Tranendal met opklaringen

Tergend langzaam komt de hogesnelheidstrein langs het perron glijden. Bijna pesterig, om de aanzwellende stroom forenzen te attenderen dat juist hij de oorzaak is dat ze weer te laat komen. Het grijze gevaarte past bij de zware zwangere regenlucht. De ‘bevalling’ laat nog op zich wachten, het enige lichtpuntje deze ochtend. De man voelt dat zijn stemming slechts grijstinten toevoegt aan het decor van de kale stationsomgeving.

Hij wil vernietigend naar de reizigers kijken. De man ziet slechts zichzelf in de donkere ramen van de wagons. Een te dikke man met een lange antracietkleurige openstaande jas, die zijn frivole strakgespannen paarse bloes, protserig, maar zonder aantoonbare reden, aan de wereld toont. Zijn brede schouders hangen licht naar voren. Bij ieder treinraampje ziet hij een ietwat ongelukkige middelbare manspersoon.

Wat zien ze achter dat donkere glas eigenlijk?

Een man die ’s morgens zijn broze stemming andermaal heeft zien omslaan in frustraties en boosheid. Zoonlief moest naar school en had natuurlijk de schooltas niet ingepakt, moest het actuele rooster nog op de computer opzoeken en zijn fietssleutel was onverklaarbaar verdwenen. Aansporingen van hem, de avond, ervoor leverde een oeverloze discussie op van een beginnende brugsmurf met donkere filosofische prietpraat over de zin van school en daarmee het leven, of eigenlijk vooral de onzin van school.

‘Jij weet niet hoe erg school is tegenwoordig!’

Inderdaad begreep hij niet dat je buiten de reguliere afkeer, het huiswerk helemaal niet meer hoefde te maken.

‘Dat doe ik gewoon op school en op de computer, daar zijn programma’s voor.

Die ochtend had hij tegen zijn zoon geschreeuwd dat er ook programma’s zijn om tassen in te pakken en wel de avond ervoor en dat hij hiervoor het rooster bepaalde. Boos is zoonlief weggefietst en staat nu verderop, eveneens stuurs naar de trein te kijken. Zijn blik had al geseind dat hij het niet moest wagen bij hem in buurt in te stappen.

Dat is hij ook niet van plan. Terwijl hij mistroostig naar zijn spiegelbeeld op de ramen blijft kijken, de trein is oneindig, ziet hij via de ramen een kleine, in rook gehulde verschijning, naast hem stilstaan. Hij blijft de figuur via de raampjes observeren. De aandacht op zichzelf is nu gelukkig verdwenen. Bij het laatste raampje verdwijnt zijn spiegelbeeld en het rookgordijn. In een reflex kijkt hij naar links en ziet een puistenkop van amper dertien met een kreukelig shaggie op zijn lippen.

‘Tjemig, dat kun je ook nog hebben.’

Zijn stemming wordt al milder. De forenzenboemel arriveert en hij wurmt zich naar binnen. Op het moment dat de trein zich langzaam in beweging zet, voelt hij, staande in de mensenmassa, iemand zijn hand even beetpakken. Hij kijkt opzij en ziet zijn eigen puber staan, die bijna onmerkbaar zijn lippen even tuit om het goed te maken. Ze zeggen beide niets, dat zou ook gênant zijn met zoveel toehoorders.

Tegelijk stappen ze uit.

‘Fijne dag jongen, tot vanavond.’

‘Later.’

De man kijkt hem na. Met nonchalance, maar levenslustig, loopt zijn jongen richting school.

Advertenties

Over sprakeloosid

Sprakeloos, en verhalen over die sprakeloosheid, maar ook verhalen die me sprakeloos doen staan. Kortom, over politiek, maatschappij, boeken, eigen verhalen en soms iets over mezelf. Maar verhaalt niet ieder geblogt woord over mezelf. Kortom, sprakeloos verhalen.
Dit bericht werd geplaatst in Spranonkels (eigen verhalen) en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s