeft veel romantische aspecten die mij laten mee leven met de hoofdpersoon Cris Mcandless gebaseerd op een waargebeurd verhaal geschreven door John Krakauer. Ik neig naar een redelijk positieve beoordeling, misschien wel een zevenenhalf tot mijn oudste zoon thuis komt en vraagt welke film ik aan het kijken ben. Als hij Into the Wild hoort, reageert hij resoluut. ,,Als die vent geluisterd had naar de goede raad, door bijvoorbeeld beter voor te bereiden en tenminste een kaart mee te nemen, had hij geweten dat de redding nabij was” Hij wist mij te vertellen dat op slechts twee kilometer afstand een soort van kabelbaan was om de rivier over te steken. Tja dan is je gevoel voor romantiek in een keer als sneeuw voor de zon verdwenen. Trouwens met die muziek van Eddy Vedder/Pearl Jam is niets mis, oordeelt hij. Daar ben ik dan wel met hem eens, dat dan weer wel.

Al met al blijf ik hangen bij een 7. Alle filmbllikken van Sprakeloos

Mijn Filmblik op IM LABYRINTH DES SCHWEIGENS

Op zoek naar juichende kritieken over de Duitse film Im Labyrinth des Schweigens, kwam ik vooral matige recensies tegen met de azijnfles van de Volkskrant voorop. In de tekst onder de titel staat: ‘In Im Labyrinth des Schweigens wordt de Auschwitzhorror soms te veel uitgespeeld. De film, deels op feiten gebaseerd, is een beetje stug, ouderwets tv-achtig.’
Nooit zoveel onzin bij elkaar geharkt gezien, maar het zal ongetwijfeld gebaseerd zijn op hooggeschoolde kennis van hoe een film in elkaar moet steken, maar houdt amper rekening met de gevoelswaarde van de filmbeleving. Een gediplomeerd azijnpisser IS hier niet gevoelig voor, dus een bevestiging van wat ik al wist, ga nooit af op de Volkskrant, zie het vooral als een tegengesteld advies.

HET WORDT EEN NA-OORLOGSFILM
Twee vrije dagen voor de boeg met daarin de Dodenherdenking en Bevrijdingsdag, 4 en 5 mei. Of we deze middag iets zouden gaan doen, vroeg mijn vrouw kijkend op de buienradar. In Nijmegen draait Im Labyrinth des Schweigens. Ik herinner me dat ik iets over de film heb gezien, dat niemand wist van de gebeurtenissen in Auschwitz. We hebben het dan over het naoorlogse Duitsland, 1958. Daarnaast had ik een documentaire gezien over de Duitse jeugd die genoeg zou hebben van de verplichte schoolreisjes naar allerlei oorden om zich te moeten wentelen in de rol van schuldigen. 70 jaar na dato voelen zij zich geen dader meer. Het lijkt me volstrekt terecht.
In het Nijmeegse filmhuis LUX draaide de film en daar was ik sinds mijn vertrek uit Nijmegen in 1999 nog nooit geweest, sterker nog, het bestond toen nog niet. Ik ging altijd naar Cine Marienburg.

 

VRAGEN, VOORAL VRAGEN
Laat ik eens beginnen met hoe we uit de film kwamen, als een leidraad voor de impressies en gevoelsbeleving van Im Labyrinth des Schweigens. We benadrukte beide dat we het een hele mooie en indrukwekkende film vonden om daarna te denken over wat de film losmaakte aan gedachten. Allereerst natuurlijk het ongeloof dat zo’n beladen geschiedenis in het naoorlogse West-Duitsland verzwegen werd, alsof het geen deel uitmaakte van de landsgeschiedenis en/of de persoonlijke geschiedenis van veel Duitsers, 1958 nota bene. Bestaat er zoiets als een gezamenlijke schuld, kun je dat met de achterafkennis vaststellen? Dat er schuldigen zijn is duidelijk, heel duidelijk, maar moeten alle schuldigen opgepakt worden en zo ja, is dat mogelijk? Hoeveel regiems, de Sowjet-Unie als recent voorbeeld, gaan voor een deel verder met de ‘oude hap’ in een nieuw ideologisch jasje, misschien is dat een historische wet om niet in volledige anarchie te belanden? Als er sprake is van daderschap in welke omstandigheid dan ook, hoe gemakkelijk is het om met jezelf in het reine te komen over je meest pikzwarte persoonlijke geschiedenis, kijkend naar je eigen aandeel? Moeten de 4 en 5 mei herdenking louter in het teken staan van de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust of moet de bovenliggende algemeen menselijke boodschap centraal staan? En hoe zijn we nu anno 2015, hoe vaak kijken we weg als het gaat om humanitaire rampen in Afrika of heel actueel het vluchtelingenprobleem op de Middellandse Zee?

IM LABYRINTH DES SCHWEIGENS
West-Duitsland is bezig met het Wirtschafswunder, de Tweede Wereldoorlog is nog geen 13 jaar afgelopen en het lijkt alsof er niets is gebeurd in de jaren dertig en veertig. De ‘grote vissen’ zijn berecht bij de Neurenbergprocessen en Adenhauer leidt de Duitsers door het naoorlogse Duitsland en iedereen gaat verder met zijn leven en heeft de draad ogenschijnlijk weer opgepakt totdat een slachtoffer uit Auschwitz wordt geconfronteerd met een van de kampbeulen die ‘gewoon’ weer les geeft op een middelbare school in Frankfurt. Hij gaat er mee naar een journalist die probeert de zaak aanhangig te maken bij het Openbaar Ministerie. Er is geen belangstelling, maar een jonge Officier van Justitie Johan Radmann (gespeeld door Alexander Fehling) pakt de zaak op en krijgt de steun van de Procureur Generaal (gespeeld door de onlangs overleden Gert Voss) die met een beetje fantasie lijkt op de oude Willy Brandt. Aanvankelijke wil de jonge jurist de zaak juridisch aanpakken middels het logische concept van dat er een dader en een slachtoffer is die met elkaar verbonden zijn door een delict. Het is dan immers slechts een kwestie van bewijzen. Al snel komt Radmann erachter dat de ‘zaak’ veel groter is dan zijn voorstellingsvermogen kan bevroeden. Ook voor hem heeft de recente Duitse geschiedenis klaarblijkelijk grote blinde vlekken mede als gevolg van het alom zwijgen van een ieder die iets weet van de gebeurtenissen in de vernietigingskampen. Door deze tegenslag laat de jurist en de inmiddels bevriende journalist zich niet uit het veld slaan, ze gaan verder en worden zelfs via extra mankracht ondersteund door de procureur-generaal. Dat wil niet zeggen dat het onderzoek daarmee vanzelfsprekend van een leien dakje gaat. Er is geen medewerking van mensen op belangrijke sleutelposities, die mogelijk zelf een verleden hebben. Niemand wil dat het verleden opgerakeld wordt.
Uiteindelijk zal het werk van de jonge jurist leiden tot de Duitse processen die ervoor zorgen dat het nicht-Wissen van de Duitse bevolking wordt opgeheven. Het is ook de tijd de de Duitsers kunnen beginnen met het verwerken van de eigen geschiedenis al dan niet geholpen door de opstandige jeugd die in de jaren zestig ook helderheid willen over de rol van hun vaders en moeders in die tijd. De film eindigt, waar de processen beginnen.

PERSOONLIJKE BEVINDINGEN
Ik vond het een prachtige film die de beklemmende sfeer uit de jaren vijftig op een prima wijze weet vast te leggen. En hoezo ouderwets en stug vraag ik me dan af? Juist het langzame oprakelen van een geheim wordt in beeld gebracht in een tijd van beklemming waar Sauerkraut-Dampen (als tegenhanger van onze spruitjeslucht) en ontkenning van de geschiedenis een belangrijke rol spelen. Het naoorlogse probleem in Duitsland wordt prachtig in kaart gebracht zonder op een pathetische wijze gruwelen in Auschwitz te misbruiken dan wel te ontkennen. Op het einde van de film laat de regisseur Giulo Ricciarelli de procureur-generaal zeggen, nadat Radmann gek dreigt te worden van de Waarheid waarna hij op zoek is. ,,Het gaat er niet om dat alle schuldigen opgepakt worden en berecht zullen worden. Het is belangrijk dat de slachtoffers een stem zullen krijgen en houden. Hun verhaal moet gehoord worden.”
Ik denk dat dit de kern is van de film, te beginnen bij de onwetende Duitsers uit de jaren vijftig die door de processen zullen horen hoe breed de steun is geweest aan het Hitler-regiem en dat vergeten van die zwarte tijd door te zwijgen de Duitse democratie niet verder zal brengen.

Een liefdesgeschiedenis tussen Johan Radmann met de mode-ontwerpster Marlene (gespeeld door Friederieke Becht) geeft de film een licht randje zonder dat daarmee de ernst teniet wordt gedaan. Als ik een puntje van kritiek mag geven dan is het het ontbreken van de persoonlijke assistent van Radmann, een oudere vrouw met de naam Schmitchen (gespeeld door Hansi Jochman) op de affiches. Haar reacties en emoties vond ik exemplarisch.

Kortom een buitengewoon goede film. Al met al een dikke acht en om enige compensatie te geven aan alle azijnpissers van de Volkskrant die bijvoorbeeld hoog opgaven van Aanmodderfakker, ga ik zelfs voor een 8,5. Voor meer Sprakeloze filmbelevingen verwijs ik naar mijn totale lijst.

NASCHRIFT: ANTWOORDEN, ANTWOORDEN, ANTWOORDEN
Op alle vragen die ik kan stellen, zoals hierboven in deze filmblik, heb ik geen kant en klare antwoorden. Ik ben er wel van overtuigd dat het van het grootste belang is dat de verhalen uit de Tweede Wereldoorlog vertelt moeten blijven en dat 4 en 5 mei hiervoor een goed moment is. Ik begrijp dat de Duitse jeugd genoeg heeft van de eeuwige schuldrol en dat is volgens mij ook niet nodig en werkt uiteindelijk zelf averrechts. Ik vind dat het grotere verhaal geleerd moet worden uit de Holocaust om niet te vergeten en vooral om te leren. Maar ook andere gebeurtenissen die met de Tweede Wereldoorlog hebben te maken (Nederlands Indië) waarbij onze rol als dader èn slachtoffer heel dicht bij elkaar liggen, moet verteld blijven worden, wat mij betreft ook op 4 en 5 mei.
Maar ook in de recente geschiedenis, bijvoorbeeld de genocide in Rwanda zijn illustratief hoe de mensheid kan verworden tot een verschrikkelijke moordmachine, toen, nu en helaas ook in de toekomst. Hoe onverschillig kijken we naar de vluchtelingenproblemen waarmee Europa te kampen heeft. Het lijkt vooral een probleem van Italië en Griekenland en we gaan over tot de orde van de dag. Misschien is het appels en peren met elkaar vergelijken, maar in essentie gaat het om dezelfde mechanismen van wegkijken, onverschilligheid en individuele onmacht die kunnen leiden tot grootschalige menselijke drama’s. Maar als het om zulke vraagstukken gaat, ontstaat er ook in mijn gedachten vaak een labyrint van tegenstrijdigheden.

Mijn Filmblik op: Aanmodderfakker

 

Het was zaterdagavond. We hadden geen plannen, maar de mood om een week werken af te wisselen met een avondje bankzitten was niet de bedoeling. ,,Zullen we naar de film gaan?” stelde mijn vrouw voor. In het filmcafé (Zevenaar) draait Aanmodderfakker. Ik had er van gehoord, want ik vond de naam wel aardig bedacht. Ze vertelt dat de film in de prijzen is gevallen, maar liefst drie gouden Kalveren waaronder voor de beste film. Dat bracht hooggespannen verwachtingen met zich mee, een feelgood van minimaal het niveau Alles is Liefde. Want laten we eerlijk zijn, uitgezonderd exclusieve Cult-liefhebbers met hele grote kapitalen zullen een film als Alles is Liefde niet weten te waarderen. Het is heerlijk vermaak voor een avondje film. Dat hadden we voor ogen met Aanmodderfakker.

Het was de eerste twintig minuten echt aanmodderen qua sensatie, maar de verveling sloeg pas echt toe na de pauze. Menig maal heb ik zitten met verbazing zitten kijken naar de verrichtingen van de acteurs. Misschien waren ze helemaal niet zo slecht en och Roos Wiltink en Gijs Naber (winnaar van een Kalf) speelden hun rollen misschien best aardig, maar het verhaal boeide voor geen meter, er kwam bij mij amper een vorm van identificatie, mededogen of herkenning naar boven, het bleef bij slecht uitgevoerde opeenstapeling van stereotypes, een eeuwige student (Thijs) en een vroegrijp en wijs, mooi meisje (Lisa). Op zich hoeft dat geen probleem te zijn, maar mijn lachspieren gleden niet uit over de geboden humor. Zelfs het zoeken naar een glimlach leverde niets op. Een enkele keer, geloof ik,  moest ik grinniken, maar ik weet niet eens meer op welk moment. De vele plotse wendingen in het plot gaven nimmer in een rollercoaster van emoties te zitten, integendeel het werd steeds vervelender. De eindverantwoordelijken moeten dat hebben voorvoeld, want ze laten een van de medewerkers van de Media-Markt (of iets dat er op lijkt, afhankelijk van de gulle giften van de sluikreclame) uitgroeien tot een grootst schrijver, die onverwacht uitgegeven wordt. Zijn grootste literaire verdienste zouden de plotselinge wendingen in het plot zijn. De crew zal ongetwijfeld veel lol hebben gehad bij het draaien en misschien nog veel meer bij de uitreiking van de prijzen. Maar ik begrijp echt niet wat de jury heeft bezield? Als dit het hoogtepunt is voor bijvoorbeeld Gijs Naber of Roos Wiltink, dan vrees ik voor hun carrière.

Het is een film om heel snel te vergeten. Het doet me verlangen naar Gooische Vrouwen 2. Het eerste deel heb ik kunnen uitzitten, maar ik heb dan enkele keer heel smakelijk gelachen. Dat bleef uit bij deze film. Helaas moet ik naarstig op zoek naar de azijnfles, ik voel me net een recensent van de Volkskrant, maar ik kan niet anders. Meer dan een vijfje zit er niet in.

Mijn waardering voor de film is een: 5-

Alle filmblikken van Sprakeloos bij elkaar, volg de link.

Mijn Filmblik: Bon Dieu

 

Kerst 2014 is officieel afgesloten, net zoals die begonnen is, met een Franse Film. Twee dagen terug met veel plezier na Samba gekeken in het filmhuis, vandaag de geneugten van een film uit je televisie trekken. Bon Dieu werd onze keuze. We hadden de voorfilmpjes al gezien, of eigenlijk heet de film Qu’est-ce on fait au Bon Dieu. Laat ik het maar vrij vertalen in wat gebeurt er in hemelsnaam! (de google vertaalmachine vertaalt wel heel letterlijk, daarmee zou je een zwaar kerkelijke discussie verwachten: Wat gebeurt er in de Goede God!) Bon Dieu was beslist geen zware film, integendeel.

 

Met Franse lichtvoetigheid wordt een heel arsenaal aan stereotyperingen over rassen en klassen in het scenario gegooid. Een plattelandsgezin van goede komaf heeft vier huwbare dochters. In plaats van te matchen met de andere notabelen, vinden de dochters een Noord-Afrikaan, een Jood en een Chinees als huwelijkspartner. De ouders hebben de hoop gelegd bij hun vierde dochter. Een goed katholieke schoonzoon is welkom en die gaat er ook komen belooft de dochter. Een dingetje heeft ze verzwegen, de roots van de goed katholieke schoonzoon liggen in Ivoorkust.
Als dan blijkt dat de bruiloft in gezamenlijkheid met de Afrikaanse familie georganiseerd moet worden, bij de vooroordelen en verwachtingspatronen ook gebaseerd zijn op stereotyperingen, zijn alle ingrediënten aanwezig voor een aangename komedie.

Een film die ik iedereen kan aanraden als de focus gericht moet zijn op de lichtheid van het bestaan, bijvoorbeeld na het zware tafelen tijdens twee  kerstdagen. Over de cast kan ik weinig vertellen, de grootheid van de acteurs ken ik niet. De huwbare dochters zijn met name gekozen om hun maatje richting anorexia, wat zijn ze allen ontzettend mager. Het is blijkbaar een dingetje in het Franse filmcircuit. De heren die de schoonzonen vertolken zijn ongeacht hun afkomst allemaal ideale schoonzonen. Humor is mijns inziens een sterk middel om vooroordelen en onderliggend racisme aan de oppervlak te brengen.

Mijn waardering voor de film is een 7 +.

Andere filmblikken