Een gros woorden voor de week (10 januari 2021)

Een onrustig weekje was het. Iedereen wil ineens voor een prikkie op de eerste rang. Kunnen we eindelijk vaccineren, dan doet minister De Jonge het blijkbaar weer niet goed. Ik zou zeggen, niet meer muiten, maar spuiten.

Wel muiten dacht Trump, zijn haatcampagne van leugens had bijna succes in Washington. Bijna, of verloor de Messias slechts de eerste slag? Wordt 1/6 historisch net zo magisch als 9/11? Bij mij rest vooral de vraag waar ligt de grens tussen (twitter)vrijheid van meningsuiting en terroristische opruiing? Ik durf het niet te zeggen.

Moet we het nog hebben over de nieuwe omroepbaas van Zwart die weer een mentale inzinking had. Nee, dat is het niet waard om de week af te sluiten. Ik hoop dat we de rest ook snel kunnen vergeten, dan komt er een eind aan het gezeik over corona en wordt 1/6 niet magisch.

PAPEGAAI VLOOG OVER DE IJSSEL/Kader Abdolah

 

Eerlijk is eerlijk, de prijs (slechts €12,50) en het woord IJssel waren voldoende om me over de streep te trekken om het boek van Kader Abdolah te kopen. En natuurlijk de eerste ervaring met de schrijver via het boekenweekgeschenk van enkele jaren terug. Papegaai vloog over de IJssel is een boek dat vanaf het eerste begin boeit. Ik was voorbereid op de neiging tot archaïsch taalgebruik, terwijl ik eigenlijk bloemrijk bedoel, maar de vertellingen die ik ken van Abdolah uit zijn eerdere werk, met name het teruggrijpen op Perzische vertellingen, fabels en sprookjes komen bij mij nu eenmaal wat ouderwets over. Al begint het boek met een klein verhaaltje uit het land van herkomst van de schrijver, over een papegaai, die een heimelijke boodschap door papegaait, de rest van het boek is beslist niet archaïsch, eerder heel eigentijds in stijl. Toch verliest Kader Abdolah geen moment zijn vertelkunst, integendeel.

Vader en zieke dochter komen per vliegtuig naar Nederland en weten zich vrij snel door de procedures van de vreemdelingenwet te wurmen, mede op basis van de ziekte van de 6-jarige dochter Tala. Het tweetal vestigt zich in het dorpje Zalk, jawel van Klazien, aan de IJssel. De schrijver neemt ons mee in de verwikkelingen van vader en dochter, de calvinistische plaatsgenoten uit Zalk en de andere dorpen langs de IJssel en Zwolle. Juist omdat ik hier niet ver vandaan opgegroeid ben, is het herkenbaar. Vader Mehmed, een Iraanse automonteur met voorliefde voor oldtimers is de rode draad door het verhaal. Maar ook alle passanten in het leven vanaf de aankomst met het vliegtuig van Mehmed spelen een rol in het boek. De passanten zijn landgenoten, medevluchtelingen, mensen werkzaam bij de verschillende diensten rondom vluchtelingen, maar nadrukkelijk is er ook een rol weggelegd voor de dorpelingen in en rondom Zalk. De dominee, de café-eigenaar, de plaatselijke toeristengids en natuurlijk Klazien uit Zalk. In het boek vertolkt ze de oude wijze vrouw die in landen als Iran veel meer gewaardeerd worden dan in Nederland. Met haar koolbladen voor hardnekkige wratten via haar verhaaltjes tijdens haar televisie-optreden heeft ze eerder een folklorisch imago. Ook Klazien heeft een papegaai die telkens in het boek terugkomt en zijn oneliners wereldkundig maakt. Hoewel Mehmed de hoofdpersoon is, komen alle personen gelijkwaardig naar voren. Allemaal nemen ze hun culturele, vaak islamische achtergrond mee in hun nieuwe vaderland. Ze koesteren het, ze vergelijken het met nieuwe verworven ervaringen en schudden het soms van zich af als hiermee nieuwe kansen op hun pad komen. Evenzo goed wordt de conservatief calvinistische omgeving van de IJsseldorpen en hun bewoners beschreven. Met de komst van Mehmed verandert er veel in Zalk. Ook de reacties van hen die hun omgeving langzaam maar zeker zien veranderen, zijn op zoek naar een nieuw evenwicht met de nieuwe landgenoten en hun rare gebruiken.
En altijd is er de IJssel, de trage Nederlandse rivier die een belangrijke rol speelt in de vele persoonlijke levens, ongeacht of je altijd al langs de rivier hebt gewoond of dat je van elders komt en voor het eerst met de rivier te maken hebt. De rivier heeft in veel landen van het Midden-Oosten de rol van luisterend oor om de verhalen en zielenroerselen mee te nemen. Zal de IJssel diezelfde rol spelen voor de nieuwe bewoners zoals rivieren in de landen van hun herkomst?

 

 

Kader Abdolah

Papegaai vloog over de IJssel

Prometheus 2015 8e druk

eerste druk 2015

Naast de interacties tussen de nieuwe Nederlanders onderling en met de oude Nederlanders en hun instanties, speelt in toenemende mate ook de politieke en sociale omstandigheden een rol. 9/11, de politieke moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh worden benoemd en daarmee de veranderende relatie tussen oude en nieuwe Nederlanders. Kader Abdolah blijft vooral beschrijven zonder een oordeel te vormen. Hij blijft vooral oog houden voor de kleine intermenselijke verhalen tegen de nationale en zelfs mondiale achtergronden. Hoewel de analogie tussen de werkelijke gebeurtenissen en het boek van Abdolah overduidelijk is, komt dit pas op het einde nadrukkelijk aan de orde. Ik weet niet of je dit aspect weg zou hebben kunnen laten, maar zelf vond ik dit niet het sterktste deel van zijn boek. De vriendschappen, liefdes en misverstanden tussen de verschillende mensen vond ik veel interessanter en daarin komt de vertelkunst van de schrijver ook het beste tot zijn recht.

Als ik het boek zou moeten samenvatten dan is het als het ware een aaneenschakeling van kleine menselijke verhaaltjes, over liefde en mislukkingen, verlangens en verwachtingen in het leven van hele gewone mensen of ze nu uit Zalk, Wilsum, Zwolle of Teheran komen. Al deze verhalen worden door de schrijver als kleine pareltjes aan elkaar geregen tot een ketting die de natuurlijke wendingen van de meanderende IJssel kunnen volgen. Soms zal de ketting knappen en zullen de verhalen wanordelijk bij elkaar geveegd worden met al het menselijke leed en hoogtepunten tot gevolg. Maar gelijk de rivier na een overstroming, zal de ketting vroeg of laat weer in zijn oude luister herstellen.

Het einde van het verhaal begreep ik niet helemaal, ik citeer:
,,In die stilte vloog een jonge papegaai over de IJssel. Hij hield een oude wijsheid in zijn snavel verborgen, maar omdat zijn Nederlands nog niet zo goed was, kon hij het niet zeggen. Toch probeerde hij het en kraste in die stilte in het Nederlands:
”Ooooooookiiiiiiiiiiiiaaaaaaaaatvooooooooorbiiiiiiiiij””

Inderdaad, de papegaai sprak geen Nederlands, ik kan er dus niets van maken. Het laatste en 69e hoofdstuk, is blanco. En dat is dan heel mooi, want het verhaal langs de IJssel of welke rivier dan ook in Nederland is nog niet af. Sterker nog, soms lijkt het nog maar net te beginnen.

 

Een absolute aanrader, dus een ruime acht. (8+)

Andere Sprakeloze boekervaringen, volg de link

Kakelkrant van Sprakeloos 17: A Tribute to John and all the others (9/11)

 

Ik stel me zo voor, op 10 september 2011, een vreedzaam tafereel, in een modaal gezin. Man, vrouw en twee kinderen. Janette is medewerkster in een grote supermarkt, John is brandweerman en hun twee zonen, Mark en Pete, gaan naar de Highschool in één van de voorsteden van de Big Apple. Wat zullen ze eten? Fried chicken, salad en aardappelpuree en natuurlijk Diet Coke, want ze willen niet te dik worden. Bovendien houden ze van sport. Het aankomende weekend staat in het teken van de baseballgame op school, een grote happening. De jongens spelen mee en vader en moeder komen uiteraard hun kinderen aanmoedigen. Het is er niet van gekomen, door omstandigheden.

De volgende dag had John geen dienst, maar door de omstandigheden zijn alle brandweerlieden opgeroepen als ze al niet uit hun zelf kwamen. Sindsdien ziet het leven van John er anders uit, maar niet alleen van John, van veel New Yorkers. Eigenlijk is de hele wereld ingrijpend veranderd. Maar John is mogelijk een van de vele New Yorkers met een Post Traumatische Stress Stoornis (PTSS) als gevolg van de aanslag op de Twin Towers. En dat is niet zo raar, want iedereen heeft de beelden waarschijnlijk nog helder in zijn geheugen staan.

Vandaag hoorde ik dat 70.000 New Yorkers lijden aan PTSS en het aantal zal nog toenemen, want de psychische aandoening kan nog jaren na een traumatische gebeurtenis opdoemen. Terecht is er veel aandacht voor en hulp zal nog tot in lengte van dagen beschikbaar moeten blijven.

Hoe zal het aantal PTSS gevallen in Bagdad zijn? Wat te denken van Afghanistan en Pakistan, bij de Palestijnen en Israeli’s. Is er in Libië op dit moment een epidemie van PTSS? Of Syrië? Kent iemand het boek Congo van David van Reybrouck? Een absolute aanrader, maar na lezing weet je dat er in het voormalige Zaïre en Rwanda het goed zoeken is mensen te vinden zonder een PTSS. Deze bescheiden lijst is gemakkelijk aan te vullen met actuele en minder actuele oorlogen.

Mijn conclusie is eigenlijk dat PTSS mogelijk volksziekte nummer één is. Misschien lijden er wel meer mensen aan PTSS dan aan de gevolgen van malaria? Ik durf het niet te zeggen. Ik heb de World Health Organisation er nog nooit zo over gehoord. Het zou een schone zaak zijn als ons kabinet zich hard gaat maken voor de mondiale bestrijding van PTSS. Maar was het niet onze minister van Volksgezondheid die psychiatrisch ziek zijn op een kwalijke manier bagatelliseerde, dus veel heil uit die hoek verwacht ik niet. Daarom kakel ik maar om aandacht. Aandacht voor allen die lijden aan PTSS. Op de eerste plaats natuurlijk alle New Yorkers omdat het morgen tien jaar geleden is dat Osama Bin Laden op een gruwelijke manier van zich deed spreken. Maar even zo goed aan alle andere wereldburgers die lijden aan PTSS, of ze dit nu zelf weten of niet.