De kogel is door de kerk, een sollicitatie voor het 2e Kamer-lidmaatschap is eruit. Mijn twijfels heb ik gedeeld. Mijn besluit is een povere ja geworden. ‘Niet geschoten is altijd mis’, vind ik een te platte verklaring voor de sollicitatie. Als je een slecht schutter bent, kun je er ook voor kiezen om niet te schieten. Ik heb uiteindelijk geschoten, of het een schot in de sociaal-democratisch roos zal zijn, moet blijken. Eerder is er sprake van anticiperen op mijn persoonlijke toekomst. Als ik de leeftijd van 80 mag bereiken, wil ik niet zeggen ‘Ik had het in 2012 moeten proberen’. Ik heb het wel op mijn eigen wijze gedaan, vol overtuiging en op mijn manier heel serieus, maar ik acht de kans erg klein op een vervolg.
Allereerst las ik vrij snel na de sluitingsdatum dat er 430 gegadigden zijn. Bovendien verliep het eigenlijke sollicitatie proces ook niet erg soepel. Naast mijn persoonlijk overwegingsproces, moest ik onverwacht hard zoeken voor een actueel CV, onontbeerlijk voor een sollicitatie. Niet te vinden, dus de externe harde schijf snel raadplegen, komt mijn zoon met de mededeling: ,, Zou ik niet doen pa, er zit een virus in.” Maar als flexibel mens en pragmatisch politicus heb ik van de nood een deugd gemaakt. Bestrijding van de bureaucratie was toch mijn drijfveer. De belangrijkste gegevens heb ik verstuurd via het standaardformulier, waarom dubbel op via nog eens een CV met bijna dezelfde gegevens. “Je staat voor je zaak of niet.” Veel foto’s had ik niet van mezelf op de computer en om nu met mezelf aan te komen op vakantie zag ik niet zitten. Mobieltje erbij en snel een foto maken door mijn zoon, met een schaduw van zijn vinger erop. Uploaden de handel en meesturen, met een ongeschoren en vermoeide kop weliswaar. Het moet maar. Een mens is namelijk wel eens ongeschoren en vermoeid en ik ga mezelf niet fotoshoppen.
Tja, en nu is het aftellen? Nee, hoor. Deze blogger zal niet als een geslagen hond door het leven gaan bij een afwijzing. Wat ik dan wel voor de PvdA kan of ga doen, weet ik niet. Mijn eerste ambitie is mijn belangstelling als kandidaat voor een plaats op de verkiezingslijst van de PvdA voor de Tweede Kamer kenbaar te maken. Dromen mag, het hebben van vergezichten is leuk, maar ik ben ‘Gekke Henkie’ niet, dus hiermee komt wel een eind aan deze blogserie. Als er een vervolg komt, laat ik het zeker weten. Vooralsnog dank aan degene die mij gesteund hebben via de sociale media (facebook en twitter)
Na de ideologische zelftoets en een kritische zelfanalyse om te kijken of ik een goed PvdA politicus in spé ben en dus de moeite ga nemen te solliciteren naar een zetel in de kamer, komt deel drie. Dat zijn de maatschappelijke drijfveren en mijn interesses. Zoals te lezen is zit het ideologisch wel goed, maar karakterologisch mankeert er veel aan mij als politicus in spé.
Zelf ben ik politicoloog, maar ook psychiatrisch verpleegkundige en werkzaam bij de reclassering van het Leger des Heils op dit moment. Mijn huidige baan, maar ook mijn hele CV, heeft mij veel geleerd, of in ieder geval ervaren. Als bestuurskundig politicoloog was ik voorbestemd om beleidsmedewerker te worden. Het is er niet van gekomen, maar ik heb een eerzame boterham verdient tot op de dag van vandaag in het (brede) veld van de GGZ. ‘Tjonge, jonge, jonge wat een bureaucratie.’ Hoe vaak denk ik niet, ik kan het veel beter dan alle die beleidsmedewerkers……..
Eenmaal als consument van de GGZ (zoon) werd het beeld van de bureaucratie versterkt, nee verdiept, of beter gezegd uitvergroot. De jeugdzorg en GGZ is niet een beetje bureaucratisch maar een regelrechte ziekmaker. Zie hier de drijfveer om de politiek in te willen. Als ouders hebben we een eigen weblog waar we af en toe eens spuien. (www.dolgedraaid.wordpress.com)
BLOG VOL FRUSTRATIES
Zo heb ik een flauw stukje geschreven om de bureaucratie te visualiseren middels de mythische figuur “Lange Wapper”. We noemen het natuurlijk de Hollandsche Lange Wapper. Ik heb een even warrig als pretentieus model gemaakt van de organisatie van de GGZ: De Zeven van Sprakeloos of ik vergelijk de GGZ met een heuse Volvo. Heel veel gelezen is mijn maatschappelijke verhandeling over autisme (of autismisering van de samenleving?) Ook wordt ons mikpunt van boosheid, het Leo Kannerhuis, onderworpen aan een kritische blik. We staan stil bij de vierde verjaardag van het niet handelen van duur betaalde professionals. Ook een open brief aan minister Schippers tekent de motivatie om de politiek in te gaan. Zo maar een greep uit onze frustraties.
VERSTANDIGE OUDERS
Gelukkig zijn wij evenwichtige en stabiele ouders en bovenal verstandig. Juist dit laatste is een goed argument om de Tweede Kamer in te willen. Maar is dat voldoende, waar eindigt gedrevenheid en wanneer begint rancune. Hoe blind kun je worden door je eigen negatieve ervaring en vergeet daarbij de grote lijnen te bezien. Kortom genoeg vragen te verwerken voordat ik aan mijn sollicitatie ga beginnen.
Gelukkig vind ik buiten de GGZ ook andere zaken interessant en belangrijk:
Internationale Zaken met name Europa
Sport (met name Feyenoord)
Ruimtelijke Ordening (met name mobiliteit)
Generatievraagstukken (met name gekeerd tegen Jeugd en Gezin, maar een ministerie van Demografie lijkt me erg zinvol)
Cultuur (met name alles en helaas te veel oppervlakkig)
Natuur en milieu (met name het behoud ervan)
etc.
Kortom, toch best veel interessegebieden en vooral (persoonlijke) gedrevenheid die noodzakelijk zijn voor het Kamerlidmaatschap. Tja, nog maar zestien uur te gaan en dan moet de sollicitatie weg zijn. Een hele kluif nog.
Wat moet een politicus tegenwoordig kunnen? Er zijn momenten dat ik denk, niet zo veel. Over kennis zwijg ik dan nog. Maar daar doe ik de overgrote meerderheid ernstig tekort en zou ik 4 mei gaan solliciteren, dan is het laatste wat ik wil met een air binnenkomen: “Hier ben ik, een enorme kwaliteitsimpuls voor de Tweede Kamer!” Op sommige vlakken denk ik dat soms wel, maar dat is van het niveau van ‘beste stuurlui.’
In ieder geval moet een politicus meegaan met de eisen van de tijd en die zijn:
Vloeibaar zijn onder druk
Over je eigen schaduw heen springen
Daarnaast zal ik naast het geslaagde ideologisch zelfonderzoek mezelf kritisch moeten onderwerpen aan een karakteronderzoek.
VLOEIBAAR ZIJN ONDER DRUK
Persoonlijk vind ik het een groot goed dat mensen niet hun eigen ego voorop stellen als motor voor hun handelen. Het ondergeschikt maken van je eigen ego voor de goede zaak is mooi. Maar mag dat leiden tot een knieval voor je eigen principes? Ik vind van niet en bij ieder besluit hoeft niet meteen een winst/verlies-rekening te worden opgemaakt. Principes zelf zijn de basis, maar ook die mogen nimmer verworden tot dogma’s. Echter om met één oogknippering de regeringsmacht in een keer te paaien zoals Sap dat deed, gaat mij te ver. Ik denk dat ik hiervoor het boek Il principe van Machiavelli eerst moet opeten voordat ik zover ben. ‘Go with the flow’ is mooi, maar je wordt ook sterker van af en toe een keer tegen de stroom in roeien. Kortom, ik denk zeer vloeibaar te zijn, maar zal me nimmer rechtsdraaiend laten stollen.
OVER JE EIGEN SCHADUW HEENSPRINGEN
Dat lijkt het zelfde dan vloeibaar zijn, maar ik zie dat toch anders. Ik associeer het met licht en donker en in het verlengde hiervan met oplossingen en problemen. Over je eigen schaduw heen springen is misschien wel weglopen van problemen. De schaduw blijft immers over. Dat doet me denken aan een wijze spreuk: ‘De duisternis gaat niet weg door ze aan te wijzen, maar door licht te creëren.’ Wie deze spreuk heeft bedacht weet ik niet, maar dit past goed bij mijn politieke karakter. Politiek moet licht creëren en geen oplossingen pretenderen. Over mijn eigen schaduw heenstappen zal ik dus niet snel doen.
SWOT-ANALYSE
Kortom vloeibaar zal ik zijn, maar over mijn eigen schaduw heenspringen zal nimmer mijn sterkste punt zijn. Ik zie het als verraad aan mezelf. Maar wie is ‘ikzelf’ in de context van een potentieel sollicitant voor het 2e kamerlidmaatschap voor de PvdA. Hiervoor zal ik me toeleggen op een huis-tuin-keuken analyse ten aanzien van sterke en zwakke punten.
De narcistische persoonlijkheid
Een gedreven politicus heeft natuurlijk lak aan alles en laat zich drijven op zijn gedrevenheid. Toch is een mate van camerageilheid menig politicus niet vreemd. Het middelpunt van de belangstelling moet je allereerst aankunnen en het is een mooie bijkomstigheid als je het ook nog leuk vindt. Ik geloof dat ik hierin ernstig tekort kom. Liever sta ik niet en plein publiek in de schijnwerpers. Spreken in het openbaar is zeker geen kernkwaliteit van mij. Ik bekijk het liever van een afstandje en observeer de handel en op het juiste moment laat ik van me horen. Enige schuchterheid zorgt er voor dat ‘het juiste moment’ wel eens te laat is.
Competetieve aanleg
Bij eenvoudige spelletjes zoals Wordfeud, bowlen of kwisjes wil ik graag winnen. Ik baal als een stekker bij onverwacht verlies. Als jonge voetballer wilde ik ook graag winnen, maar juist omdat het een teamsport betreft, kun je bij eventueel verlies de ander nog de schuld geven of je eigen aandeel waarderen. Ik wil best graag scoren, maar heb een enorm relativerend vermogen. Als ik dertig jaar jonger was geweest zou een stopwoord kunnen zijn geweest ‘Boeiûh’ of ‘lekker belangrijk’.
Fysiek
Ik kan goed af met weinig slaap, een groot voordeel, maar dat wil niet zeggen dat ik in alle wakende uren even helder ben. Bovendien te zwaar en rokend, dus voor het loodzware beroep van beroepsvergadertijger, zijn dat geen sterke punten. Eigenlijk zou het moeten zijn, ‘Verbeter de wereld en begin met jezelf’.
Al met al zal ik eerlijk moeten zijn, hoewel ik ideologisch geslaagd ben, denk ik karakterologisch toch een onvoldoende scoor. Morgen maar eens kijken naar de drijfveren en (politieke) aandachtsgebieden die een sollicitatie voor het Tweede Kamer lidmaatschap de moeite waard maken.
Wordt een mens als sociaal-democraat geboren? Of als liberaal, conservatief of confessioneel? Nee, natuurlijk niet. Het nest waarin je geboren wordt is natuurlijk wel van wezenlijk belang. In het verlengde daarvan zijn de klappen van het leven, of de meevallertjes, ook van invloed op je stemgedrag. Het socialisatieproces als motor voor je politieke keuze, de rest is een kwestie van een beetje rationeel bijsturen.
Bij geboorte dus blanco, gelijke kansen voor iedereen naar het schijnt volgens de liberale mensvisie. Toch gaat het vanaf dag 1 (en soms prenataal) al jeuken zonder dat de individuen hierin een eigen keuze kunnen maken. Kijkend naar mijn eigen socialisatieproces kan ik stellen dat ik in een veilige omgeving ben opgegroeid, zonder tekorten en voldoende kansen. Karakterologisch en intellectueel zullen er ongetwijfeld kansen gemist zijn, aan de andere kant zullen me zaken in de schoot geworpen zijn zonder dat ik er iets voor gedaan heb. Kortom ik ben een gemiddelde Nederlander die af en toe slechts wat sprakeloos is bij het observeren van de wereld om hem heen. Ik zie en accepteer verschillen, maar scheefgroei bederft mijn ideale leefomgeving in ernstige mate. Noem het een lichte vorm van Weltschmerzen. Ik koester de individualiteit van een ieder, maar geen individuele vrijheid zonder gebondenheid. Een gebondenheid die ik zou willen definiëren als een collectief maatschappelijk geweten. Voor mezelf is dat uiteindelijk dat iedereen mee mag delen met de welvaart, dat verschillen niet te groot zijn in Nederland en dat een vrije economie de motor hiervoor is, maar nimmer het doel mag zijn. De overheid mag, of moet soms richtinggevend zijn, maar mag niet de eerste viool spelen op economisch gebied. En boven alles, we zijn in eerste instantie verantwoordelijk voor ons zelf als land, maar we zijn geen losstaande entiteit in de wereld en dat moeten we ook niet willen zijn. Het reeds genoemde collectieve geweten houdt dus niet op bij de landsgrenzen.
DUS PVDA!
In een notendop is dit eigenlijk voor mij de reden geweest om PvdA te stemmen. Niet om de wereld te verbeteren, maar pogingen om de leefwereld een stukje te verbeteren als dat nodig is om tweedeling tegen te gaan. Niet omdat PvdA-ers betere mensen zijn, maar misschien wel uit eigen belang. Nederland en de wereld zijn een stuk mooier als het hedonisme geen hoogtij viert en het blinde vertrouwen in de marktwerking niet volksgeloof nummer 1 is. De afgelopen vijftien jaar is het soms heel moeilijk geweest om de PvdA te blijven steunen. Mijn lidmaatschap heb ik in 2000 opgezegd, niet mijn idealen. Toegegeven ik was amper actief, een beetje JS in Nijmegen en een blauwe maandag raadadvieswerk in Duiven. Dat was het en dat was voldoende vond ik toen. Juist nu de tweedeling tussen werk en geen werk, opleiding en geen opleiding, arme Europese landen en rijke Europese landen nadrukkelijker in de dagelijkse praktijk zichtbaar zijn, is een gezond collectief geweten noodzakelijk. Een collectief geweten dat bescherming moet geven tegen het recht van de sterkste of tegen de superioriteit van het morele gelijk van de beter opgeleide.
DAG VAN DE ARBEID, DAG 1 ZELFOVERPEINZING
En dus twee maanden geleden het lidmaatschap maar weer opgepakt en nu de vraag, zal ik de kans pakken om te solliciteren naar de kandidatuur voor het Tweede Kamerlidmaatschap voor de PvdA? Ik ben geen vergadertijger en relativeer me soms te pletter. Ik vraag me oprecht af of ik een goeie ben in het uitdelen van foldertjes. Ik inspecteer mijn huid, is dat van het niveau olifant om valse kritiek niet binnen te laten komen. Ik denk loyaal te zijn, maar van kadaverdiscipline krijg ik ongetwijfeld een vet hart. Kortom ben ik wel geschikt als persoon? Dat gaan we de komende dagen maar eens uitzoeken. Nog de tijd tot 4 mei om te solliciteren op de mail van Hans Spekman.
De eerste marsdag van zelfonderzoek naar de sollicitatie heeft in ieder geval opgeleverd dat ik van mening ben dat ik ideologisch geschikt ben voor de PvdA. Nu moet de PvdA mij nog geschikt vinden, maar er moet toch plaats zijn in de politiek voor een normaal sprakeloos mannetje?
,,Doe het dan zelf.” Ik geloof dat dit de eerste gedachte was die bij me opkwam. Bij de val van het gedoogmonster zag ik twee spartelende partijen. Ik was verheugd. Het debacle dat volgde deed me verbazen en sprakeloos staan. Hoe kun je twee partijen die zo nadrukkelijk het rechtse deel van Nederland de vingers laat aflikken binnen enkele dagen al als huwelijkspartner vragen danwel accepteren. En passant wordt Europa ook nog eens voor de gek gehouden door er een begroting door heen te jassen. De houdbaarheid van het Kunduz-akkoord lijkt me uiterst beperkt en de uitvoerbaarheid van de begroting een ramp.
En of de PvdA nu politiek onhandig heeft gereageerd, arrogant is geweest of dat Samsom onoplettend is gebleken, het maakt me niet uit. Deelname voor een paar kruimels, toegeworpen door de regering, is het niet waard om je principes te ondermijnen. In mijn optiek is het gewoon het Catshuisakkoord waarbij de drie partijen hun eigen cadeaupapier hebben mogen uitkiezen. Nu is het een kwestie om het cadeautje zolang mogelijk onaangeroerd te laten. De eigen kiezers kunnen dan zo lang mogelijk genieten van de ‘buit’ die binnen is gehaald. Uiteindelijk weet iedereen dat de cadeauverpakking eraf moet. En wat blijft er over? Precies, dat waarvan Mark Rutte zegt dat hij het liefst nog vijf jaar mee door zou willen gaan. De beloofde uitgestoken hand van de premier van alle Nederlanders komt op het moment dat hij bijna verdrinkt. Sap, Slob en Pechtold zijn zo genereus geweest om de drenkeling op het droge te trekken, in lands belang nog wel.
Ik voorzie toch veel problemen, heel veel. De begroting, of je nu wel of niet 3% begrotingstekort eist, is puur drijfzand. Hoe hard zijn de afspraken als de politieke realiteit ervan zich in Nederland aandient? Hoe lang blijven we het braafste 3%-jongetje van de klas als Frankrijk met een socialistische premier begint te morrelen en de onrust in andere landen ernstige vormen aanneemt? Griekenland mag op een houtje bijten, tenminste de gewone Griek. En de Spanjaarden met een kwart van de bevolking werkloos (en zelfs 50% van de jongeren) is een potentieel kruidvat.
DE VERBAZING
Een deel van ons land is blijkbaar in een euforie-stemming, in mijn optiek op niets gebaseerd. Een gelukkige Mark Rutte die zijn imago iets kan oppoetsen in Europa en een blij CDA dat kans ziet om de eigen interne crisis te beslechten nu het juk van de PVV is afgeworpen. En dan de redders. De ChristenUnie, gezagsgetrouw als zij zijn, valt natuurlijk weinig te verwijten. Ook D66, de vleesgeworden politieke vloeibaarheid is spreekwoordelijk voor deze partij. Het is dus in hun optiek wel een redelijk alternatief. En Jolande Sap, ze ruikt macht en hoe vaak kan GroenLinks nog verweten worden dat ze geen verantwoordelijkheid aandurven? Ze heeft snel een leuk cadeaupapiertje gevonden voor het Catshuisakkoord. En in de huwelijksnacht paaide ze al met andere partners. Ze doet het liever met een ander.
,,Niet te geloven.”
En toen dacht ik, dan ga ik zelf maar in de Tweede Kamer. Het toeval wilde dat ik na ruim twaalf jaar maar eens dacht, ‘Zal ik weer eens lid worden van de PvdA’. In de jaren negentig begon ik sterk te twijfelen aan de neo-liberale richting van de sociaal-democraten. Privatisering van allerlei overheidstaken zag ik niet zitten en ondanks de economische voorspoed, deden te weinig mensen mee was mijn opvatting. Bovendien, ik was meer een observant van het politieke spel. Ik had niet het karakter van een politicus, dus waarom zou ik lid blijven.
DE DAAD
Maar zelfs in het stemhokje bleef ik twijfelen, Wouter (Bos) of Jan (Marijnissen). Meestal Wouter, soms Jan en een keer een Salomonsoordeel, Femke. Maar dat was eens, maar nooit meer, zeker niet met de tendens dat ‘GroenLinks’ een ecologisch rechtse partij aan het worden is. Bij het weinig fraaie schouwspel rond Job Cohen (ik vertrouw de man mijn pincode toe, het premierschap en nog veel meer en vergeef hem zijn iets mindere omgang met de hijgerige media) en de partijkeuze van de nieuwe leider, Diederik Samsom, dacht ik, ‘ik moest maar weer eens lid worden’.
Ik geloof namelijk dat ik met het klimmen der jaren niet minder links ben geworden. Bovendien heb ik de neiging om, in tegenstelling tot premier Rutte, wel te kijken naar heel Nederland. Ik geloof niet in verdere polarisatie, maar wel in een sterke partij links van het midden. Een steuntje in de rug voor de PvdA was mijn lidmaatschap, zonder bijbedoelingen. Twee maanden later kom ik voor het dilemma: ,, Ga ik me kandidaat stellen voor de PvdA lijst.” 4 mei is de sluitingsdatum, dus nog vier dagen te gaan.
HET OVERPEINZINGSPROCES
Ga ik over mijn eigen schaduw heenstappen? Ik ben in ieder geval voldoende vloeibaar onder druk, met die wetenschap dat ik niet rechtsdraaiend zal stollen. Ronald Plasterk en Diederik Samsom zullen mogelijk tenenkrommend mijn gebrek aan bèta-kennis gadeslaan, maar desalniettemin een mars van vier dagen te gaan met mijn overpeinzingen me kandidaat te stellen voor het Kamerlidmaatschap. Te beginnen met de 1e van mei, heel toepasselijk, de dag van de arbeid.
De Internationale, ik zal hem nooit zingen. Ik houd niet zo van de slachtofferrol die het oude socialisme met zich meebracht. Wel in solidariteit en verdraagzaamheid in de hedendaagse samenleving. Maar om in de overpeinzingsstemming te komen, toch maar even opgezocht voor de liefhebber.
Alles wordt vloeibaar onder grote druk. Dat is wat het Kunduzakkoord ons taalkundig heeft geleerd de afgelopen dagen. Principes moeten wijken. De modegril is ineens dat politici verantwoordelijkheid moeten tonen. De onverwachte meegaandheid van een drietal partijen met de regering is niet meer dan machtswellust, maar wordt beloond met verantwoordelijkheid. En met dit compliment wordt dus alles vloeibaar.
Ik zie wat anders dan vloeibaarheid. Ik zie vooral vluchtigheid. En eigenlijk al wat langer dan afgelopen weekend. Door met de PVV in zee te gaan heeft het CDA haar christelijke idealen verkwanseld. Vluchtigheid. Een objectieve kijk op de VVD van Mark Rutte heeft niets meer te maken met liberalisme. Eveneens vluchtigheid. Tegelijkertijd heeft de PVV met een sociaal verkiezingsprogramma zonder problemen een keihard saneringsbeleid gesteund. Henk en Ingrid hebben de idealen van de PVV zien vervliegen. En dan de arm om de schouder van Wilders door een amicale Mark Rutte. Allemaal vluchtigheid.
En nu is het bij de oppositie niet anders hoor, dat hebben we dus bij de vorming van het Kunduzakkoord kunnen zien. D66 en ChristenUnie hebben zich minimaal vloeibaar getoond, maar met name Groen Links van Jolande Sap is vluchtigheid in optima forma. Linkse idealen werden ingeruild voor deelname aan het Kunduzakkoord. Maar daarmee hield het niet op. Tijdens het debat toonde ze zich ook nog een zeer onbetrouwbare huwelijkspartner. ,,Ik ben dan wel met jullie in zee gegaan, maar als er een mooiere man langs komt, dan ben ik pleiten.” Een ongrijpbaar wijffie moeten de ministers van VVD en CDA hebben gedacht, maar laten we maar niet moeilijk gaan doen, het is nu gewillig en vloeibaar.
Ik ben geen natuurkundige, maar heeft vluchtigheid wel een schaduw? Volgens mij niet, dus je kunt dan helemaal niet over je schaduw heen stappen. Je kunt alleen vervliegen. Toevallig zijn er nu vijf partijen die even dezelfde kant op vliegen. Een beetje tegenwind en het hele Kunduzakkoord is vervlogen. En dan, dan kan GroenLinks die paar verkregen kruimels van de regering op hun buik schrijven.
Ik kijk in de spiegel en zie een hoop zaken die je als penopauzer niet wil zien, maar ik laat het links liggen. Contactmakend met mijn spiegelbeeld ben ik op zoek naar mijn eigen burgerschap en verantwoordelijkheid. Ook ik wil dat het goed komt met Nederland. Ook ik vind dat we als Nederland het Europees moeten aanpakken. En ik vind vooral dat we allemaal mee moeten in de vaart der volkeren. Of eigenlijk, om het spreekwoord te actualiseren, allemaal gelijkmatig moeten afremmen. Het gaat immers niet zo heel goed en het kabinet Rutte in gevangenschap van de PVV heeft de situatie eerder verslechterd dan een constructieve bijdrage geleverd.
Nu hoor ik dat de VVD en het CDA proberen een Kamermeerderheid te construeren om de begroting voor 30 april naar Brussel op te sturen. Mininster De Jager en andere prominenten zijn op zoek naar verstandige politici van D66, ChristenUnie en GroenLinks om vooral maar mee te participeren om de uitkomsten van het gedoogmonster na 7 weken oeverloos onderhandelen in het Catshuis te accepteren. Er moet een deugdelijke begroting komen. Misschien kan ‘dees of geen’ nog iets binnenslepen voor zijn of haar eigen partij? Hobby’s van de gijzelnemer PVV zullen mogelijk verlaten worden (Animal Cops). De basis is een strak huishoudboekje, met de 3% norm, in te leveren bij Brussel met alle sociaal-maatschappelijke consequenties voor Nederland. D66, ChristenUnie en GroenLinks zijn blijkbaar serieuze onderhandelingspartners, om de beoogde Kamermeerderheid te verkrijgen.
De oppositie wordt blijkbaar klaar-gemasseerd om te slikken, waar ze gedurende het kabinet Rutte tegen te hoop liepen. CDA en VVD hopen het benodigde verantwoordelijkheidsgevoel ten aanzien van de toekomst van Nederland bij hen te vinden. Vrij vertaald, als je de plannen van het demissionaire kabinet steunt betoon je je een verstandig burger met maatschappelijk verantwoordelijkheidsgevoel.
Laat ik dat laatste bij de bestudering van mijn spiegelbeeld, een verstandig burger met maatschappelijk verantwoordelijkheidsgevoel, ook bij mezelf bespeuren. Maar ik kom tot hele andere conclusies. Ik denk dat Nederland pas weer echt (Europees) vooruit kan, door de verloren periode van het gedoogmonster en alle prominente hoofdrolspelers, de achteruitingang van het politieke toneel af te voeren. De afgelopen 558 dagen onder leiding van Wilders met marionetten als Rutte en Verhagen hebben niets opgeleverd waar rechts zich de vingers bij aflikt. Voor de rest van weldenkend Nederland is het vooral destructief gebleken. Ze mogen dus wel een toontje lager zingen. Ik ga zeker niet pleiten dat we linkse hobby’s moeten oppoetsen, integendeel. Maar het gemak waarmee door D66, ChristenUnie en GroenLinks de macht wordt opgezocht, verbaast me hogelijk. Sterker nog, ik vind het onbegrijpelijk en misschien wel immoreel. Misschien zie ik wat over het hoofd, maar in de spiegel zie ik wel een verstandig burger met maatschappelijk verantwoordelijkheidsgevoel.
Oh, what a day. Dat klinkt behoorlijk dramatisch en theatraal. Maar toch, 19 april 2012 was een ongewoon inspannende voor een gewone sterveling. Voor de echte liefhebber is dat mogelijk iedere dag, zeker voor de ‘Carpe Diem’ gelovigen. Ik probeer dat ook te zijn, maar om iedere dag nu te plukken, dan krijg je zo’n enorme bos. Dat kan ik niet dragen. Zeker als er van die speciale herdenkingsdagen bij zijn.
En iedere dag heeft wel zijn eigen stempeltje. 8 maart is bijvoorbeeld internationale vrouwendag en op 28 december is het dag van het kind of zoals wij ook wel zeggen ‘Onnozele Kinderen’. Voor sommige gelegenheden of aandachtsgebieden is zelfs een hele week ingepland, bijvoorbeeld de boekenweek of de week van de psychiatrie. Zo is er altijd wel wat, ook vandaag. Ik hoorde gisteren dat 19 april uitgeroepen was tot de dag van de Duitse taal. De Germaanse klanken van onze oosterburen blijken een zieltogend bestaan te leiden. Dat moet niet, dus het Duits wordt gepromoot. Van mij mogen ze, al heb ik geen Duits in mijn examenpakket gehad, niets mis met het Duits.
Vanochtend reed ik naar het werk en blijkt het nota bene ook nog de Landelijke Dag tegen het pesten te zijn. Dat mag ook niet, dus optreden lijkt me niet meer dan gerechtvaardigd. Speciale aandacht is er voor het pesten op plekken waar veel ouderen verkeren zoals in bejaardenoorden en verzorgingstehuizen. Als ik de verhalen mag geloven wordt er flink wat afgepest in Huize Avondrust en aanverwante instellingen. Dat is ook niet zo vreemd, want vroeger had je waarschijnlijk nog geen Landelijke dag tegen het pesten. Dus die oudjes moeten dat op hun oude dag nog leren. Niet meer pesten bedoel ik dan.
Eenmaal op mijn werk aangekomen blijkt het ook nog secretaressedag te zijn. Je weet niet meer waar je je aandacht op moet vestigen op een dag als vandaag, op de duitse taal, tegen pesters of moet je de secretaresse op je werk verwennen?
Maar lang zal dat niet duren, want in geheel in de geest van de hedendaagse fusiegolf en schaalvergroting zullen de genoemde belangrijke thema’s wel samengevoegd gaan worden.
In 2013 wordt lijfspreuk voor 19 april:
Tease die Sekretärin sauer, weil sie kein Deutsch sprecht.
Maar vertel me, wat voor dag is het morgen. Gaan we het Bulgaars promoten, zetten we de loodgieter in het zonnetje en zijn we tegen rokers? Ik vind het best, ik doe gewoon weer mee.
Gerd Leers is geschrapt van het bangalijstje van Geert Wilders. Tenminste dat is wat de Volkskrant ons wil laten geloven. Wilders twittert meteen in perfect Nederlands het nieuws af te doen als ‘canard van het jaar’. Zo zie je maar weer dat Geert veel Europeser is dan hij Henk en Ingrid wil laten geloven. Maar dit terzijde.
Van alle kanten wordt de vermeende informatie uit het Catshuis tegengesproken. Terwijl in den lande bakvissen hun best doen om niet op de bangalijstjes te komen, trachten de hoofdrolspelers uit de Catshuisklucht vooral wel op het bangalijstje van Geert te blijven. Waarom vraag ik me af. Nu is het zo dat het slachtoffer nooit enige zeggenschap heeft om op zo’n pervers lijstje te komen. Als je eenmaal als ‘naaivlees’ op de lijstjes voorkomt, zijn er twee opties. Of je negeert het of je bestrijdt het. In de burelen (of kan ik me het flauwe grapje bordelen permitteren?) van het Catshuis is dus nu de derde optie gevonden, de bangalijstjes worden als autoriteit bevestigd door op de lijstjes te willen blijven staan.
Nu begrijp ik het CDA en de VVD niet om ‘coûte que coûte (tja ik spreek ook Europeser dan ik dacht) door Geert Wilders genaaid te willen worden. Maar liberaal als ik ben denk ik, ieder zijn meug, al is het jammer dat Nederland er door naar de knoppen gaat. Maar echt zorgen maar ik me over Gerd Leers zelf. Hij is genaaid door Wilders, keer op keer. En hier is overduidelijk sprake van scheiding van seks en liefde. Maar inmiddels begin ik me toch af te vragen hoe masochistisch Gerd Leers is. Volgens mij staat er achter de naam van de gewezen oud-burgemeester van Maastricht: ‘Laat zich altijd publiekelijk naaien, niet interessant meer en is verworden tot exhibitionistische zelfbevlekker.’
Het grote voordeel voor Gerd Leers is dat het overgrote deel van zijn partijgenoten alsmede veel VVD-ers op het bangalijstje staan als “ultieme voyeuristen”. Ze staan erbij en kijken er na, veel te bang om zelf te dalen op Geert’s Grote bangalijst.
Als het niet zo ernstig was, zou je Mauro toch bijna toewensen snel terug te keren naar Angola om zo maar nooit op het bangalijstje van de grote Zelfbevlekker te komen.
Eigenlijk had ik het sfeerverslag zo willen beginnen:
,, Net als vroeger op de fiets naar Rohda, voor mijn eigen voetballoopbaan of anders voor het eerste. Peddelend tussen de Pauluskerk en de Paulusschool, de Oude Molenweg overstekend en de Göbelstraat in (die kan op dit moment wel eens prachtig in bloei staan, als de bomen van vroeger er nog zijn tenminste); bij de OBS Westdorp richting het Raalteveld en bij de BK-straat de Hofstedelaan in langs het FRC en via de Zwolsestraat naar het Rohdaveld.”
Maar zo begint mijn verslag niet. Ik zou op de fiets van Duiven naar Babberich gaan omdat mijn partner en jongste zoon naar de puppycursus moesten. Sinds kort hebben we een pup, genaamd Pippa. Maar het ging niet door, dus ik kon met de auto. Meteen greep ik die kans, want ik had geen zin in 10 kilometer tegenwind. Mijn sportieve inslag is groot, maar mijn verslaving aan sigaretten helaas groter. Dus met de auto maar.
Half november had ik de laatste wedstrijd van Rohda in Uden gezien en was onder de indruk. Ook de thuiswedstrijd tegen Alcides deed mij dromen over wedstrijden in Groesbeek het komende seizoen bij de vrienden van De Treffers en Achilles ’29. Ik was heel enthousiast, maar de resultaten in de daarop volgende periode vielen wat tegen. Dus ik dacht op 1 april zal ik maar eens kijken in Babberich wat er aan de hand is.
DE AMBIANCE IN BABBERICH
Aangekomen bij het Sportpark van SV Babberich zag ik dat ik niet de enige was, maar heel veel meer mensen waren er ook niet. Dat heb ik wel eens anders meegemaakt. Babberich staat bekend om de hechte dorpsgemeenschap en de liefde voor de club was bijna spreekwoordelijk. Gaandeweg de wedstrijd schatte ik dat het aantal ROHDA aanhangers toch zeker op 25%, dus dat moet beter voor een club die op degraderen staat.
Entreebewijs op zak, boekje meegekregen en een euro aan de jongens van de lootjes gegeven en mijn blik viel op het bord van SV Babberich 80 jaar met het prachtige onderschrift van een van Nederlands beste liedjes: ‘Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder.’ Al deze kwalificaties zullen voor de 80 jarige club van toepassing zijn. Voor deze middag vrees ik dat het huilen wordt en door de luidsprekers klinkt heel toepasselijk: ‘It’s my party and I cry if I want to’. Gevoel voor humor kan ik de clubmensen van Babberich niet ontzeggen.
In de zeer frisse eerste aprilzon nam ik plaats aan de kant van het veld. Het leek wel of de weergoden ook heel goed wisten wat 1 april betekende en dus ons allen een loer draaiden. Helemaal gerust op een goede afloop was ik nog niet vanwege al dat puntenverlies de afgelopen maanden. Dromen over een reisje Groesbeek kan ik voorlopig uitstellen, vrees ik. Naast mij staan een aantal hevig mopperende Babberichers (of Babbersen, hoe noem je die mensen) die hun spelers hartstochtelijk souffleerden. “Mo, je moet dit, Mo, naar voren, Mo, korter erop.” Mo deed gewoon zijn ding. Ook ene Röhmer kreeg er van langs met veel gvd’s. (Misschien moet ik u tussendoor een geheimpje vertellen over de omgeving van Babberich. De plaats is een onderdeel van de gemeente Zevenaar en ligt tegen het Gelders Eiland aan (gemeente Rijnwaarden). Van vroeger uit een stukje door rivieren omsloten Nederland dat bekend stond om het vechten tegen de elementen. De godvruchtigheid van de bewoners was iets minder dan elders in Nederland. Het vloekend vermogen was echter significant groter dan elders. Ik heb inmiddels enige ervaring. Deze middag werd ik er mee geconfronteerd. En ik niet alleen ook ‘Mo’ en ‘Röhmer’.
BABBERICH HOOLIGANS
De passie was niet alleen bij deze toeschouwers aanwezig, ook de keeper van Rohda werd gedurende de eerste helft ernstig geïntimideerd door ‘The Babberich Hooligans”. Ze zongen wijsjes en sprongen op en neer alsof ze in De Kuip stonden. En ik kan het weten, want ik was er gisteravond. Daar moet ik het mijne van weten en liep in hun richting. En inderdaad, zeker drie van de kereltjes waren voor Feyenoord. Dat verbroederde, maar slechts voor even, want toen duidelijk werd dat ik juichte bij het doelpunt van Melvin Velthuis, kon ik maar beter verder lopen. Dit werd mij vriendelijk doch dringend te kennen gegeven.
VOETBALASPEKTEN
O ja, had ik het al over het voetbal gehad? In vergelijking met een klein half jaar geleden was dit Rohda voor mij onherkenbaar. De werklust was er nog wel, daar ontbrak het niet aan, maar de passie leek verdwenen. En erger nog dan dat, de samenhang was weg, alsof er gebrek aan onderlinge communicatie was. Hoe is dat toch mogelijk vraag je je af als passant? De Raaltenaren waren naar mijn volledige objectieve maatstaven beter dan de degradatie-kandidaat. En toch was dat over de hele wedstrijd qua kansen niet duidelijk. Zeker het laatste kwartier dat ingeluid werd met een bal op de paal, was de totale controle over de wedstrijd weg en werd het zelfs nog 2-1 en roken ze in Babberich nog kansen.
En daar waar de communicatie onderling afwezig leek, wisten de spelers van Rohda de scheidsrechter wel verbaal te belagen. Toegegeven, de wedstrijdleiding was niet altijd even sterk. De man in het zwart wist met de emoties van beide ploegen niet goed om te gaan, waardoor de wedstrijd soms onnodig hard was. En van een degradatie-kandidaat is dat misschien logisch, maar een potentiële kampioenskandidaat moet ervoor zorgen dat de regie in eigen handen blijft bij dit soort wedstrijden. Dan zijn de vele overtredingen niet nodig en hoef je je eigen frustraties niet op de scheidsrechter bot te vieren. Hoewel, op het einde werd ik ook boos, het leek het erop dat de scheids door wilde laten spelen tot het moment van 2-2. Gelukkig was het ook voor de arbiter na ruim vijf minuten extra tijd voldoende.
OVERPEINZING
En voor mij was het ook voldoende. Ik pieker me suf hoe als toeschouwer het eerste van Rohda met goede raad bij te staan. Ronald Koeman neemt zijn ploeg mee naar een militaire training op 2 april. Misschien kan Rohda aansluiten en zich bekwamen in het morsen om zo de onderlinge communicatie te verbeteren. Tot die tijd is het vechten en werken, dan zal ik bidden en hopelijk weer bewonderen in de nabije toekomst.
Op de terugweg prijs ik mezelf met de auto te zijn gekomen. Ik rook rustig mijn sigaretje en dan weet ik het. Als Rohda dit jaar toch nog kampioen wordt, theoretisch is het mogelijk, stop ik met roken en kan moeiteloos op de fiets naar Groesbeek volgend jaar, ongeveer 30 kilometer voor mij. Lijkt me een goede deal.
En voor Rohda en Babberich een mooi youtubefilmpje van Ramses Shaffey