Begrip, van de dag (178) 21e eeuw kan beginnen

 

 

21e EEUW KAN BEGINNEN

 

Om te zeggen dat ik een boksfan ben, is zwaar overdreven. Natuurlijk weet ik wie Bep van Klaveren is. Waardering heb ik voor de ideale schoonzoon, Arnold Vanderlyde. Ik ken de minder ideale schoonzoon, Regilio Tuur en de laatste Nederlandse successen kwamen van de Arnhemmer Ohran Delibas. Ik denk dat veel niet-boksliefhebbers mij dit niet na zeggen. Maar daarbuiten ken ik eigenlijk geen boksers bij naam. Sorry. Behalve die ene natuurlijk, door een aantal nog steevast Cassius Clay genoemd, maar een legende geworden als Mohammed Ali. Hij is niet meer, vandaag op 74-jarige leeftijd overleden.

Dan komt de vraag op, wat heb ik met Mohammed Ali, naast het feit dat hij de enige mondiale bokser is die ik bij naam kan noemen. Er gaan dagen voorbij dat ik niet aan hem denk. Vandaag kan ik er niet om heen. Een groot sportman is heen gegaan, dat staat vast. Maar er is meer, hij werd in de jaren zestig al moslim en veranderde zijn naam in zoals de meeste hem kennen, Mohammed Ali. Hij was voorvechter, in de optiek van sommigen, radicaal voorvechter van de strijd tegen het raciale Amerika met zijn segregatie van rassen. Hij was ook een van de eerste sportmensen die een blijvende cult- en heldenstatus om zich heen wist te creëren. Een symbool voor de Afro-Amerikanen, maar ook een symbool voor persoonsverheerlijking en egotripperij. Hij, The Greatest. Een beetje bescheiden mens zou er niet opkomen. Hij vocht een titelgevecht uit nota bene ‘donker Afrika’ tegen George Foreman. (Hé, ik ken toch nog een andere naam en nu vallen ook Frazier en Tyson uit mijn geheugen). Een gevecht in Kinshasa (Congo) is natuurlijk een geweldig statement. Later kennen we vooral de ziekte van Parkinson die onlosmakelijk verbonden is met Mohammed Ali, zijn aanwezigheid bij belangrijke gebeurtenissen en ontmoetingen met vele grootheden.

In mijn optiek staat Mohammed Ali vooral voor de ontwikkeling van in eerste instantie de VS, maar misschien ook wel voor de mondiale verhoudingen. Letterlijk in gevecht, maar ook werkend aan bevrijding en emancipatie en zeker niet zonder een mate van hedonisme voor de oppervlakkige kenner zoals ik. Met Mohammed Ali wordt voor mij gevoel de 20e eeuw afgesloten en de 21e eeuw kan beginnen. Een eeuw die nieuwe gevechten en bevrijdingen zal opleveren, mogelijk kunnen we lering trekken uit het leven van Mohammed Ali.

Kakelkrant van Sprakeloos 74: Och arm, arm Europa

 

Laat ik beginnen met een duidelijke stelling:,,Europa redt het niet zonder Europa te zijn!” Als we met zijn allen gaan acteren als kleine petieterige landjes die, als ze afzonderlijke in de spiegel kijken, denken dat ze heel wat zijn in het mondiale speelveld, gaan we er met zijn allen aan. We worden uitgespeeld onder het mom ‘divide et impera’ en gaan ten onder aan rampzalige broedertwisten. En mensen met een beetje historische kennis weten hoe dat in ons werelddeel kan uitpakken. Daarentegen mensen met een verwrongen historische blik die denken dat Europa de wereld nog beheerst, zitten er wel heel ver naast.
Als warm voorstander van een verenigd Europa, de vorm maakt me nog niet eens zo heel veel uit, als er maar progressie in de samenwerking is, zit ik in toenemende mate in mijn maag met Europa. De eerlijkheid gebied mij te zeggen dat ik in 2005 tegen de grondwet heb gestemd, maar vooral met het idee dat een verenigd Europa  een vereniging en samenwerking moet zijn op alle gebieden en vooral voor alle Europeanen. Mijn volmondige nee was gestoeld op de eenzijdige economische profilering die vooral een eerlijkere verdeling in de weg stond. Daar bouw je geen Europa mee op. Maar het marktdenken vierde hoogtij en het kapitalisme had gewonnen na de Val van de muur. Ik begin te twijfelen aan die overwinning van het kapitalisme als ik om me heen kijk, maar ik krijg vooral een misantropisch gevoel bij de staat van Europa, juist nu eenheid zo hard nodig is.

 

EUROPESE GROEISTUIPEN
Het feit dat Brussel en Straatsburg uit hun voegen barsten vanwege de welig tierende bureaucratie en fungeert als een baantjesmachine voor soms hele groepen incompetente mensen is soms tenenkrommend. Ik kan er mee leven als er maar een beetje controle komt, vroeg of laat. Het feit dat in de euforie landen mogen toetreden die eigenlijk niet economisch rijp zijn om volwaardig mee te doen. it’s all in de game. Het is ook wel roerend al dat enthousiasme en blinde geloof in meer leden en samen delen. Het gaat met vallen en opstaan.
Als het dan echt mis gaat zoals bij de Grieken de afgelopen jaren dan zien we pas echt hoe broederlijk we met elkaar omgaan en hoe de Griekse equivalent van Jan met de pet de rekening betaalt, terwijl een kleine groep blijft profiteren. Hoe we met zijn allen de bankencrisis te lijf gaan is een ander voorbeeld hoe je het Euro-cynisme kunt opstuwen. Maar nog steeds dacht ik, het gaat met vallen en opstaan en zo’n mondiale crisis is voor het jonge Europa ook geen kattenpis. Misschien moeten we dan maar wat dieper vallen, als we maar weer opstaan.

 

VERANDERENDE WERELD
Ondertussen verandert de wereld om ons Europa heen nog harder dan we na de val van de Muur hadden kunnen bedenken. Met mijn simpele verstand denk ik dan dat we elkaar des te harder nodig hebben. Armoede in het nabij gelegen Afrika noopt ons tot samenwerking niet in de minste plaatst met de Afrikaanse landen zelf. De stromen vluchtelingen blijven bij onveranderd beleid toch wel komen. Bovendien hebben we als oud koloniale machten niet meer het ‘alleenrecht’ om ze uit te buiten. De VS doen dat al sinds de Eerste Wereldoorlog in toenemende mate, maar uit het boek van David van Reybrouck over Congo heb ik geleerd dat de Chinezen inmiddels ook zeer bedrijvig zijn in bilaterale samenwerking en/of uitbuiting. Een ander boek, dat van Geert Mak over de VS, ‘Reizen zonder John‘ laat zien dat de samenwerking tussen de VS en Europa op termijn echt niet zo vanzelfsprekend is, terwijl we gevoelsmatig altijd nog uitgaan van de politierol die de VS, ook namens ons, mondiaal zal blijven spelen. Hoe lang accepteren ze nog een ‘coalition of the willing’ als er ergens weer belangen moeten worden verdedigd?
Recente ontwikkelingen in Rusland en de Oekraïne, maar vooral ook het ontstaan van een Islamitisch Kalifaat dat ook een aantrekkingskracht heeft op ‘onze’ moslim medelanders, getuigen van nog meer noodzaak tot samenwerken. Wat we vooral keer op keer zien is dat Europa behoorlijk faalt in het tonen van eendracht. Ik vind het in toenemende mate beschamend. De laatste week zijn er twee gebeurtenissen aan te wijzen die mijn twijfel over Europa hebben doen omslaan in ronduit cynisme. Zal ik op mijn oude dag me nog wel een echte Europeaan voelen zoals ik me dat gewenst had. Dat niet alles van een leien dakje zou lopen, lijkt me evident. Maar er doemen denkbeelden op van een armetierig Europa dat alleen voor de happy few een wingewest is, terwijl het gepeupel, waar ik mezelf ook gemakshalve toe reken, sterft als ‘gewoon’ Nederlander met de rug naar de buren toe.

 

CENTENKWESTIE
Naar aanleiding van de recente herverdeling van de nationale afdrachten naar Europa is me er een gênante poppenkast ontstaan die alle anti-Europese politieke partijen doen smullebaarden. En helemaal ongelijk hebben ze niet. Voor de helderheid, ik vind dat rijkere landen meer moeten afdragen dan minder welvarende landen, maar hoe dat nu voor de publieke opinie wordt uitgespeeld is ronduit stuitend. Ik kan geen oordeel vellen over de verdeelsleutel van afdrachten. Ik besef dat in tijden van crisis 600 miljoen heel veel geld is voor Nederland en die twee miljard die de Engelsen moeten afdragen zorgt er mogelijk voor dat de tunnel naar Frankrijk per direct met beton wordt volgestort. Als er nieuwe rekenmethodes worden gebruikt, zullen daar ongetwijfeld goede redenen voor zijn, maar mijn gezonde verstand zegt dan dat dat niet met terugwerkende kracht moet worden ingevoerd. Nieuwe omstandigheden, nieuwe inzichten moet leiden tot nieuw beleid en niet tot een herinterpretatie van het oude beleid. Ik vind dat niet logisch en wilde middels een blogje al van leer trekken. Maar als ik lees dat ‘Europa’ zich voor dit beleid verdedigt, nadat premier Cameron uit zijn voegen barst en nadat zelfs de uiterst eurofiele Nederlandse minister van Financiën Dijsselbloem zeer kritisch vragen stelt, met de mededeling dat zij ook niet precies weten hoe de cijfers tot stand zijn gekomen dan……ja dan? Dan is het mijn heilige plicht om mijn pro-Europese ideeën in de ijskast te zetten en een blogje te schrijven. Dat totale gebrek aan transparantie, gebrek aan democratische controle en vooral een volledig falen in PR naar de Europese burgers toe, speelt de Wildersachtigen gigantisch in de kaart. En op zich hoeft dat geen probleem te zijn, maar een partij als de PVV biedt helemaal geen alternatief voor een vrede en veiligheid voor Europa, integendeel.
Maar er is misschien nog wel iets ernstigers dan een ondoorzichtige boekhouding?

 

DE VIJFDE COLONNE IN ONS GELEDEREN
Zelf heb ik nooit geloofd in de overwinning van het kapitalisme op het dogmatische Sovjetcommunisme. En zoals hierboven al is aangegeven, de wijze waarop we onze overwinning vierden door het ene na het andere voormalige Oostblokland in onze armen te sluiten is twijfelachtig. We zouden ze onze welvaart wel laten voelen, als ze maar willen werken. Maar de survival of the fittest had zijn keerzijde. Het is niet zo gemakkelijk om al die versufte communisten van weleer binnen het marktmechanisme te trekken. Het riep weerstanden op in Oost Duitsland, maar ook in Tsjechië, Slowakije en Hongarije. Afgelopen zaterdag las ik in de Trouw dat met name deze voormalige Sovjet satellieten aan de lopende band deals sluit met Poetin, de leider van het land dat we boycotten sinds enige tijd. Ik stel niet meteen een oordeel over nut en noodzaak van boycotten van een land dat eigenlijk ook maar de ‘gewone’ machtspolitieke lijnen uitvoert van eigen (Poetin)belang. Het stuit me vooral tegen de borst dat we een Europese Unie zijn waarin de mogelijkheden besloten liggen om ‘de vijand’ te steunen en daarmee je ‘vrienden’ af te vallen. Misschien is het standaardwerk van Samuel Huntington toch niet zo onwaar, dat er niet alleen een grote scheidslijn loopt tussen het christendom en de islam, maar dat er ook een enorme barrière is tussen het westerse christendom en de Oosterse Orthodoxen. Misschien is dat ook wel de reden dat de Polen zich veel gemakkelijker voegen naar Europa.

CONCLUSIE
Groeistuipen in de ontwikkeling van Europa kan ik hanteren, zelfs een tijdelijke stilstand kan ik accepteren, maar als je ziet dat de Europese instituties uiterst dom handelen naar de afzonderlijke lidstaten en dat lidstaten zonder scrupules onze gezamenlijke tegenstander mogen en kunnen ondersteunen, dan is Europa geen knip voor de neus waard. Het probleem alleen is dat er geen alternatief is met al die brandhaarden in de buurt. En als we ons blijven wentelen in onze verschillen dan sluit ik niet uit dat we heel vertrouwd zoals onze geschiedenis heeft geleerd, onze eigen brandhaarden met gemak weer op zullen poken.

Congo, een geschiedenis van David van Reybrouck

Deze zomer las ik Congo van David van Reybrouck, niet op de minste plaats door de prijzen die het boek had gewonnen. Dat stond marketing-uitdagend op een stickertje: Bekroond met de AKO literatuurprijs & Libris Geschiedenis Prijs.

Die laatste prijs is eigenlijk zeer vanzelfsprekend, het staat immers in de subtitel, Congo, Een geschiedenis. Bovendien, ik kan het nu al verklappen, Congo evenaart de klasse van de boeken van Geert Mak ‘Een eeuw van mijn vader’ en ‘Europa’. Voor de liefhebber al voldoende reden om naar de boekwinkel te hollen. Dat David van Reybrouck ook de AKO literatuurprijs heeft gewonnen, pleit vooral voor het lef van de jury. Een ongewone keuze, maar daarom niet minder terecht. Wie meer dan 600 pagina’s weet te boeien met historische feiten, politieke structuren, mondiale verhoudingen en individuele verhalen van bekende en minder bekende Congolezen en anderen in de Congolese geschiedenis, verdient die prijs.

 

David van Reybrouck

Congo, Een geschiedenis

De Bezige Bij, Amsterdam

2011

De opbouw van het boek zorgt ervoor dat ik mijn ervaring gemakkelijk kan delen, maar een samenvatting is een schier onmoglijke opgave. Dat laat ik dan maar. Ook heb ik lang nagedacht hoe ik mijn boekervaring op papier moest krijgen. Nu weet ik het door de recente gebeurtenissen rond de ‘Occupybeweing‘.

Voor mijn gevoel heeft de geschiedenis van Congo, tot op de dag van vandaag, te maken met met geld, het grote geld en het massieve graaien. Dat weet je als je over Afrika spreekt, maar hoe Van Reybrouck dat heeft weten weer te geven, is fenomenaal. Hij begint feitelijk in 1870 met korte uitstapjes naar de periode ervoor, toen de Afrikaanse geschiedenis nog niet op papier stond. De Belgen beginnen een achterhoede gevecht om de gebieden die feitelijk nog niet gekoloniseerd werden en weten uiteindelijk van Belgisch Congo een groot Afrikaans land te maken niet in de minste plaats door een schat aan grondstoffen. Met name dat laatste maakt het land in Centraal Afrika in de moderne mondiale geschiedenis enorm belangrijk, want oorlog betekent behoefte aan grondstoffen. In iedere mondiale oorlog, beide Wereldoorlogen, Koude Oorlog en vele andere brandhaarden in de wereld, werd meteen gevoeld in Congo. Zelden is het ten goede gekomen aan de Congolezen zelf.

De geschiedenis van het land was voor mij compleet onbekend, met uitzondering van een boekwerkje van Jef Geeraert (Gangreen). Een mens kan ook niet alles weten, maar vanaf 1870 is er in Congo duizelingwekkend veel gebeurd. De opbouw van de Belgische kolonie, met daarbij het verlies van de eigen cultuur, of eigenlijk moet men spreken over het verlies van veelheid aan culturen in het land. Belgen gingen zich vestigen in Congo, Congolezen kwamen naar België. Tegen de tijd dat de Belgen door hadden, vanuit Europees perspectief, dat ze koloniale verantwoordelijkheden hadden, begon de dekolonisatie zich al te ontpoppen. En gelijk bijna iedere voormalige kolonie, is de zelfstandigheid niet vanzelfsprekend, in zoverre je over zelfstandigheid kunt spreken met nog steeds economische afhankelijkheid in eerste instantie van het Westen, later ook van Rusland en inmiddels vooral China. Het klinkt stom, maar ik besefte niet hoe ver China al in de hedendaagse Congolese economie is doorgedrongen en hoeveel Congolezen in China bivakkeren met handel. Wederom een blinde vlek die Van Reybrouck bij mij iets heeft belicht. Ook de gekte de leider Mobutu, met vreselijke gevolgen voor zijn bevolking en de diplomatieke ramp die hij moet zijn geweest voor menig wereldleider, wordt inzichtelijk beschreven. Bij Mobutu komt het vergelijk met de Libische leider Khadaffi boven. Hij had vrienden bij de vleet zolang men hem (olie) nodig had, maar gezien zijn wandaden wordt hij meteen verguisd. Zo is het ook Mobutu vergaan.

 

 Drie belangrijke leiders uit de Congolese geschiedenis met in het midden Mobutu, links Kabila en recht Lumumba

David van Reybrouck beschrijft zoveel in zijn boek, dat ik het zeker niet zou aandurven om ook maar een benadering van een samenvatting te maken. Als ik al in één zin zou moeten samenvatten dan is de recente geschiedenis van Congo vanaf pakweg 1870 als volgt de definiëren: ‘Een dramatische geschiedenis van een land, bestaande uit een vele volkeren, dat sinds het contact met de blanken noodgedwongen in de achtbaan van mondiale verhoudingen moest stappen, terwijl het van te voren mogelijk wist dat het louter narigheid zou opleveren qua politieke, economische, humane en culturele structuren.

Ik kan het boek aan iedereen met interesse in geschiedenis, sociologie, economie, psychologie, politicologie en culturele antropologie van harte aanbevelen. Ook voor hen die ‘slechts’ iets willen begrijpen van de positie van ‘zomaar’ en Afrikaans land zou ik zeggen, lees het vooral.

=================================================================

Mijn waardering voor dit boek in een cijfer uitgedrukt: 8

Meer boekervaringen zie ook het overzicht